Puinruimen kost rugby geld en geduld

Een nieuw bondsbestuur moet het zowel sportief als financieel noodlijdende Nederlandse rugby uit het moeras trekken.

Het was een onvermijdelijke paleisrevolutie. Volgend op aanhoudend bestuurlijk falen en uitgevoerd door enkele rugbyfanaten, die weigerden nog langer toe te zien hoe hun geliefde sport nog dieper de afgrond ingleed. Want: ,,Rugby heeft toekomst, ook in Nederland'', meent Gerard Kemps, sinds anderhalve maand bondsvoorzitter van de Nederlandse rugbybond (NRB).

Maar hoe vaak zijn dergelijke opbeurende geluiden al niet verkondigd in het van oudsher amateuristische en studentikoze wereldje? ,,Heel vaak'', weet Kemps (54), en dus beseft de oud-voorzitter van de Leidse ereklasser DIOK dat scepsis vooralsnog zijn deel is. Kemps, zuchtend: ,,De afgelopen jaren verdienen niet de schoonheidsprijs. We moeten niet alleen sportief én financieel orde op zaken stellen, we moeten ook onze geloofwaardigheid herwinnen.''

Jaren van gesteggel tussen bond en clubs hebben het imago van de sport met de ovalen bal ernstig bezoedeld. Tel daarbij de vrije val van de nationale A-ploeg en het financiële wanbeleid van de voorbije jaren, en het beeld is compleet: een bond waar de betonrot inmiddels het fundament heeft aangetast.

Geen wonder dan ook dat de zittende voorzitter en penningmeester twee weken geleden tijdens de laatste algemene ledenvergadering hun conclusies trokken en opstapten. Kemps en zijn geestverwanten namen de macht over, met instemming van de leden. ,,Toen alle cijfers uiteindelijk op tafel lagen, was het overduidelijk: ingrijpen was noodzakelijk.''

Maar de erfenis stemt niet vrolijk. Een faillissement is weliswaar afgewend, maar de amper 5.500 leden tellende bond kampt met een relatief hoge schuldenlast: bijna 300.000 euro (op een jaarbegroting van 750.000 euro). Een contributieverhoging (veertig euro per lid, verspreid over vier jaar) moet de ergste nood ledigen. Daarnaast verdwijnen op het bondsbureau in Amsterdam vier van de zeven arbeidsplaatsen. Bovendien zal drastisch worden gesnoeid in de kosten van het Rugby Centrum.

Eén bestuurslid doorstond de storm: Bart Wierenga, de topsportcoördinator die het financiële wanbeleid aan het licht bracht. Zijn voormalige collega-bestuurders wil hij niet afvallen, want: ,,Ze hebben de zaak niet bewust laten ontploffen.'' De oud-international is ,,allang blij dat er nu eindelijk helderheid is, en we weer vooruit in plaats van achteruit kunnen kijken''. Maandenlang hield Wierenga, mede-auteur van een ambitieus topsportplan, zijn kaken op elkaar. Zolang de financiële onderbouwing ontbrak, kon en wilde hij niets zeggen. Nu blijkt dat zijn `langetermijnvisie toprugby' bij gebrek aan financiële slag- en draagkracht zo weer door de papierversnipperaar kan.

Maar zo makkelijk laat Wierenga (43) zich niet uit het veld slaan. ,,Geld is niet zaligmakend. Van belang is de wil om in jezelf te investeren. Dat geldt voor ons, dat geldt voor spelers én voor trainers. Je moet willen en je moet durven. Daar begint het mee, dat geld komt later wel. Het is nu één stap terugdoen om straks weer twee passen vooruit te kunnen zetten.''

Centraal in het plan van aanpak staat het opleiden en het ondersteunen van trainers, scheidsrechters en begeleiders. Want dat is de grote makke van het Nederlandse rugby, weet Wierenga: een schrijnend gebrek aan kennis én aan samenwerking. Daardoor is Nederland aan alle kanten voorbij gehold in een sport die de afgelopen tien jaar onder druk van de commercie een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt.

En dus rest het Nederlandse rugby niets anders dan een inhaalslag, beseft Wierenga. ,,We moeten naar een gemeenschappelijke visie en een herkenbare speelstijl, van hoog tot laag. Niet-aanwezige kennis zullen we van buiten moeten halen, in de vorm van clinics. Rugby is zo'n complexe sport dat je bovendien niet ontkomt aan specialisten. Met één coach en één assistent red je het niet.''

Wierenga had al een ervaren en in Nederland woonachtige rugbyrot (John Killingly) bereid gevonden om in dienst te treden als middelpuntvliedende kracht. Financiële onduidelijkheid stond de aanstelling van de Engelsman in de weg. Killingly is inmiddels niet meer beschikbaar.

Behalve teruggeworpen op de eigen achterban (tachtig clubs) en creativiteit is de bond voor het saneren van de schulden aangewezen op de bereidwilligheid van sportkoepel NOC*NSF en het ministerie (VWS). Beide hebben de NRB niet laten vallen, stelden Kemps en Wierenga de afgelopen weken tevreden vast. ,,We zijn nog welkom, en dat is al heel wat'', zegt de laatste. ,,Natuurlijk word je overvallen door plaatsvervangende schaamte, zodra je uitlegt wat zich de afgelopen tijd achter de schermen heeft afgespeeld. Maar we willen verder en kunnen dus maar beter open en eerlijk zijn.''

Helder is ook het doel voor de nationale ploeg. Die moet binnen twee jaar teruggekeerd zijn in de op één na hoogste divisie van het Europese rugby, de B-poule. Volgend voorjaar begint de lange reeks van WK-kwalificatieduels voor de eindronde van 2007.

Eén voordeel heeft de NRB: een machtige beschermheer annex suikeroom, de internationale rugbyfederatie. In Nederland mag het gestoei met lijf en leden dan weinig tot niets voorstellen, wereldwijd is The Oval Game een grote en florerende sport, getuige onder meer het (kas)succes van het laatste WK. ,,Het is niet zo dat zij zomaar even de geldkraan opendraaien'', zegt Wierenga. ,,Wij moeten wel degelijk een doortimmerde visie neerleggen. Maar goed, men is ons goed gezind. Dat is inderdaad een geluk bij een ongeluk.''