Hof VN: Israëlische `muur' moet weg

De constructie van de Israëlische `muur' op bezet Palestijns gebied en rondom Oost-Jeruzalem is in strijd met internationaal recht en Israëls internationale verdragsverplichtingen. Het bouwwerk moet zo snel mogelijk ontmanteld worden. Palestijnen wier rechten zijn geschonden moeten hun land en olijfgaarden terugkrijgen en als dat niet meer mogelijk is gecompenseerd worden.

Dat is de mening van veertien van de vijftien rechters van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. De dissidente rechter is de Amerikaan Thomas Buergenthal. De Nederlandse rechter Pieter Kooijmans steunde de meerderheidsopinie, maar stemde net als Buergenthal tegen een door de meerderheid gesteunde oproep aan alle landen van de Verenigde Naties om maatregelen tegen het Israëlische bouwwerk te nemen.

De `adviserende opinie' van het Hof, dat zich op verzoek van de Algemene Vergadering van de VN over de legitimiteit van de 720 kilometer lange muur heeft gebogen, werd vandaag bekend door vroegtijdige publicatie op de website van het Hof en in het Israëlische dagblad Haaretz. In reactie op het uitlekken verklaarde het Hof vanmorgen dat ,,de enige authentieke tekst'' de verklaring is die vanmiddag officieel voorgelezen wordt.

Het Hof noemt de constructie van staal, elektronica, militaire wegen en beton consequent ,,de muur'', daarmee de terminologie van de Algemene Vergadering van de VN en de Palestijnen overnemend. Volgens Israël gaat het om een tijdelijk veiligheidshek. De uitspraken van het Hof hebben geen bindend karakter, maar kunnen de basis vormen van acties van de Algemene Vergadering en van de Veiligheidsraad. Verwacht wordt dat ook het Israëlische Hooggerechtshof, dat vorige week een wijziging van het traject gelastte, door de internationale rechters beïnvloed zal worden.

Volgens een meerderheid van de internationale rechters vormt de muur ,,een ernstige inbreuk op een aantal rechten van Palestijnen in het door Israël bezette gebied en die inbreuken kunnen niet gerechtvaardigd worden door militaire vereisten''. Die inbreuken op het recht op bewegingsvrijheid, werk, onderwijs en gezondheidszorg zijn ontstaan door de gekozen route, grotendeels op bezet gebied, en het begeleidend militair regime met speciale passen, afsluitingen van doorgangshekken en speciale bepalingen, waar honderdduizenden Palestijnen grote hinder van ondervinden.

Het Hof erkent dat Israël het doelwit is van aanhoudend dodelijk geweld en de plicht heeft de burgers te beschermen. ,,De genomen maatregelen moeten niettemin in overeenstemming zijn met passend internationaal recht'', aldus het Hof. Ook in tijden van oorlog of gewapend conflict geldt de bescherming die voortvloeit uit internationaal afgesproken verdragen en conventies op het terrein van de mensenrechten.

De rechters onderstrepen dat de muur niet op Israëlische grondgebied wordt gebouwd, maar grotendeels op de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever.

[vervolg MUUR: pagina 5]

MUUR

'Israël creëert fait accompli'

[vervolg van pagina 1]

Aangezien het hier een bezetting betreft moet Israël de verplichtingen die voortvloeien uit ondertekening van de Vierde Geneefse Conventie en aanvullende protocollen uitvoeren. Dat betekent in de praktijk dat de burgerbevolking goed behandeld moet worden en dat zij niet gehinderd mag worden in hun verschillende vrijheden. Israël heeft altijd bestreden dat het om een bezetting van soeverein land gaat en weigert daarom de Vierde Geneefse Conventie uit te voeren.

Het argument van Israël dat de muur uitsluitend een tijdelijke maatregel is om de Israëlische bevolking te beschermen en dat de muur zal worden afgebroken zodra er een vredesverdrag met de Palestijnen is, wordt door een meerderheid van de rechters niet geaccepteerd. In de `adviserende opinie' wijzen zij erop dat de route zodanig is gekozen dat tachtig procent van de 320.000 kolonisten binnen de muur komt te wonen.,,Er wordt een fait accompli op de grond gecreëerd die zeer wel permanent kan worden en dat zou neerkomen op een de facto annexatie'', aldus het document. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft zich in Resolutie 242 van december 1967 uitgesproken tegen annexatie en de rechters wijzen erop dat het veroveren van grondgebied door middel van een gewapend conflict nog steeds strijdig is met het VN-verdrag en een reeks van overeenkomsten.

De regering in Jeruzalem is eerder deze week al aan een internationaal offensief tegen het advies van het internationaal Hof begonnen en verwacht dat de Europese Unie en de Verenigde Staten geen belang zullen hechten aan de meerderheidsopinie van het Hof. Isräel had ook tevoren laten weten dat ze de mening van het HOF naast zich neer zou leggen. De Palestijnen organiseren vandaag demonstraties in de bezette gebieden tegen de muur en eisen dat Israël onder internationale druk wordt gezet om te bouw te stoppen en de muur af te breken.

Volgens de Europese Commissie lijkt de uitspraak de mening van de EU te bevestigen dat de Israëlische muur illegaal is en moet worden verwijderd van Palestijnse grond.