Ruzie op de kermis? Nee, nauwelijks

Een kermis in een klein dorp vormt het hoogtepunt van het jaar. In Friesland wordt er dan altijd gekaatst. En iedereen komt, zelfs de gereformeerden.

Als kind mocht vijftiger Oane Anema uit Arum nóóit naar de kermis. Zijn familie was van gereformeerden huize en meed het `losbandige volksfeest'. De ruimdenkender hervormden in het Friese dorpje gingen wél. Maar de tijden zijn veranderd: anno 2004 vermaken álle Arumers – gelovig of niet – zich op de merke, zoals de kermis hier heet. En Anema, ouderling in zijn kerk, was vele jaren nauw betrokken bij de organisatie van het oorspronkelijk katholieke amusement.

De kermis van het knusse, ruim duizend zielen tellende plaatsje is piepklein: een draaimolen die 'savonds wordt omgebouwd tot een zweef, een schiettent, een `suikerspin', een `grijpkraam', enkele eettentjes. Meer niet. Maar de merke trekt veel bezoekers. Vooral 's zaterdags. Exploitant Gerard Kloosterman van de draaimolen schat dat er vanavond ,,zeker drieduizend'' mensen zijn.

Het publiek bezoekt niet alleen de kermis, maar ook de nabijgelegen feesttent of festiviteiten elders in het fraai versierde Arum.

Heel Arum is vier dagen lang in de greep van de greate merke, ofwel het grote dorpsfeest. Onder het motto minsken dreamen harren winsken (mensen dromen hun wensen) zet de Culturele Commissie volksspelen op touw. De jeugd voert gevechten in `sumo-pakken' met commentaar van Wout Zijlstra, ooit de sterkste man van Friesland, en de plaatselijke bandjes mogen zich op straat uitleven. Maar de kermis staat centraal bij alle vrolijkheid.

De attracties staan opgebouwd in het sportpark en dat is geen toeval. Want daar ligt het speelveld van kaatsvereniging Willem Westra. In Friesland hebben kaatsen en kermis sinds mensenheugenis een bijzondere band. ,,Het is een traditie dat belangrijke kaatstoernooien zijn gekoppeld aan kermissen'', vertelt directeur Frans Dijkstra van de Koninklijke Nederlandse Kaats Bond. ,,Dat zie je in tal van Friese gemeenten. Al tweehonderd, driehonderd jaar gaan sport en plezier samen.''

Voorzitter Wigle Sinnema van Willem Westra: ,,Morgen komt de kaatstop naar Arum. Twaalf gekozen parturen (teams van drie spelers, red.) doen mee. Wij rekenen op 1.500 toeschouwers, van wie een deel natuurlijk ook naar de kermis gaat.''

Sinnema's kaatsclub heeft de kermis onder zijn hoede. Hij doet zaken met de exploitanten, die weinig pachtgeld betalen. Draaimolenman Kloosterman krijgt zelfs geld tóé, zegt Sinnema. Maar alle kinderen mogen dan ook gratis in de molen. Kloosterman `staat' al vele jaren in Arum. Tot zijn tevredenheid. Hij prefereert een dorpskermis boven die in de stad. ,,Alles gaat er wat gemoedelijker aan toe'', vindt hij, ,,het is gezelliger, en de kans op ongeregeldheden is kleiner.''

Wie een kermis bezoekt verbaast zich over het geduld waarmee exploitanten onaangenaamheden verdragen. Hun rust steekt schril af bij alle opgewonden standjes, de harde muziek en de onafgebroken herrie. Kloosterman van de draaimolen: ,,Ik weet niet beter, het vak is me met de paplepel ingegeven. De kermis is mijn brood. De muziek? Die hoor ik het eerste half uur van de middag. Daarna niet meer.''

Het verhaal gaat dat kermispersoneel vaker dan gemiddeld gehoorklachten heeft. ,,Mij niet bekend'', antwoordt Kloosterman. Zijn collega's op de Arumse kermis, Marleen Kooistra van de schiettent en haar nichtje Marijke van de suikerspin, weten het evenmin. ,,Nou'', zegt Marleen, ,,mijn oma is heel oud, ze stond haar leven lang op de kermis en hoort nog álles.''

Beide meiden genieten van de muziek op de kermis. ,,Heerlijk, de orgeldeuntjes hier bij de zweef'', lacht Marijke. Marleen draait in haar schiettent altijd Nederlandstalige liedjes. ,,Ik ben een fan van Frans Bauer. Muziek is niet weg te denken op de kermis. Ga ik eens een keer vroeg naar bed, dan mag-ie dóórgaan, hoor. Hoe harder de muziek, hoe beter ik slaap in mijn woonwagen.'' Ruzie? Die komt op de kermis nauwelijks voor, roepen Marleen en Marijke in koor.

Klopt, zegt Kloosterman. Toch heeft hij wel eens ,,een klier van een jaar of 25'' een draai om de oren gegeven. Met tegenzin, want als er klappen vallen gaan de klanten lopen, voegt hij eraan toe.

Oud-hoogleraar G. Jansen, schrijver van het boek Een roes van vrijheid, kermis in Nederland, beaamt dat. Kermismensen hebben uitstekende sociale vaardigheden, legt hij uit. ,,Die spreken ze aan als er een conflict nadert. Dreigt een klant met `ik sla je de grond in', dan heeft hij meteen zijn antwoord klaar: `Nee toch, mijnheer, ik heb net een openhartoperatie achter de rug'. Hij zegt dat natuurlijk in de microfoon, zodat hij de omstanders op zijn hand krijgt.''

Jansen geeft nog een voorbeeld van de handigheid van kermismensen: ,,Iemand heeft een horloge gewonnen, maar dat blijkt stuk als hij thuiskomt. Zo'n man komt vervolgens met zijn vader en neef verhaal halen op de kermis. De exploitant zegt: `Wie heeft u dat horloge geleverd? Hij daar? Die is hier op proef. Ik stuur hem weg'. Kermismensen zorgen ervoor dat ze altijd de baas blijven'', aldus Jansen.

Socioloog Jansen heeft vastgesteld dat er een haat-liefdeverhouding bestaat tussen de klant en de exploitant. ,,Veel kermismensen denken dat ze worden gewantrouwd door de maatschappij, omdat ze zonder vaste woon- of verblijfplaats zijn. Ze voelen zich underdogs. Als ze 's avonds na afloop van de kermis zitten na te kaarten, dan komen de verhalen. Zo van `die en die burgerman hebben we toch weer mooi in de maling genomen'.''

Dit is het vierde en laatste deel van een serie over kermissen.