Het nieuws van 5 juli 2004

De magie van Figo en JPB

Na een week waarin Nederland het EU-voorzitterschap overnam en de Iraakse regering de macht kreeg overgedragen, zat ik zondag verwachtingsvol klaar voor Buitenhof. Maar helaas, een diep gesnurk steeg op uit het Mediapark, waar het programma in zomerslaap schijnt te zijn. Gelukkig had de publieke omroep ons wel wat anders te bieden: TV Toppers, een nieuwe NCRV-zaterdagavondshow. Gepresenteerd door niemand minder dan Jos Brink, met hartstikke spontane en helemáál geen voorgeproduceerde gesprekjes en superoriginele gasten, zoals André van Duin, Tonny Eyk of Caroline Tensen. Op een gegeven moment liepen ze gevieren in polonaise Bij ons in de Jordaan te zingen en toen kreeg ik ineens een wezenloos gevoel. Maar misschien kwam dat ook wel omdat het EK Voetbal nu echt voorbij is. Gek is dat toch. Je neemt je voor om je avonden niet zo te laten bepalen door het toernooi en desondanks trekt het als een magneet. Zit je toch weer te kijken naar mooie volksliederen (`A Portuguesa'!) en kan je 's avonds laat de verleiding niet weerstaan om te checken of een of andere tv-held nog een open brief van de premier uitlokt. Of dat Jack van Gelder nog met ontbloot bovenlijf rondrent omdat-ie een weddenschap heeft verloren, dan wel een babbeltje maakt met Nada van Nie of Jack Spijkerman. Er was ons tenslotte beloofd dat Studio Sportzomer een programma zou worden dat `meer in de voetbaljournalistieke hoek' zou zitten, nietwaar? Maar goed, Euro 2004 is dus geschiedenis. De publieke omroep bereikte er record kijkcijfers en marktaandeel mee. Niet zo'n kunst, dat was ook gebeurd als SBS of HMG die rechten hadden verworven. Maar was de berichtgeving ook beter, nu niet de commerciëlen, maar de publieken de rechten hadden?

Gulp

Terwijl de neutrale media nog verdoofd en verbijsterd de sensatie van de Griekse stunt probeerden te verwerken, barstten er na het slotakkoord van arbiter Merk om ons heen uitbundige vreugdetonelen los. Niet alleen in het belendende supportersvak, ook op de perstribune. Griekse sportjournalisten huilden, belden naar huis of lieten zich snel fotograferen met op de achtergrond het feest op het veld. Een journalist stond zelfs te zwaaien met een Griekse vlag en schreeuwde hetzelfde als alle duizenden Grieken: ,,We zijn gekomen voor de beker en we hebben hem gewonnen.'' Ik vroeg of hij niet beter tussen de supporters kon gaan staan, maar hij smeekte: ,,Laat ons even''. Het is ook een schok voor een land met tien miljoen inwoners dat pas voor de tweede keer deelnam aan het EK en nu net zoveel heeft gewonnen als Nederland. Tranen waren er ook bij de Portugezen, maar dan van verdriet. De aangeslagen tolk die tijdens de persconferentie het Portugees van trainer Scolari in het Engels moest vertalen, praatte zelfs door de microfoon onverstaanbaar zacht. Of het niet wat harder kon, werd er gevraagd. ,,Ik spreek toch?'', reageerde hij bits. Vervolgens interrumpeerde Scolari plotseling in het Engels. ,,Je kunt een wedstrijd winnen en verliezen, heb ook respect voor de verliezer.'' Toen ik op de parkeerplaats kwam, stond een uitgelaten Griekse supporter tegen mijn auto te plassen. Hij schrok zich rot op het moment dat ik met mijn sleutel de binnenverlichting aanknipte. ,,Sorry'', stamelde hij en dook in zijn eigen auto, haastig zijn gulp dicht ritsend. Het was een gedenkwaardig toernooi.