Zaak met heel veel toevalligheden

De rechter achtte de verdachten schuldig maar volgens de verdediging is het bewijs niet overtuigend. Zijn B. en D. erin geluisd?

Kunnen twee volwassen mannen door een rafelig gat in een driedubbelgelaagde ruit, dat op het smalste punt zo'n vijfentwintig tot dertig centimeter meet, naar binnen en weer naar buiten klimmen zonder daarbij sporen van vezels, huid of bloed achter te laten? Om die vraag draaide het de afgelopen maanden in de strafzaak tegen Henk B. en Octave D, verdachten van de schilderijenroof uit het Van Gogh Museum op 7 december 2002. Nee, dat is hoogst onwaarschijnlijk, meende advocate Bénédicte Ficq tijdens de terechtzitting op 12 juli. Ja, dat is best mogelijk, oordeelde rechter G. Janssen gisteren op basis van een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

De Van Gogh-zaak lijkt gebaseerd op een groot aantal raadsels en onduidelijkheden. Van wie zijn bijvoorbeeld de tien haren in de pet die bij het gat in de ruit is achtergelaten en als cruciaal bewijs diende? Eentje is via DNA-onderzoek terug te voeren op de donkere, kortharige D., maar er zit ook een zeventien centimeter lange blonde haar in. En heeft iemand wel eens uitgerekend hoe groot de kans is dat twee dieven bij een inbraak allebei hun hoofddeksel verliezen? Minder dan één procent, aldus Ficq.

Zou het kunnen dat de verdachten erin zijn geluisd? Het is volgens Ficq in het criminele circuit niet ongebruikelijk om met gestolen DNA-materiaal valse sporen uit te zetten op de plaats van het delict. Daar heeft minister Donner van Justitie het openbaar ministerie en de rechters enkele maanden geleden nog voor gewaarschuwd. Dat er geen binnenopnames bestaan van de inbraak – een bewaker vergat op de opnameknop te drukken toen hij de dieven op de monitoren bezig zag, waardoor alleen videobeelden van buiten beschikbaar zijn – zorgt alleen maar voor meer vraagtekens. En dan is er nog het scenario dat de dieven hulp hebben gehad van binnenuit, zoals geschetst werd in een artikel in De Telegraaf van 10 juli. Daarin zei een anoniem personeelslid van het museum dat alleen insiders wisten dat het alarm om zeven uur zou worden uitgezet (de inbraak werd even voor achten gepleegd).

Al die lezingen werden bij de uitspraak van gisteren door de rechter van tafel geveegd. Er zijn meer dan genoeg bewijzen dat B. en D. verantwoordelijk zijn voor de roof, oordeelde Janssen. Zo blijkt uit lengtemeting van het NFI dat de personen op de bewakingsvideo's heel goed de verdachten kunnen zijn. De toenmalige vriendin van D. herkende het petje dat getoond werd in een uitzending van Opsporing Verzocht als dat van haar vriend `Okkie'. En er zijn bij de kapotte ruit twee mokers gevonden – soortgelijke hamers als die eerder in de kelderbox van D. zijn aangetroffen. Opvallend is dat al deze hamers een zwartgeverfde steel hebben, terwijl ze normaal met ongelakte stelen worden verkocht. Daar komt bij dat het openbaar ministerie beschikt over getapte gesprekken waarin B. en D. het hebben over de uitzending van Opsporing Verzocht en waarin ze afspreken dat ze geen fouten moeten maken. Uit deze gesprekken blijkt ook dat ze vol spanning op geld zitten te wachten. Dat geld lijkt kort daarna ook daadwerkelijk binnen te stromen. Volgens de rechtbank wijkt het uitgavenpatroon van de verdachten na de inbraak sterk af van de periode daarvoor. D. neemt zijn vriendin mee naar New York, geeft haar Cartier-horloges en koopt een nieuwe inboedel voor zijn tweede woning. B. maakt in korte tijd reizen naar Thailand, Eurodisney, Ibiza en de Dominicaanse Republiek.

Leon van Kleef, advocaat van de verdachten, is van al die zaken niet onder de indruk en gaat in hoger beroep. ,,Er is genoegen genomen met onovertuigend bewijs'', zei hij gisteren in een reactie op de uitspraak. ,,Mijn collega Ficq heeft het NFI-rapport, dat wetenschappelijk slecht is, twee weken geleden met de grond gelijk gemaakt. We gaan nu op zoek naar een nieuwe rechter. Het gat in de ruit zal cruciaal blijven, daar moet nieuw, echt onderzoek naar gedaan worden.''

Volgens de rechtbank is er echter uitgezocht wat er uitgezocht kon worden. ,,Er is voldoende bewijs'', aldus de persrechter. ,,Je kunt zo'n geverfde hamer toeval noemen. Maar er zijn in deze zaak wel heel veel toevalligheden. Dat noemen wij schakelbewijs.''

Carel Raymakers, advocaat van het Van Gogh Museum, zegt dat hij blij is met deze duidelijke uitspraak, al heeft het museum zich volgens hem niet zo beziggehouden met de schuldvraag. ,,Ik kan alleen maar hopen dat de verdachten zich na zo'n uitspraak zullen gaan bezinnen, en dat er snel meer duidelijkheid komt over de verblijfplaats van de schilderijen.''

Octave D. en Henk B. blijven vooralsnog volhouden dat ze onschuldig zijn. ,,Jullie maken een grote blunder'', riep B. nadat de rechter uitspraak had gedaan. D. voegde daaraan toe: ,,U bent een toffe rechter maar u heeft een grote fout gemaakt. U ziet door de bomen het bos niet meer.''