De `nieuwe mislukking' van Belgrado

Belgrado werkt niet mee met het Joegoslaviëtribunaal, meldt hoofdaanklaagster Del Ponte. Goed nieuws over de arrestatie van Karadzic blijft uit.

Bijna zes weken geleden kondigde hoofdaanklaagster Carla Del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal de arrestatie van Radovan Karadzic aan. De vroegere leider van de Bosnische Serviërs, aangeklaagd voor de massamoord in Srebrenica, zou nog vóór eind juni in de cel in Scheveningen zitten. Er gebeurde niets, volgens een Bosnische krant waren de onderhandelingen met Karadˇ­zic mislukt. Carla Del Ponte zelf zei er niets mee over.

Gistermiddag gaf Del Ponte een persconferentie in het tribunaal in Den Haag. Ze zag er tevreden uit toen ze binnenkwam en er waren journalisten die er zeker van waren dat ze haar verklaring zou beginnen met `We got him' – net als de Amerikaanse bestuurder in Irak toen hij de arrestatie van Saddam Hussein bekend maakte. Maar Del Ponte was niet gekomen om het over Karadzic te hebben. Ze was gekomen om te vertellen dat ze de regering van Servië en Montenegro had betrapt. Want belangrijke politici in Belgrado zéggen wel dat ze willen samenwerken met het tribunaal, maar Carla Del Ponte wist nu zeker dat dat niet waar was.

Een week geleden, op dinsdag 13 juli om half tien 's ochtends, had het tribunaal aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Belgrado de aanklacht overhandigd tegen Goran Hadzic, de Kroatische Serviër die zichzelf begin jaren negentig president noemde van de eenzijdig uitgeroepen `Servische republiek Krajina'. Er zat een opsporingsbevel bij de aanklacht, die nog geheim was, en het tribunaal had aangegeven waar Hadzic woonde.

Bij het huis van Goran Hadzic stond op die dag iemand van het tribunaal. Die zag dat Hadzic om acht minuten over half één zijn huis verliet en veertig minuten later weer terugkwam. De rest van de middag bracht hij door met zijn familie. Om één minuut voor half vijf ging hij weg met de auto, hij had een tas bij zich. Om tien voor zeven werd zijn auto teruggebracht door iemand anders. Carla Del Ponte zei gistermiddag dat Hadzic sinds die dag niet meer thuis was geweest. ,,Mijn bureau heeft foto's van deze gebeurtenissen. Die zullen worden overhandigd aan de autoriteiten.''

Volgens Del Ponte ging de Servische politie pas op woensdag 14 juli naar Hadzic zoeken, en op donderdag 15 juli werd gemeld dat hij niet thuis was. De politie had geen idee waar hij wél was.

Del Ponte zei dat het de tweede keer was dit jaar dat een verdachte ervandoor ging net nadat de aanklacht tegen die verdachte in Belgrado was afgeleverd. Ze zei ook, met een cynische glimlach, dat deze ,,nieuwe mislukking'' van Belgrado om samen te werken met het tribunaal haar had verbaasd. De net gekozen Servische president Boris Tadic had in zijn allereerste presidentiële toespraak gezegd dat de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal prioriteit had ,,omdat die onze commitment bewijst aan Europese waarden en een basisvoorwaarde betekent voor Europese en Euro-Atlantische integratie''. Ze had nog meer recente citaten van vooraanstaande Servische politici, en aan het eind van haar verklaring zei ze dat Belgrado nu moest kiezen: óf de autoriteiten gingen nu eindelijk daden bij hun woorden voegen, óf ze deden dat niet – en dan zou het tribunaal de VN-Veiligheidsraad laten weten dat de regering van Servië en Montenegro niet voldeed aan de verplichting met het tribunaal samen te werken.

Del Ponte weigerde vragen te beantwoorden nadat ze haar verklaring over Goran Hadzic had voorgelezen. Het was haar, zei ze, ,,niet toegestaan'' verder nog iets te zeggen. Dat is een bijzondere uitspraak voor iemand in haar positie – Del Ponte wil zich, net als haar voorgangers Richard Goldstone en Louise Arbour, graag zo onafhankelijk mogelijk opstellen. Del Ponte kan zich dat nu blijkbaar niet veroorloven en het past bij haar manier van optreden dat ze dat dan ook laat merken. Vorig najaar werd haar contract als hoofdaanklager bij het Joegoslavië-tribunaal verlengd, maar haar functie als hoofdaanklager bij het Rwanda-tribunaal raakte ze kwijt. Bij de belangrijkste lidstaten van de VN was er veel kritiek op haar. Ze zou zich in diplomatieke contacten onhandig gedragen. Nu had ze een hard bewijs in handen. Daar hoefde ze, vond ze zelf, niets aan toe te voegen. De regering van Servië en Montenegro moet nu – ,,als de beloften leeg blijven'' – door de internationale gemeenschap onder druk worden gezet.