Survivaltochten als training voor de Tour

Bjarne Riis, manager van de wielerploeg CSC, koestert een toekomstige Tourwinnaar. Maar kan de Italiaan Ivan Basso deze week Lance Armstrong van zijn zesde Tourzege afhouden?

Op blote voeten, in het wielertenue van zijn eigen ploeg en met zijn fietsschoenen in de hand liep Bjarne Riis gistermiddag door de lobby van het hotel in Orange, op weg naar een verkwikkende douche. De rustdagen in de Tour benut hij om zelf even te fietsen, ook als het buiten 36 graden is. Een half uur zat hij opgepropt in een klein zaaltje dat CSC had afgehuurd voor de persconferentie van de Deense ploegmanager en zijn kopman Ivan Basso, de grootste rivaal van Tourfavoriet Lance Armstrong. Riis wilde beginnen, maar het bleef rumoerig. De schoolmeester in hem kwam naar boven. ,,Als ik iets tegen mijn renners zeg, verwacht ik dat ze stil zijn. Dat geldt ook voor jullie.'' In combinatie met zijn dwingende blik bereikte hij het beoogde effect.

Basso, afgelopen vrijdag ritwinnaar in de bergetappe naar La Mongie, zag de eenakter geamuseerd aan. Hij kent de opvoedkundige kwaliteiten van zijn baas maar al te goed. Riis wil niet alleen goede renners in zijn ploeg. De 40-jarige Deen die sinds 2000 zijn eigen ploeg leidt, probeert van zijn renners betere mensen te maken, voorbeeldige individuen die voor elkaar door het vuur gaan. ,,Er zijn veel renners die niet met onze filosofie en mentaliteit zouden kunnen leven'', merkte hij op. Voor egoïsten heeft Riis geen plaats. In het belang van de teamgeest verlangt hij dat renners eerlijk en loyaal zijn.

Spraakmakend zijn de trainingskampen van CSC voorafgaand aan elk wielerseizoen. De survivaltrainingen die de renners van Computer Sciences Corporation onder leiding van een Deense oud-commando ondergaan, resulteren in een bijzondere teamgeest. De rillingen lopen Basso nog over de rug als hij vertelt hoe hij om één uur 's nachts in het pikkedonker van een zes meter hoge rots in het water moest duiken. ,,Het was zwart beneden, je kon niks zien.'' En op Lanzarote ging de ploeg met een boot het water op, om vervolgens terug te zwemmen naar de kust. ,,Ik werd in het water gegooid'', zei de renner die niet kan zwemmen, ,,en m'n acht ploeggenoten hielpen me weer terug aan land.'' Dat gebeurde met behulp van een surfboard. Riis: ,,Je geeft ze verantwoordelijkheid en je leert ze om dingen voor anderen te doen: dat helpt hen in moeilijke situaties. In de Tour zie ik daar elke dag voorbeelden van.''

Zijn filosofie is de vrucht van zijn jarenlange ervaringen als renner. ,,Ik ben nu de eigenaar en de leider van een ploeg, dus ik kan doen en laten wat ik wil. Ik bouw aan een team dat zijn gelijke niet kent, een team met een filosofie. Ik wil iets speciaals creëren en tot nu toe lukt dat aardig.'' Touretappes winnen met meerdere renners – een belangrijk verschil met Armstrongs US Postal – na drie weken bovenaan staan in het ploegenklassement en een Tourwinnaar afleveren; eens moet het allemaal kunnen. ,,Absoluut.''

Voor het vierde opeenvolgende jaar levert CSC bijzondere prestaties in de Tour. Het begon drie jaar geleden met Laurent Jalabert. De Fransman won twee etappes en zag een lange solo in de Pyreneeën bekroond met de bolletjestrui. Een jaar later nam Jaja na de Tour afscheid van de wielersport, opnieuw als winnaar van het bergklassement. Door de komst van Jalabert durfden ook andere renners de overstap naar de Deense formatie te maken.

In 2003 reed Tyler Hamilton als kopman van CSC bijna de gehele Tour met een barstje in zijn sleutelbeen. Met die blessure won de Amerikaan – die als kopman van het Zwitserse Phonak de huidige Tour heeft verlaten – nog een rit, net als CSC-renners Jacob Piil en Carlos Sastre. Het optreden van CSC in de Tour van 2003 werd bekroond met de zege in het ploegenklassement.

Hamilton vertrok en Basso kwam. De Italiaan was in de Pyreneeën de enige die het tempo van Lance Armstrong kon bijhouden en hij geldt daarom als de belangrijkste rivaal van de Amerikaan. Als hij er deze week niet in slaagt Armstrong te onttronen, probeert hij het gewoon volgend jaar. Opnieuw als renner van CSC, waar hij een contract tot en met 2006 heeft. Basso, die na drie jaar bij de Italiaanse ploeg Fassa Bortolo ,,met hart en ziel'' voor CSC koos, heeft een blind vertrouwen in Riis. ,,Ik ben rustig, en niet bang. Ik op de fiets, Bjarne achter me in de ploegleiderwagen.''

In het leven is alles mogelijk, is het credo van Basso. Dus waarom zou hij deze Tour niet kunnen winnen? Riis en Basso achten een zwak moment van Armstrong een voorwaarde om te kunnen toeslaan. ,,Maar vergeet niet dat Lance de laatste vijf Tours heeft gewonnen'', onderstreepte Basso. ,,Vorig jaar door één keer aan te vallen. Als er een mogelijkheid is, dan zal ik die benutten. Maar ik wil niet voor niks aanvallen. Aan een aanval die vijftien of twintig seconden oplevert, heb je niets. En voor een goede aanval heb je goede benen nodig. Pas op de dag zelf weet je of je die hebt.''

Mocht Armstrong dit jaar opnieuw onoverwinnelijk zijn, dan acht Riis Andreas Klöden als de grootste bedreiging voor de tweede plek van Basso. Als de Duitser en de Italiaan progressie blijven maken, dan is de kans groot dat zij de komende jaren om de gele trui zullen duelleren. Overigens heeft Riis zijn oud-ploeggenoot (bij Telekom) Jan Ullrich nog niet afgeschreven. ,,Hij rijdt nu goed, maar niet goed genoeg om de Tour te winnen. Jan wordt altijd beter in de laatste week en als hij straks in de Alpen heel goed is, kan hij nog op het podium komen. Armstrong is stabieler dan vorig jaar. Niet meer zo sterk als in 2001, maar nog goed genoeg om de Tour te winnen.''

Basso vond 32 jaar helemaal niet oud voor een Tourwinnaar, zei hij desgevraagd in redelijk te volgen Engels, af en toe gesouffleerd door Riis en de pr-man van de Deense ploeg. ,,Bjarne was 35 toen hij de Tour won'', zei de Italiaan terwijl hij zijn ploegleider aankeek en daarbij een bevestiging verwachtte. Riis knikte – hij was immers 32 toen hij Miguel Indurain in 1996 van diens zesde opeenvolgende Tourzege afhield, en kon er wel om lachen.