Dansers als bizarre reptielen

Zouteloos, bloedeloos en humorloos: het is de weinig optimistische conclusie na het zien van Zoo van de in België werkende Zwitser Thomas Hauert. Hij behoort tot de stroming der `conceptuelen' die gelieerd zijn aan het Brusselse opleidingsinstituut P.A.R.T.S. die wel vaker vervalt in publieksonvriendelijke en kunstzinnig oninteressante voorstellingen.

Hauert (1967) noemt Zoo een bewegingscompositie en daarin heeft hij gelijk. De zes dansers bewegen als krioelende insecten over de vloer of vormen rennend caleidoscopische patronen op de muziek van Händel. De schijnvorm levert echter weinig op. De met opzet antidansante flubberbewegingen en de schoolse na-aperij van de ren-choreografieën van Anne Teresa de Keersmaeker, vervelen snel.

In een voorstudie voor een avondvullende voorstelling volgend jaar toont choreografe Nanine Linning de eerste resultaten van een duet met de naam Bacon. Inspiratiebron is het werk van kunstenaar Francis Bacon die de geschilderde mens en zijn lichaam deconstrueert tot van angst en pijn verwrongen eenzaamheid. Dankbaar materiaal voor een choreograaf maar ook gevaarlijk onovertrefbaar. Linning opent met een prachtig beeld waarin zijzelf en Scapino-danser Ederson Rodrigues Xavier op plankjes aan de muur weggekropen zitten. Met geknakte ledematen schuiven de twee als bizarre reptielen over de vloer en kruipen later in elkaar als de zeeslangen in het Griekse Laocoon-beeldhouwwerk. Linnings taal in het duet is nieuw, maar de hang naar esthetiek wint het nog van risico en rauwe pe gekte.

Een aangename verrassing was de nieuwste productie van de Chinese choreografe Wen Hui en haar Living Dance Studio uit Peking. Onlangs zorgde zij nog voor discussie met haar voorstelling Report on giving Birth dat vrouwen en hun barensweeën centraal stelde. Haar nieuwere Report on body uit 2002 gaat over de rol van de vrouw in een zich moderniserend China.

Voor menig Chinees schijnt het werk van Wen Hui schokkend hip en taboedoorbrekend, `wij' zien het als relatief normaal modern danstheater dat ingenieus in elkaar zit en op westerse leest geschoeid lijkt. Sterker nog: ze overtuigt op alle `westerse' fronten. De dansers zijn sterke persoonlijkheden, de beelden zijn even poëtisch als naturalistisch, even plat als mysterieus, de muziek even Chinees als een elektronisch vervormde soundtrack. Vooral het gebruik van video is bijzonder: cineast Wu Wenguang filmt bijvoorbeeld live het publiek terwijl de danseressen een gefilmde man in het publiek op het filmdoek betasten. Het stuk kent meer videografische verfijningen. De ene keer is de voorstelling een installatie, dan weer kolderiek mimisch cabaret. Betrokken, humorvol en suggestief, is Report on body de sympathieke verrassing van Julidans 2004.

Julidans: Zoo, Bacon en Report on body (nog te zien 15/7). Gezien 13 en 14/7 Bellevue en Stadsschouwburg Amsterdam. Inl. www.julidans.nl