Leerplichtige mijdt school steeds vaker

Het aantal leerplichtige leerlingen dat niet op school is ingeschreven is in vijf jaar tijd met 38,6 procent gestegen. Ze komen bovendien steeds minder vaak alsnog op school terecht.

Dat blijkt uit cijfers die het ministerie van Onderwijs openbaar heeft gemaakt. In 2002 zaten 6.669 leerlingen niet op school, tegen 6.105 het jaar ervoor. In 1997 was dit aantal nog 4.812. De cijfers uit 2002 zijn de jongste die het departement beschikbaar heeft. Incidentele spijbelaars of leerlingen die eerder op vakantie gaan zijn niet meegerekend.

Leerplichtambtenaren en scholen slagen er bovendien steeds minder goed in verzuimende leerlingen alsnog op school te plaatsen. In het schooljaar 2000/2001 kwam 63 procent van de thuiszittende leerlingen uiteindelijk toch op een school terecht. Een jaar later was 53 procent.

Volgens het ministerie komt het zogeheten `absoluut verzuim' vooral voor in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Deze vier steden herbergen 56 procent van alle thuiszittende scholieren. De daarop volgende 21 middelgrote steden nemen 10 procent voor hun rekening.

Het ministerie erkent dat sprake is van een ,,duidelijke toename''. Een woordvoerder zegt dat het hogere aantal ook te maken heeft met een betere registratie van verzuimende scholieren. Scholen zijn verplicht ongeoorloofd verzuim bij de gemeente te melden. Leerlingen die voortijdig het onderwijs verlaten worden geregistreerd in zogeheten regionale meldcentra.

Leerplichtambtenaren en het openbaar ministerie (OM) treden sinds het einde van de jaren negentig strenger op tegen thuiszittende leerlingen. Het OM dagvaardt sinds 1999 ouders van leerlingen die niet naar school gaan. Het aantal processen-verbaal dat werd uitgeschreven steeg van 1.484 in schooljaar 1998/1999 tot 2.771 in 2001/2002.

Voorzitter Hans Velthoen van de Landelijke vereniging van leerplichtambtenaren (LVLA) is verbaasd over de toename van het aantal thuiszitters. ,,Gemeenten besteden de laatste jaren steeds meer aandacht aan de handhaving van de Leerplichtwet.''

Velthoen zegt dat de groep leerlingen die `absoluut verzuimt' vooral uit zestien- en zeventienjarigen bestaat die na het vmbo niet meer willen doorleren. Onder allochtone leerlingen komt absoluut verzuim ook vaker voor dan bij autochtone kinderen.

Volgens de Leerplichtwet zijn leerlingen tot hun achttiende partieel leerplichtig, wat betekent dat zij minimaal twee dagen per week naar school moeten. Velthoen: ,,Jongens gaan soms na de middelbare school werken en hebben geen zin om weer een of twee jaar in de schoolbanken te gaan zitten.''

In veel gevallen staan leerlingen alleen door administratieve slordigheden niet ingeschreven, zegt Velthoen. Ook komt het volgens de LVLA vaker voor dat ouders hun kinderen te laat inschrijven op school.