In het recht gaan knikkers voor het spel

Het plan van Maurits Barendrecht om de rechtsstaat te moderniseren en klantvriendelijker te maken, is naïef, meent J .Th. Degenkamp. Met vriendelijkheden en een organisatieadviseur van buiten red je het niet.

Volgens hoogleraar privaatrecht Maurits Barendrecht (Opiniepagina, 1 juli) stamt de manier van werken in onze rechtsstaat uit vorige eeuwen. Het gaat daarbij om regelgeving, geschiloplossing en de democratie. Wij zuchten onder een vloed van regels, de weg naar het recht is een hindernisbaan en met de democratie is het tobben geblazen. Terecht wijst hij erop dat `nieuwe dingetjes' als mediation niet helpen, zolang verouderde instituties hun machtspositie blijven houden.

Barendrecht gebruikt niet het woord machtsposities, hij spreekt over centrale posities. Machten en belangen komen in zijn stuk alleen op de achtergrond aan de orde. Vrij zwevend wordt voorgesteld ,,personen buiten de rechtsstaat'' in te schakelen om de zaak eens door te lichten. En de rechtsstaat moet worden: ,,Speelser, prettiger, warmer, menselijker. Voor ons.'' Wie kan daar tegen zijn?

Maar wie is ons? De gedetineerden die `vrijwillig' samen op één cel het rapport met de leuke titel `Kiezen voor delen' lezen? De commissarissen en bestuurders van vennootschappen, die vrolijk lachend de corporate governance code van Tabaksblat lezen, omdat zij weten dat hun beleid altijd in overeenstemming is met deze code als hun algemene vergadering dat beleid dekt?

Barendrecht leeft nog in het Arcadië waarin de staat er voor `ons' is. Een vriendelijke gedachte, een geestelijke kleinzoon van Van Mierlo waardig. Wij gooien er een organisatieadviseur tegenaan en alles zal beter worden.

Realistischer lijkt mij een visie waarin wordt gesteld dat het in het recht om de knikkers gaat en niet om het spel.

Recht kan het beste worden gekarakteriseerd als beleid, als politiek met andere middelen. Machten en belangen van – in laatste instantie – mensen regelen dat systeem en worden (soms) door dat systeem geregeld. Recht is mensenwerk en mensen hebben in een samenleving geen enkel bezwaar tegen regelingen die niemand in zijn privé-belang treffen. Maar die situatie doet zich in de praktijk lang niet altijd voor. Zijn er belangentegenstellingen, dan er moet gekozen worden, en winnen sommigen en verliezen anderen.

Het vredelievend verloop van dit proces is de laatste jaren ernstig gefrustreerd door het politieke verraad van de sociaal-democraten, die door een dolzinnig verzelfstandigingsproces een ondoorzichtige bende van de overheid hebben gemaakt en die voorts door een neoliberale ideologie te omhelzen een dikke deken over bestaande politieke tegenstellingen hebben gelegd.

Een bijna voorspelbaar nevenproduct van Paars was politieke potsenmaker Fortuyn, die alles zei wat hij dacht, in het politieke vacuüm dook met als resultaat dat het publieke beschavingsniveau flink omlaag is gebracht. De politieke paniek die hierop is gevolgd, heeft het kabinet-Balkenende opgeleverd, met een minister van Justitie die niet alleen koketteert met de 19de eeuw, maar daarin ook leeft.

Deze minister is een liefhebber van zelfregulering. Maar wat betekent dat in de praktijk? In het bedrijfsleven betekent dit feitelijk dat bestaande machtsposities geen gevaar lopen. Bij de overheid spekken de bestuurders van zelfstandige bestuursorganen ongebreideld hun zakken. Door een onbeheerst regionaliseringsproces functioneert de politie zacht gezegd niet optimaal. En deze korte lijst kan met weinig moeite tot een lange worden uitgebreid.

De `ons'-achtige benadering van Barendrecht kan in deze situatie weinig verbetering brengen. Noodzakelijk is mijns inziens een ingrijpende verandering in zowel de structuur als het functioneren van de kernen van de rechtsstaat.

Op structureel niveau kan gedacht worden aan een drastische inkrimping van de Tweede Kamer en een daarmee gepaard gaande meer dan proportionele uitbreiding van de staf van dit instituut. Kamerleden hoeven dan niet meer hijgend achter de media aan te lopen, maar kunnen zelf hun controlerende taak vervullen. Een sterke koppeling van de Algemene Rekenkamer aan de Tweede Kamer verdient daarbij ook overweging.

Opschoning van ons gigantische regelbestand verdient ook hoge prioriteit. Juridisch pietepeuteren levert in de praktijk alleen werkgelegenheid voor juristen op.

Ten slotte moet eindelijk eens een eind gemaakt worden aan het feit dat rechtsgebieden als het privaatrecht en het bestuursrecht als zelfstandige eenheden naast elkaar staan. Dat het eerste gebied horizontale en het tweede gebied verticale verhoudingen regelt, dat private partijen als gelijken tegenover elkaar staan en dat in het bestuursrecht `onderdanen' tegenover een machtige overheid staan, is een beeld dat heel vaak in strijd is met de maatschappelijke werkelijkheid.

Die noodzakelijke eenheid van het recht moet ook haar uitdrukking vinden in de organisatie van de geschiloplossing. Ons rechterlijk systeem is nu een ondoorzichtige lappendeken met verschillende hoogste rechters.

En ten slotte de democratie. Randverschijnselen als een gekozen burgemeester zijn daarbij niet de eerste prioriteit. Belangrijk is wel een zo doorzichtig mogelijke overheidsorganisatie en een bestuur zo dicht mogelijk bij de burger. Referenda zijn ondingen en alleen acceptabel in gevallen waarin de volksvertegenwoordiging ook alleen maar ja of nee kan zeggen.

De rechtsstaat Nederland heeft zeker behoefte aan een grote beurt, maar liever geen D66-achtig gepoets.

www.nrc.nl/opinie Artikel Barendrecht.

J.Th. Degenkamp is oud-hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.