Timmeren aan John Kerry's voetstuk

Het referendum over de zittende president. Dag twee van een journalistiek logboek over de Democratische Conventie.

Een Democratische conventie lijkt één grote sprekerswedstrijd. De winnaar was gisteren... Bill Clinton! Geen verrassing, al deden bekendheden als Al Gore, Jimmy Carter en Hillary Clinton een aardige poging. De oud-president was slim, geestig en nederig als `gewoon partijsoldaat'.

Er is ook een andere conventie. Die ontrolt zich buiten het hermetisch afgesloten Fleet Center en North Station-complex. Wie de eng lege straten rond het conventiecentrum is ontlopen, vindt in de historische en mooie stad rond de Boston Common allerlei bijeenkomsten in zaaltjes en andere zalen.

Hier sluipen Richard Holbrooke en Joseph Nye, bekende grootmeesters van het buitenlands politieke spel bij de Democraten, naar een besloten bijeenkomst. Een hotel verderop komt de Congressional Black Caucus bijeen voor een tevreden lunch op uitnodiging van DHL, de pakjesdochter van Deutsche Post.

Het American Jewish Committee, afdeling Boston, houdt om half acht al een ontbijt waarop de ingewikkelde rol van de joodse stem in de Amerikaanse politiek ad rem wordt besproken. De bekende politieke analist Norm Ornstein van het American Enterprise Institute verzucht bij de koffiepomp dat hij tot twee uur met zijn zoon heeft rondgelopen bij `Rock the Vote', een club die jongeren aanmoedigt te gaan stemmen. Minuten later geeft hij een messcherp beeld van de stand der verkiezingen.

Volgens Ornstein is sprake van een volstrekt onvoorspelbare situatie. Hij heeft alle peilingen bij elkaar opgeteld en ziet een land waarin 45 procent van de mensen zegt Republikein te zijn, en 45 procent Democraat. Bij beide partijen vormt 35 procent de harde kern, aangevuld met tien procent die meer beïnvloedbaar is, en meestal jonger, vaak vrouw, lager opgeleid en minder geneigd te gaan stemmen.

Zoals bij iedere eventuele herverkiezing van een president zijn ook deze verkiezingen een referendum over de zittende president. Die staat er op dit moment slecht voor, maar het alternatief, John Kerry, heeft nog niet het vertrouwen van de meerderheid verworven. De situatie doet denken aan president Carter in 1980, die door de gijzeling in Iran en de inflatie onderuit was gehaald. Pas toen zijn uitdager, Ronald Reagan, zich laat in de race meer dan een filmacteur had betoond, was het met Carter gedaan. ,,Als de verkiezingen vandaag werden gehouden, zou John Kerry winnen'', zegt Ornstein. ,,Maar dat zegt niets over het resultaat over enkele maanden op 2 november. Gebeurtenissen in september en oktober bepalen waarschijnlijk de uitslag.''

Jack Shifrel, een gedelegeerde uit Florida, waarschuwt voor ieder voortijdig optimisme. Hij komt uit Broward County, het district met veel gepensioneerde joodse kiezers uit New York, waar in 2000 de befaamde `hangende rondjes' in de machinale stembiljetten zorgden voor de bittere strijd over wel en niet getelde stemmen. Die crisis werd uiteindelijk door het Supreme Court in het voordeel van George W. Bush beslist.

www.nrc.nldossier Amerikaanse presidentsverkiezingen