Een vierkant vlammetje zonder lont

Deze maand waren de eindexamens van de kunstacademies. In een korte serie vandaag Erik van Kooten, die afstudeerde in 3D-design aan de Academie Arnhem.

Iedereen houdt van een vlammetje in de huiskamer, ook ontwerper Erik van Kooten die deze maand afstudeerde als 3D-designer aan de Academie Arnhem. Maar zou een olievlammetje zonder lontje kunnen branden? Van Kooten sloeg aan het experimenteren en kwam op gips als transportkanaal voor de olie. Op zijn examenexpositie stond zijn `Gipskaars` mysterieus te vlammen. Daarnaast stond een een toverachtig schemerlampje met tientallen lichtpuntjes als sterren en een doorzichtig kuipstoeltje met een opvallende motorfietsveer.

Van Kooten: ,,Bij keramiek had ik met gips gewerkt, daar zuigt het vocht uit de klei en toen dacht ik hé, het kan ook olie opzuigen. Ik wilde proberen of de olie boven het gips wilde branden zonder lontje. Eerst lukte het niet, want de olie moet op temperatuur komen.'' Hij ontdekte dat je lampolie hebt met verschillende ontbrandingstemperaturen. Olie van 65 graden ging na tien seconden met de aansteker erbij branden.

Voor Van Kooten (34) is vormgeving een late roeping. Na de MEAO, de HEAO en een paar jaar werken besefte hij dat bedrijfseconomie toch niet helemaal zijn vak was. Hij wilde terug naar school om iets technisch te gaan doen. ,,Met mijn handen werken en zelf dingetjes bedenken.'' De kunstacademie betekende wel fors minder inkomen. Een studiebeurs kreeg hij niet meer, maar zijn toenmalige vriendin betaalde mee en hij ging zelf twee dagen per week bij de Praxis op de afdeling hout en bouw werken.

Aan het lontloze vlammetje boven een plat vlak ontdekte Van Kooten nog een opvallende eigenschap: je kon de vorm van de zwevende vlam veranderen. Het model waarvan hij er op de expositie al een stuk of twintig verkocht is vierkant. Thuis laat hij experimenten zien met een soort van s-vorm. ,,Mensen kijken met verbazing naar het vlammetje, ze vinden het leuk en vragen me waarom nog nooit eerder iemand dat bedacht heeft. En ze vragen `Hoe kom je daar nou op?' Door er mee bezig te zijn, gewoon.'' Het vlammetje brandt boven een plaatje gips op een vijftien centimeter hoog voetstukje, dat een bekertje met olie afdekt. Een draadje zuigt de olie naar de onderkant van het vlamplaatje. Het voetstuk is een afgietsel van een saladebakje uit de supermarkt. ,,Ik vind dit wel een mooie vorm'', zegt Van Kooten.

Dat is zijn stijl. Niet theoretisch of vanuit een concept de vorm of het gebruiksmoment analyseren, maar denken met je vingers. ,,Als je gaat zitten prakkizeren, komt er niks uit. Je moet bezig zijn.'' En een beetje tegendraads zijn. Tijdens de praktijklessen van een klokkenfabrikant op de academie greep Van Kooten terug op een zandloper en maakte daar een `Olieloper' van. De tijd verstrijkt terwijl blauwe olie opwelt naar het bovenste segment.

De blikvanger van zijn examenopstelling was een sierlijk, paddestoel-achtig lampje bezaaid met lichtpuntjes. Het zijn er 448, volgens Van Kooten, die met de hand al die draadjes glasvezel in een mal plaatste voor hij die met gietsteen vulde. In het centrum is ruimte gelaten voor een spaarlamp die het licht door de honderden draadjes stuurt. ,,Je moet er omheen lopen. Dan is het net alsof het licht je volgt.'' Inderdaad zijn er steeds andere puntjes die het felst schijnen, wat een sprookjesachtige sfeer geeft.

Voor zijn basisinkomen blijft Van Kooten voorlopig een paar dagen per week in de bouwmarkt werken. ,,Ik wil nu eerst mijn examenwerk in productie zien te krijgen. De Olieloper kan in speelgoedwinkels en de Gipskaars in winkeltjes en galeries.''

Dit is deel 3 van een serie. De vorige afleveringen staan op www.nrc.nl