Lekker wandelen en een gedicht om op te zitten

Op zevenentwintig plekken in de Belgische grensstreek zijn in zwerfkeien en hardstenen banken gedichten gegraveerd. Brabantse dichters geven het landschap betekenis.

Het ven zelf is mooi genoeg, zoals het hier ligt tussen een zoom van loofbomen en een veld vol bloeiend koolzaad. Toch liggen op de oever ook nog drie hardstenen kubussen, waarin korte gedichten staan gegraveerd, voor elke zomermaand één. De wandelaar ziet in het water eendjes duikelen en leest op de blauwige stenen regels als ,,ik keer de wind de dagen/ en het jaar'' (juli) en ,,het licht bindt in/ schaarser staan schoven'' (augustus).

De hardstenen blokken horen bij een serie van twaalf met gedichten bewerkte `maandstenen', die per seizoen verspreid liggen rond de Regte Heide in Noord-Brabant. En dan zijn er in de streek onder Tilburg en Breda nog 23 andere plekken met banken van hardsteen of met zwerfkeien vol poëzie. Vierentwinting Brabantse dichters schreven de gedichten, waarop je na lezing kunt gaan zitten.

,,Mensen moeten gedichten niet alleen lezen in de stilte van hun huis, maar overal tegenkomen in hun dagelijks leven'', vindt kunstenares Pien Storm van Leeuwen. Zij is bedenker van de veertig `poosplaatsen', die deze maand officieel zijn ingewijd. De poëzie in steen moet de wandelaar of fietser langs de 70 kilometer lange route helpen het landschap ,,veel intensiever te ervaren'' dan alleen maar als mooi. ,,In de veranderingen in het landschap wordt het verstrijken van de tijd zichtbaar'', licht Storm van Leeuwen toe.

Je moet dan wel wat weten over de geschiedenis en de geologische oorsprong van de zevenentwintig uitverkoren plekken. Neem de Strijbeeksche Beek. In 1814 leverden hier in het beekdal soldaten van Napoleon een lang vergeten slag met de voorhoede van de `Armée du nord', waarbij manschappen en paarden door het ijs van de beek zakten en verdronken. ,,Deze slag werd in geen enkel boek werd genoemd'', vertelt Storm van Leeuwen. ,,Een Belgische politicus, die de geschiedenis van deze streek beschrijft, heeft de gegevens over bijvoorbeeld de gesneuvelden uiteindelijk gevonden in Pruisische en Russische archieven.''

In dit vennengebied, waar levensgevaarlijk trilveen de watervogels beschermt tegen menselijke indringers, is iets van deze geschiedenis te lezen op de stenen bank: ,,Belegerd door einders bevraag ik mijn grenzen: veldtocht op één plek.'' Maar ook staat daar: ,,Licht is een plas.'' Storm van Leeuwen licht toe: ,,De beek meandert heel sterk en treedt vaak buiten zijn oevers. Dan is het stroomgebied een grote plas, waar het licht mooi invalt.'' En die grenzen zijn ook niet zo gek, want de andere beekoever ligt in België.

Dit is immers de grensstreek, waar het vermaarde Baarle-Nassau/Baarle-Hertog een merkwaardige legpuzzel van Belgisch en Nederlands grondgebied vormt. ,,Doordat de grens hier zo ingewikkeld is, is de ruilverkaveling hier minder geweest dan elders,'' veronderstelt Storm van Leeuwen, ,,en is het landschap beter bewaard.'' De Gouwberg bij Strijbeek, een paraboolduin dat werd gevormd na de laatste ijstijd, is redelijk ongeschonden. De middeleeuwse houtwallen rond kleine landbouwpercelen zijn nog goed te zien. Bovenal zijn de gradiënten bewaard gebleven, de overgangen tussen de droge heuvels en de natte beekdalen.

De gradiënten geven het landschap veel kleur, doordat planten die gedijen in verschillende gronden dicht bij elkaar groeien. Deze overgangsgebieden zijn vanouds ook de vestigingplaats van culturen, zoals goed is te zien op de Regte Heide. Hier liggen zes grafheuvels uit de vroege en midden-bronstijd (ongeveer 1700 tot 1000 voor christus), waaruit in 1935 strijdbijlen, dolken en kralen werden opgegraven. Het staat te lezen op een roestige paal in het heideveld.

,,Zonder dit bord, zou je alleen maar wat heuvels zien'', zegt de Brabantse dichter Jasper Mikkers, ook wel bekend is onder zijn pseudoniem Tymen Trolsky. ,,Het opschrift geeft de plek betekenis en dat is precies wat de gedichten doen op de poosplaatsen'', vindt Mikkers, die het juni-gedicht schreef (,,terwijl de vogel ruit,/ het ochtendrood niet/ onderdoet voor bloed''). Heel anders dan in Tilburg waar een bloemlezing door literatuur-expert Jaap Goedegebuure in trottoirtegels is gegoten: ,,Die gedichten hebben niets met de stad te maken of met Brabant.''

Voor de poosplaatsen zijn Mikkers en andere dichters gevoed met historische, geologische en landschappelijke eigenaardigheden, die in een deze maand verschenen boek zijn beschreven met de gedichten en foto's van de poosplaatsen. Vervolgens moesten de dichters zich beknopt uitdrukken, want er was weinig ruimte op het hardsteen uit de Ardennen en nog minder op de zwerfkeien uit Zwitserland: maximaal zeven regels van maximaal achtentwintig posities. ,,En dan moesten de gedichten ook nog heel toegankelijk zijn voor mensen die verder nooit poëzie lezen'', zegt Storm van Leeuwen. Moeten de gedichten dan niet rijmen, zoals het grote publiek verwacht? Juist niet, vindt Mikkers: ,,Als het eruit ziet als een gedicht, zullen velen denken: dat is niet voor mij. Nu gaan de wandelaars het gedicht onbekommerd lezen.''

Pien Storm van Leeuwen: Poosplaatsen. Fotografie: Riesjard Schropp. Uitgeverij Van Kemenade, 104 blz., ISBN 9071376222