`Laatste kans' akkoord WTO

Bij de WTO in Genève begint morgen een voorlopig laatste poging om te komen tot nieuwe wereldhandelsafspraken. Landbouw staat centraal.

Onderhandelaars namens de 147 lidstaten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) voeren deze week een race tegen de klok. Uiterlijk vrijdagavond moeten zij het eens zijn over een raamwerk voor een akkoord waarmee nieuwe regels voor de wereldhandel worden opgesteld. De kans dat dit zal lukken wordt in en om het WTO-hoofdkwartier in Genève, waar de onderhandelingsmarathon plaatsheeft, nu nog geschat op zo'n 50 procent.

Hoewel over meerdere onderwerpen wordt onderhandeld, staan de besprekingen over landbouw centraal. Hier lijken de belangen van de rijke, geïndustrialiseerde wereld en de ontwikkelingslanden het hevigst te botsen. De inzet van de ontwikkelingslanden is een einde te maken aan de concurrentievervalsende subsidies die met name de Europese Unie en de Verenigde Staten hun boeren verstrekken. Deze grootste twee handelsblokken ter wereld zijn op hun beurt vooral geïnteresseerd in meer markttoegang voor Europese en Amerikaanse bedrijven.

De onderhandelingen hebben plaats een klein jaar na de mislukte conferentie van WTO-handelsministers in de Mexicaanse badplaats Cancún. Toen leek de kloof tussen Noord en Zuid nog onoverbrugbaar. Nu is de situatie anders, vindt de directeur-generaal van de WTO, Supachai Panitchpakdi. ,,Er zit een wereld van verschil tussen nu en Cancún'', zei hij eerder deze maand in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. De Thaise topman van de WTO reisde de afgelopen maanden naar alle uithoeken van de wereld om de noodzaak van een akkoord in deze zogeheten Doha-handelsronde er in te hameren.

Maar zelfs als de verbeterde sfeer en de politieke wilsbereidheid leiden tot het gewenste raamakkoord, dan nog ,,zijn we eind juli even ver als we in Cancún vorig jaar september hadden willen zijn'', zo constateerde EU-hoofdonderhandelaar Carlo Trojan onlangs.

De druk op de onderhandelaars is groot, omdat bij het uitblijven van een akkoord veel tijd verloren dreigt te gaan op een moment waarop nieuwe afspraken over de wereldhandel een noodzakelijke impuls voor het economisch herstel kunnen betekenen. Niet onbelangrijk voor met name handelsafhankelijke landen als Nederland.

Voor de finale gespreksronde deze week krijgen de diplomaten die doorgaans de onderhandelingen voeren versterking van ministers en top-handelsfunctionarissen als de Amerikaan Robert Zoellick en zijn Europese evenknie, commissaris Pascal Lamy. De besprekingen worden gevoerd op basis van een ontwerpslottekst die directeur-generaal Supachai de onderhandelaars tien dagen geleden voorlegde. Veel WTO-lidstaten, waaronder de landen van de Europese Unie, hebben positief gereageerd op het ontwerp. Een uitzondering hierop was Frankrijk, dat een te sterke aantasting vreest van het subsidiestelsel waarmee de EU haar landbouwsector in stand houdt.

Ook niet-gouvernementele organisaties, die zich in Genève willen inzetten voor de belangen van met name de allerarmste ontwikkelingslanden, hebben de ontwerpslottekst gekritiseerd. Oxfam International, waarbij de Nederlandse Novib is aangesloten, spreekt van een ,,extreem ongebalanceerde tekst'' waarbij de ontwikkelingslanden er bekaaid afkomen. Over het centrale onderwerp landbouw merkt Oxfam op, dat de VS en de EU vooruitgang in de onderhandelingen tegenhouden ofschoon landbouw minder dan 2 procent van hun bruto binnenlands product vertegenwoordigt. Voor ontwikkelingslanden daarentegen is landbouw letterlijk ,,een kwestie van leven en dood'', aldus Oxfam.

Hoewel Noord én Zuid deze week concessies zullen moeten doen, lijkt er op de westerse wereld een extra morele druk te rusten. Voor de Doha-ronde, die eind 2001 begon tijdens een WTO-ministersconferentie in Qatar, is een `ontwikkelingsagenda' afgesproken. Tevredenheid bij ontwikkelingslanden over het slotakkoord van de ronde, voorzien voor volgend jaar, en het raamwerk hiervoor, eind deze week, is dan ook een vereiste.