De les van Paaseiland

U wijdt een interessant artikel aan de theorie van prof. Jared Diamond over de ondergang van de beschaving op Paaseiland en de les die wij daaruit kunnen trekken (W&O, 19 juni). Nederlanders hebben wel toegang tot engelstalige publicaties, omgekeerd zelden. Daarom moge hier als aanvulling worden gewezen op de belangwekkende publicatie van prof. Jan J. Boersema `Hoe Groen is het Goede Leven'. Een uitwerking van zijn inaugurele rede aan de Vrije Universiteit op 3 oktober 2002. Hij gaat daarin in het bijzonder in op de achteruitgang van de cultuur op Paaseiland. In de literatuurlijst staan van Diamond `Easter's End' en `Guns, Germs and Steel' vermeld. Toch komt hij tot een andere conclusie, die minstens het kennisnemen waard is.

Onder leiding van Jacob Roggeveen hebben De Thienhoven en twee andere schepen hebben Paaseiland ontdekt op zondag 5 april 1722, Eerste Paasdag. Vandaar de naam. Nadien zijn er andere expedities geweest, zodat er heel wat over de beschaving van het Paaseiland bekend is, met plaatjes en al.

Door de zogeheten overshoot, te hoge druk op het milieu, voornamelijk door ontbossing, verandert de aanvankelijk rijke cultuur in een arme cultuur. Maar er is geen sprake van een `Collapse'. een ineenstorting. waarnaar de komende publicatie van Diamond verwijst. Die is ontstaan door de slavenhandel en de invoering van westerse ziektes, zoals syfilis en pokken. Dramatisch dieptepunt die de beschaving definitief tegronde heeft gericht was de overval op het eiland in 1863 door Peruviaanse slaven-handelaars. Een groot deel van de bevolking werd weggevoerd. verkracht en vermoord. Pierre Loti beschrijft het eiland in 1872 als een `enorme knekelplaats'. Tenslotte waren er in 1882 nog maar 67 mannen, 39 vrouwen en 44 kinderen over – veel te weinig om de originele zij het verschraalde beschaving in stand te houden. Niet de ontbossing en de gevolgen daarvan, maar agressie en ziektes hebben de beschaving tenslotte om zeep geholpen. Aldus Boersema, die er overigens voor pleit om het groen juist wel in stand te houden om ons eigen hoge welvaartspeil te handhaven.