Bin Laden kan Bush zege brengen

John Kerry zou Amerika zijn aantrekkingskracht in de wereld kunnen teruggeven. Vandaar dat Al-Qaeda alle belang heeft bij een overwinning van George W. Bush, stelt Timothy Garton Ash vast vanuit Californië.

Zojuist ben ik de Verenigde Staten binnengekomen. Dat was een hele prestatie, want ik reisde op een zogenaamd J-1-visum.

Om dit visum te krijgen, moest ik eerst een formulier invullen om bij de universiteit die mij uitnodigde een tweede formulier aan te vragen. Gewapend met dat formulier heb ik nog drie andere formulieren ingevuld, met onder meer evident relevante informatie als het telefoonnummer van mijn broer, en de namen van twee mensen die die informatie zouden kunnen bevestigen.

Vervolgens moest ik bij Barclays Bank een heel bepaalde kwitantie halen voor de betaalde leges. Toen moest ik een pasfoto inleveren van twee bij twee inch waarop ,,het hoofd (gemeten van de bovenzijde van het haar tot de onderkant van de kin) tussen de 1 en 1 3/8 inch (25 mm tot 35 mm) moet zijn, met de ogen tussen 1 1/18 inch en 1 3/8 inch (28 mm en 35 mm) boven de onderkant van de foto''. Er zijn maar een paar fotozaken die zulke foto's leveren, en toen ik er eenmaal een gevonden had, rekende Snappy Snaps mij 38 euro voor een dubbel stel. Als je de aanvraag voor het eerst indient, komt er nog een gesprek op de ambassade bij.

Gewapend met deze kostbare `adelbrief' ben ik ten slotte op de luchthaven van San Francisco gearriveerd, waar mijn vingerafdrukken werden genomen en waar ik werd gefotografeerd. Ik werd apart genomen voor nader onderzoek, terwijl aan de balie naast mij een functionaris van de Binnenlandse Veiligheid een meisje doodnerveus maakte met indringende vragen naar wat zij met haar Amerikaanse vriendje van plan was. En dan kwam zij, net als ik, nog uit Groot-Brittannië, de naaste bondgenoot van de Verenigde Staten. Denk je in eens in hoe het gaat als je uit Libië of Iran komt.

Ik weet ook wel dat de Verenigde Staten op 11 september 2001 door terroristen zijn aangevallen en dat een paar van die terroristen de VS waren binnengekomen op J-1-visums. Ik begrijp heus dat het land zijn veiligheidsmaatregelen heeft moeten verscherpen.

Maar dit is niet alleen maar privé-gemopper. Bestuurders van vooraanstaande Amerikaanse universiteiten hebben zich er in het openbaar over beklaagd dat door dit soort bureaucratische, bemoeizuchtige procedures het aantal buitenlandse studenten dat genegen en in staat is om in de VS te komen studeren, afneemt. (Ik heb in Londen horen beweren dat dit Britse universiteiten mooie kansen biedt.)

Dit werpt weer de bredere vraag op of de `zachte macht' van de Verenigde Staten – hun vermogen om anderen aan te trekken en te laten doen wat de VS willen omdat die mensen dat prettig vinden – is aangetast door de manier waarop de regering-Bush heeft gereageerd op de aanvallen van 11 september. En dat werpt weer de nog bredere vraag op wie deze oorlog aan het winnen is: Al-Qaeda of de Verenigde Staten.

,,God zegene Amerika'', heeft de dichter Philip Larkin eens geschreven, ,,zo groot, zo aardig en zo rijk.'' En de Amerikaanse hypermacht heeft – in tegenstelling tot de eendimensionale supermacht van de Sovjet-Unie – altijd drie dimensies omvat: de militaire, de economische en de `zachte'.

De zachte macht van een land valt moeilijker te meten dan zijn militaire of economische macht, maar een maatstaf is bijvoorbeeld wat ik de `Vrijheidsbeeld-test' noem. Die komt erop neer dat landen worden beoordeeld naar het aantal mensen erbuiten dat erin wil komen, gedeeld door het aantal mensen erbinnen dat eruit wil.

Zo wilden tijdens de Koude Oorlog velen de Sovjet-Unie verlaten, terwijl maar weinig mensen daar wilden gaan wonen, terwijl honderden miljoenen Amerika binnen wilden, en maar weinigen dat land wilden verlaten. Naar deze ruwe maatstaf gemeten bulkt Amerika nog altijd van de zachte macht.

Toch is over het geheel genomen zijn aantrekkingskracht verminderd, niet alleen door de beschreven bureaucratische procedures, maar ook door Guantánamo, door Irak, door een zekere ruwe, militaristische, nationalistische benadering van de wereld, en door de dwaling dat de `oorlog tegen de terreur' in hoofdzaak, of zelfs uitsluitend, kan worden gewonnen met strijdkrachten, inlichtingendiensten en politie.

Uit de uitkomsten van het wereldwijde onderzoek van het Pew Research Centre valt af te lezen dat de afkeer jegens de Verenigde Staten in de wereld de afgelopen twee jaar ongekende hoogten heeft bereikt. De regering-Bush heeft de economische dimensie van de Amerikaanse macht op het spel gezet door de tekorten van de handelsbalans en de begroting te laten oplopen tot 500 miljard dollar, terwijl zij de militaire uitgaven opvoerde tot 400 miljard dollar, en zij heeft de derde, `zachte', dimensie grotelijks verwaarloosd.

Intussen heeft zelfs die ene op de vijf Amerikanen die een paspoort bezit steeds minder zin om buiten Noord-Amerika op reis te gaan. Eén klein voorbeeld: sinds het jaar 2000 is het aantal Amerikaanse klanten van autoverhuurder Avis in Europa met 40 procent gedaald. Het idee van `Vesting Amerika' leeft.

Zou de links-liberale, Frans sprekende multilateralist John Kerry, die volgende week op de Democratische conventie in Boston serieus met zijn campagne gaat beginnen, dit alles kunnen veranderen, en het imago van Amerika in de wereld zijn oude Kennedy-glans kunnen weergeven? Ik merk dat velen in Europa die vraag al beantwoorden met een stellig `neen'. Zij vinden dat er iets is veranderd op een fundamenteler niveau. Ook al zou Amerika zijn oude vorm herwinnen, dan nog zal het beeld van Amerika daarbij achterblijven.

Toch ben ik daar niet zo zeker van. Misschien komt het doordat ik hier in Californië in de zon zit, en overal om mij heen deze buitengewone, multi-etnische samenleving zie functioneren, maar ik denk dat de dieper liggende aantrekkingskracht van Amerika nog altijd bestaat – beschadigd door 11 september 2001, geslonken door de economische concurrentie van het opbloeiende Azië, maar nog altijd geducht.

Als Kerry met hulp van zijn aansprekende running mate John Edwards ergens een glimpje charisma vandaan weet te halen, en als het opgeblazen ego van Ralph Nader zo goed wil zijn om onder een toepasselijke, milieuvriendelijke bus te lopen, dan heeft de Democraat een kans om ons eraan te herinneren dat het andere Amerika nog altijd bestaat. En dan zal een groot deel van de wereld, zelfs van de Arabische en islamitische wereld, daarvoor gevoelig blijken.

En daarom moet Osama bin Laden, als hij nog tot politieke afwegingen in staat is, mikken op een verkiezingsoverwinning van George W. Bush. De terrorist stelt zich veelal ten doel het `ware', repressieve karakter van de staat waartegen de terreur zich richt aan het licht te brengen, en zodoende meer steun te winnen voor zijn zaak.

Als de Verenigde Staten alleen maar waren opgetreden in Afghanistan en zich vervolgens hadden toegelegd op het opvegen van de restanten van Al-Qaeda, dan zou Amerika nu in de `oorlog tegen de terreur' duidelijk aan de winnende hand kunnen zijn.

Maar de regering-Bush heeft – zoals Bin Laden moet hebben gehoopt – buiten proportie gereageerd en zo, met Irak en Guantánamo, wervingsbureaus voor Al-Qaeda op touw gezet waarvan Osama alleen maar had kunnen dromen.

Daarom is het nu zo, in deze omgekeerde wereld vol averechtse ironie, dat de Republikeinen heimelijk hun extreemste tegenstander Ralph Nader steunen, omdat hij John Kerry stemmen zal kosten; en dat de terroristen van Al-Qaeda Bush zullen steunen, omdat hij hun beste wervingsofficier is.

Maar kunnen zij invloed uitoefenen op de uitslag van Amerikaanse presidentsverkiezingen? Nou en of. Een grote terroristische aanslag op Amerikaans grondgebied een paar dagen voor 2 november zal vrijwel zeker niet de uitwerking hebben die de bomaanslag in Madrid kort voor de Spaanse verkiezingen heeft gehad: zwevende kiezers naar het anti-oorlogskamp drijven.

Volgens een recente opiniepeiling van de Economist was de aanpak van de `oorlog tegen de terreur' een van de weinige gebieden waarop de Amerikaanse kiezers de voorkeur gaven aan Bush boven Kerry, dus naar alle waarschijnlijkheid zou de zittende president op een golf van patriottische solidariteit kunnen rekenen.

Kortom: of Bush wordt gekozen, zou kunnen afhangen van het meedogenloze vernuft van Al-Qaeda, en of Kerry gekozen wordt, van de bekwaamheid waarmee Bush' ministerie voor Binnenlandse Veiligheid Al-Qaeda's plannen weet te verijdelen.

Timothy Garton Ash is schrijver en historicus. Hij is verbonden aan het St. Antony's College in Oxford. Zijn nieuwste boek `Free world: why a crisis of the West reveals the opportunity of our time' verscheen onlangs bij Penguin.