ALS BUSH WINT GEEF IK HET OP

In Amerika is Studs Terkel (92) een levende legende, als schrijver en radiopresentator.

Het bekendst werd hij door zijn 'oral histories' als The Great Divide, over de Amerikaanse droom, Division Street America, een portret van Chicago, Hard Times, over de depressie en Race. Tijdens de communistenjacht onder leiding van Joe McCarthy belandde Terkel op een zwarte lijst.

Politiek is nog steeds zijn grootste passie. 'We lijden aan het kwaad van de banaliteit.'

Kraaiend van gespeeld ongenoegen staat hij me op te wachten bij de voordeur van zijn huis in Chicago. 'From Amsterdam! From Amsterdam! And how could you not have stopped your government to take part in this goddamned so called coalition! En jullie realiseren je niet dat je alleen maar gebruikt wordt! Hoe heet die man? Balken whatever: stamp eens wat verstand in zijn hoofd, goddammit'! En hij stopt zijn uitgedoofde sigarenpeuk in zijn mondhoek en gaat me hoofdschuddend voor naar binnen.

Wat is hij gekrompen, sinds ik hem voor het laatst zag! Dat was in 1992, toen hij ceremonieel een rode stropdas omdeed om naar de stembus te gaan voor de verkiezingen van dat jaar. Het was toen links en rechts Hi Studs! en Good morning Mr. Terkel, waar we maar liepen op straat en Studs groette vriendelijk en tevreden terug, een grapje of een opmerking voor iedereen.

Studs Terkel is nu 92 jaar oud. Zijn markante kop is wat ingevallen, maar zijn hersens werken nog even alert als vroeger. Zijn meningen zijn nog steeds even onorthodox en tegendraads, ouderwets links maar zonder ooit zwaarwichtig te worden. Een even aangenaam als noodzakelijk anachronisme in het Amerika van heden. Een vijfvoudige bypassoperatie heeft zijn energie geen fractie verminderd. Wel is hij erg doof geworden. Zijn gehoorapparaat irriteert hem. Ik ga dicht bij hem zitten en hij verstaat me behoorlijk, maar heeft toch onvermijdelijk de hardhorenden-gewoonte aangenomen om bepaalde trefwoorden in de vraag als het startsignaal te gebruiken voor een monoloog die niet noodzakelijkerwijs een antwoord is. Whatever, denk ik na een tijdje, de man heeft zoveel te vertellen. Hij lacht vaak en hard, en zijn diepe, hehehe-lach gaat vaak over in gekuch. Dan pakt hij de sigarenpeuk die, vaker gedoofd dan brandend, uit zijn mondhoek bengelt even in zijn hand.

In zijn huis is het een veel grotere rommel dan vorige keer toen ik er was, toen zijn vrouw nog leefde; overal staan boeken in stapels en dozen in de gang en de zonnige woonkamer. Her en der stapels tijdschriften, aan de wand een reproductie van Bruegels Boerenbruiloft. In de boekenkasten memorabilia, een speelgoedscheepje met de naam ss Kurt Vonnegut, foto's van decennia her met zijn vrouw en Paul, hun enige zoon, en met columnist Mike Royko, een andere Chicago-legende. Een 2001 Gay and Lesbian Community Award, een 2002 John Steinbeck Award en een rode baksteen die bij navraag een geschenk van Michael Moore blijkt te zijn, afkomstig van een demonstratie in Flint, Michigan. Op de leestafel bij de bank een jazz-encyclopedie en een bio-grafie van Steinbeck.

Altijd betrokken

In Amerika is Studs Terkel een levende legende, als schrijver en als radiopresentator. Hoewel zijn boeken in vele talen zijn vertaald, haalt zijn bekendheid het nergens bij die in zijn vaderland. Hij schreef een mooi boekje over Chicago en hilarische memoires, maar het bekendst werd hij om zijn oral histories met doorgaans heel Amerikaanse onderwerpen: The Great Divide, een herwaardering van de Amerikaanse droom, Division Street America, een portret van de stad Chicago verteld door haar bewoners, Hard Times over de Depressie, Race, hoe blank en zwart denkt over de Amerikaanse obsessie en The Good War, over de Tweede Wereldoorlog, bekroond met de Pulitzer Prize. Terkel zelf is als interviewer schijnbaar bijna afwezig in deze boeken, maar de keuze van zijn onderwerpen en gespreksgenoten maakt zijn oeuvre toch onmiskenbaar heel persoonlijk, sociaal bewogen, altijd betrokken.

Maar bekender bij een groot publiek is hij vooral als de gastheer van een radio-talkshow die hij bijna een halve eeuw had op wfmt vanaf 1952. 'Ze zeiden tegen me: je mag doen wat je wilt, en je hoeft geen commercials voor te lezen. Dus had ik als gasten musici, theatermensen, schrijvers. En ik las gedichten voor en verhalen.' Hoewel hij had gezworen tot zijn dood achter de microfoon te blijven zitten, hield hij er toch in 1999 mee op, 'toen werd mijn gehoor een beetje slecht.' Het station zond uit vanuit Chicago, maar veel National Public Radio stations in het land namen het programma over. Muziekschrijver Peter Guralnick was verbaasd over zijn enorme kennis van de blues; Margaret Atwood herinnert zich met verbazing dat hij haar laatste boek niet alleen gelezen had, maar letterlijk stukgelezen, 'It would look like he'd been rolling around the floor with it', volgekalkt met aantekeningen, en kleine stukjes gekleurd papier als ruiters.

Terkel werd als Louis Terkel (de bijnaam Studs gaf hij zichzelf, geïnspireerd door de titelfiguur uit Studs Lonigan, van James T. Farrell) geboren in New York, maar zijn ouders verhuisden naar Chicago toen hij negen was. Na de dood van zijn vader dreef zijn moeder er een daglonerspension, en tot op de dag van vandaag voert hij zijn capaciteiten als interviewer terug naar die dagen: luisteren naar de gesprekken van de arbeiders in de lobby van het pension. In zijn jeugd was hij een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Hij werkte als hoorspelacteur, doorgaans gecast als gangster (niet zo vreemd, gezien zijn dikke, folksy Chicago-accent) 'maar het nadeel was dat zoiets hooguit een week of drie duurde, want dan werd ik vermoord'. Hij was diskjockey ('met een heel eclectische smaak, ik draaide alles wat ik mooi vond') en schreef teksten (verzamelaars die fortuinlijk genoeg zijn oorspronkelijke Chess-blues lp's in huis te hebben zullen daar dikwijls een hoestekst van Terkel op vinden). Toen de tv zijn intrede deed, kreeg hij zijn eigen tv-programma, Stud's Place, 'een heel populair praatprogramma zolang als het duurde, zogenaamd uit een café, we improviseerden, zonder vangnet. I was hot stuff.'

McCarthy-tijd

'Maar we hebben het over het begin van de McCarthy-tijd, en op een dag komt er een man van nbc uit New York met een lang gezicht en een donker pak, en die zegt 'Mr. Terkel, we've got a problem. So I say, where did you get the we-stuff? Hij zegt, we hebben allerlei petities gevonden waar uw naam op staat. Ik zeg, dat kan kloppen, I never met a petition I didn't like. En hij begint op te sommen: Anti-Fascist League. Free the Polls. Friendship with the Soviet Union. Heeft u daar echt overal uw handtekening onder gezet? Weet u dan niet dat daar overal communisten achter zitten? En toen werd ik eigenwijs, ik zeg, als de communisten zich tegen kanker uitspreken, moeten wij dan vóór kanker zijn? Toen zei hij: dat is helemaal niet leuk. You gotta stand up these days and be counted. Dus ging ik staan en hij zei: en dat is ook niet leuk. Maar het was wel het einde van mijn tv-carrière, want ik werd op de zwarte lijst gezet. En tot op de dag van vandaag zeggen mensen nog dat ik een held was door me zo op te stellen. Hoezo een held! I was scared shitless! Maar weet je wat in het geding was: mijn ego!'

'Gelukkig had mijn vrouw een inkomen, en ik verdiende er wat bij door voor vrouwenclubs te praten, over van alles en nog wat. En wat denk je, ze werden allemaal onder druk gezet door de McCarthy-brigade, maar er is er nooit een geweest die toegaf. Is dat niet ongelofelijk, als je nu op die tijd terugkijkt? Sterker nog, een oude dame belde me op en zei: ik werd gebeld door zo'n bully, zo'n handlanger van McCarthy en ik ben zo kwaad geworden dat we uw honorarium gaan verdubbelen.'

'En toen kreeg ik dat aanbod van wfmt, niet wetend dat ik er bijna een halve eeuw zou blijven. Ik had als dj vaak platen gedraaid van Mahalia Jackson, de gospel-zangeres, en zij heeft altijd gezegd dat ik haar een entree voor een blank publiek had bezorgd. Ondertussen was Mahalia wereldberoemd en ze kreeg een wekelijks programma van een uur aangeboden op cbs Radio. Ze zei: ik doe het alleen als Studs Terkel het presenteert. Ze gingen akkoord, en we deden een repetitie en wat denk je: komt er weer zo'n man uit New York, dit keer dus van cbs en die zegt: Mr. Terkel, zou u even hier willen tekenen? Dus ik kijk naar dat papier en het is een loyaliteitsverklaring! Dat je niet bij die en die organisatie hoort en dat soort dingen. Dus ik zeg: ik teken dat niet, het spijt me. Op dat moment komt Mahalia net langslopen, en die weet van mijn verleden. Ze zei altijd: Studs, jij hebt zo'n grote mond, je had priester moeten worden. En ze kijkt naar die man en dat papier en ze vraagt: is dat wat ik denk dat het is, baby? Ga je dat tekenen? Ik zeg: natuurlijk niet. Die man is heel beleefd en een beetje bang en zegt: Mr. Terkel móét dit tekenen, anders... En Mahalia zegt: Zeg jij maar tegen Mr. Big of wat zijn naam dan ook is, dat als je Studs ontslaat, dan moet je ook maar een andere Mahalia Jackson zien te vinden. En wat denk je dat er gebeurt? Niets. De man verdween, en we hebben de hele serie programmma's gedaan zonder één incident. De moraal is natuurlijk dat Mahalia Jackson meer Amerikanisme, meer lef vertoonde dan al die lakeien bij elkaar.'

Gewone mensen

Zijn eerste boek verscheen pas in 1967. 'Andre Schiffrin, de uitgever, had net Report from a Chinese village gelezen van Jan Myrdal, de zoon van Gunnar, en zei: waarom doe jij niet zoiets over Chicago? En dat werd Division Street America.' Het werd het begin van een serie oral histories die bij elkaar een uniek beeld van het Amerika in de twintigste eeuw geven. Niet in het minst omdat Terkel mensen met een zekere reputatie aan het woord liet, maar ook volstrekt onbekenden, en bij het redigeren geen onderscheid maakte. 'Lezers hadden die stemmen nog nooit gehoord! Ik weet nog dat ik voor mijn tweede boek, over de Depressie, met een vrouw praatte in een arme buurt hier in Chicago, over haar verleden. Knappe vrouw, en de kinderen stonden in het rond te springen toen ze mijn apparaat zagen en hun moeder hoorden praten. En toen liet ik ze bij wijze van attractie een stukje band terughoren, en die vrouw sloeg haar hand voor haar mond en zei: Oh, mijn God, ik heb nooit geweten dat ik er zo over dacht! En toen wist ik: Bingo, ik heb iets te pakken.'

'Daarna kwam Working, alweer met mensen van allerlei slag, heel simpel, over wat het is iemand te zijn die op zeker moment een bepaald soort werk doet, of het nu speciaal is of niet. Ik interviewde een meteropnemer voor dat boek, vroeg hem: vertel 's hoe je dag eruitziet. Die man zegt: Well, it's dogs and women. En ik realiseerde me meteen dat het eerste de realiteit is, het tweede de fantasie. Pitbulls zijn niet zo erg, vertelde hij, poedels en pekinezen zijn de ergste. En die vrouwen? Hij zegt: soms liggen ze op hun patio te zonnen op hun buik met hun bikinibandjes los en dan sluip ik dichtbij en roep heel hard: Meteropnemer! Vaak krijg ik een enorm pak op mijn lazer, maar weet je wat het belangrijkste is: it makes the day go faster!!'

Public Citizen, Number One

Op de dag dat we elkaar spreken is hij net bezig een open brief aan Ralph Nader te schrijven voor The Nation. Studs Terkel, de man die bijna altijd op onafhankelijke kandidaten stemde bij de verkiezingen, vindt dit keer dat Nader zich terug moet trekken als kandidaat. Hij leest uit zijn hoofd voor: Beste Ralph, je hebt je eigen bijdrage aan Amerika onderschat. Wat je hebt gedaan voor consumentenbelangen, op het gebied van veiligheid, is enorm. En je hebt je invloed op de kandidaten van de Democratische Partij gehad, ook in het programma van Kerry zitten veel dingen die je Nader-esk zou kunnen noemen. Dus je hebt je invloed al gehad, en blijf dat vooral doen, blijf bezig als openbaar persoon. Keep your eye on Kerry and keep the pressure on him. Maar ik wil niet dat je de geschiedenis ingaat als een meermalige symbolische kandidaat, ik wil dat je de geschiedenis ingaat als Public Citizen, Number One.'

Of hij zelf ook op Kerry stemt? 'Natuurlijk stem ik op Kerry, het gaat er nu alleen maar om Bush weg te krijgen. Ik wou alleen dat hij meer kloten had, die Kerry. Je weet toch dat hij voor de US Patriot Act heeft gestemd?'

Hij schudt zijn hoofd tussen twee hoestbuien door. Zijn echte kandidaat was overigens Dennis Kucinich, al lang verslagen bij de voorverkiezingen, die in zijn American Dreams voorkomt (evenals Arnold Schwarzenegger overigens) maar ook weer in zijn laatste boek. En hij citeert Kucinich uit dat laatste boek: 'We moeten niet onze rechten opgeven, omdat we door terroristen zijn aangevallen. Want dan zijn we Amerika niet meer.'

'Het gaat allemaal om angst, Michael Moore heeft gelijk.' De peuk gaat weer onaangestoken de mondhoek in en hij haalt een klein notitieboekje te voorschijn, bladert tot hij het citaat gevonden heeft wat hij zocht. Thomas Paine, de Amerikaanse revolutionair, 1791: 'Vrijheid werd achtervolgd, achternagejaagd, de hele wereld over; rede werd gezien als rebellie; en de slavernij van de angst had de mensen te bang gemaakt om na te denken.' Terkel zegt: 'Dat is nu nog net zo actueel als meer dan twee eeuwen geleden.'

Met instemming slaat hij mijn gefrummel met de tape-recorder gade als ik de cassette omdraai, en vertelt hoe hij zelf altijd extra onhandig probeert over te komen om zijn gesprekspartner te ontwapenen. 'Ik ben onhandig, kan niks, kan niet autorijden, ik weet niet hoe een computer werkt, maar ik ben niet zo onhandig als ik me voordoe. Soms als ik een interview deed met een tape-recorder, deed ik net of ik niet wist hoe het apparaat werkte, en dan ontdooiden de mensen meteen, gingen ze me helpen, was het ijs gebroken. Nixon en ik hebben één ding gemeen: we zijn neo-Cartesianen: I tape, therefore I am. Onze ideeën mochten dan verschillend zijn, we hielden allebei van de bandrecorder.'

De tapes worden uitgetypt door mensen van de uitgeverij of tegenwoordig de Chicago Historical Society. Daar heeft hij ook een kantoor en daar wordt de Studs Terkel Conversations with America Web Site bijgehouden, ( www.studsterkel.org) als deel van de matrix digital repository, een van de eerste 'volledig functionele, multimedia, interoperabele digitale biblio-theken die on-line beschikbaar is', zoals de web-site trots meldt. Als ik hem er naar vraag, kijkt Studs me wat glazig aan. Hij heeft geen idee wat dat allemaal inhoudt. 'Ik doe wat ze willen dat ik doe. Ik weet alleen dat ze alles nu aan het categoriseren zijn, ze zetten het ook op dat-tapes, misschien weet jij wel wat dat zijn.'

Over de dood

Na de dood van zijn vrouw publiceerde Terkel Will the Circle be unbroken?, een boek met interviews over de dood. Iedereen verwachtte dat het zijn laatste zou zijn, maar een paar maanden geleden verscheen er weer een nieuwe titel: Hope springs eternal, een boek over het begrip hoop, dat hij zelf als een logisch vervolg op het vorige boek ziet. 'De titel heb ik van een vrouw die Jessie de la Cruz heet. Zij was een van de eerste moderne vrouwelijke activisten, medewerkster van Cesar Chavez die de Mexicaanse seizoenarbeiders probeerde te organiseren. Ik had haar al eens geïnterviewd voor een eerder boek, we zaten in haar sta-caravan in Fresno en ze zei (zijn stem wordt ineens heel zacht als hij het Spaans citeert): La esperanza muere última. De hoop sterft als laatste. En toen ik na de dood van mijn vrouw dat boek over de dood had geschreven, viel me ineens die uitspraak weer in. Wie zijn die mensen, die in grauwe tijden als waarin we nu weer leven, de hoop levend houden? Soms onder de meest onmogelijke omstandigheden? Activisten! Mensen die nee zeggen tegen het officiële woord. En dan kom ik weer terug op wat ik net van Thomas Paine citeerde, want activist is in Amerika nu zelfs een verdacht woord. Maar het waren activisten die de onafhankelijkheid van de Britse kroon bevochten.'

Het was moeilijker samen te stellen dan vorige boeken, geeft hij toe, omdat hoop een abstracter begrip is dan werk of ras. Activist en senator Tom Hayden komt aan het woord, zanger Arlo Guthrie, econoom John Kenneth Galbraith, maar ook de vertrouwde verzameling mensenrechten-activisten, sociaal werkers, daklozen. Ook Kathy Kelly, van de beweging Voices in the Wilderness, nu genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. 'Er was een tijd onder Roosevelt toen de regering de mensen nog hoop gaf. Nu heeft de regering niks meer te zeggen. De grote corporaties run the show. Downsizing is het modewoord al jaren lang, een eufemisme voor massa-ontslagen, een eufemisme voor ellende in duizenden huisgezinnen.'

Zou de toon van het boek anders zijn geweest als de gesprekken niet, zoals nu, voor de Irak-oorlog maar erna waren opgenomen?

'Mischien wel, maar de dag van het begin van de oorlog is minder belangrijk dan 15 februari 2003, toen 10 miljoen mensen in de hele wereld tegen die aanstaande oorlog demonstreerden. Dat was voor mij Bevrijdingsdag. Ik wou nu dat ik dat had kunnen gebruiken in mijn boek. Op dat moment was het nog niet zo duidelijk wat het betekende, in alle verwarring, maar nu heb ik er spijt van.'

En nu hij het toch over de huidige regering heeft. 'Weet je dat John Ashcroft en ik aan dezelfde universiteit zijn afgestudeerd? Ik in 1934 en hij in 1960, maar ik houd vol dat ik een stuk jonger ben dan hij. Want heb je Arthur Millers The Crucible gezien? Dat stuk dat gaat over de heksenjacht in het zeventiende-eeuwse Salem, Massachussetts. Wel, daar heb je John Ashcroft, alleen heet hij daar Reverend Parris. Altijd op jacht naar heksen. Weet je nog ? You gotta name names! John Ashcroft is de reïncarnatie van Reverend Parris. Name names! And if you're not with me and God, you're consorting with the Devil! In die tijd werd de basis gelegd voor de us Patriot Act. Toch is het verzet ertegen opvallend groot. Kijk naar de bibliothecarissen die weigeren informatie te geven over wie welke boeken uitleent, zelfs veel conservatieven zijn tegen de wet. Er is wel iets aan het gebeuren, Bush is te ver gegaan, ik denk dat Kerry zal winnen. Weet je waarom? De neoconservatieven weten geen maat meer te houden, ze hebben al 95 procent van de koek, maar dat is niet genoeg voor ze. Ze willen 100 procent! And that's where they overshot it!'

Studs heeft al die tijd ontspannen achterovergeleund op de bank, maar nu gaat hij rechtop zitten en zwaait met zijn vinger. 'Onthou dit: er is nooit een president geweest die met een aanstaande depressie en een oorlog tegelijkertijd te maken had. Hoover werd verslagen vanwege de Depressie, er waren nog steeds 7 miljoen werklozen toen wo ii uitbrak. Maar de oorlogsindustrie bracht banen, vrouwen gingen voor het eerst werken. Maar de oorlogsindustrie van nu is een heel andere dan toen, nu brengt het alleen maar meer geld naar het Pentagon en steeds minder voor onderwijs en gezondheidszorg. We lijden aan wat ik een Nationale Ziekte van Alzheimer noem. Er is geen gisteren meer. Wat gebeurde er, wat maakte de Depressie mogelijk? We weten het nog steeds niet precies. Maar de New Deal saved millions of people their ass! Vandaag de dag zijn de kleinkinderen van de mensen die toen door overheidsingrijpen werden gered, de apostelen van de vrije markt. Too much big go'ment! roepen ze als het gaat om onderwijs, gezondheidszorg en sociale zorg. Niet als het om het Pentagon gaat natuurlijk. En ze vergeten dat ze zelf gered zijn door een regulerende overheid! En dat leidt allemaal tot de mess waar we nu in zitten. Maar ik zie langzaam een verandering, steeds meer mensen pikken het niet meer, en de doorslaggevende factor is: banen! En daarom denk ik dat Kerry gaat winnen.'

Maar als ze nu in oktober Osama bin Laden vinden, of er komt een volgende terroristische actie op Amerikaans grondgebied voor de verkiezingen?

'Dat zal ze niet helpen, dat is precies wat ik bedoel. Er zullen altijd gekken blijven die het Westen verachten en willen treffen. Die idioot van een Bush heeft ervoor gezorgd, met zijn 'laat ze maar opkomen!' dat de vs de grote vijand is, Yankee Imperialism is een veel makkelijker te identificeren vijand dan de Verenigde Naties.'

Vanaf nu is het moeilijk er nog een vraag tussen te krijgen, Studs is on a roll, hij onderbreekt zichzelf regelmatig met oh, and by the way, moppert dat alles so dumbed down is tegenwoordig.

'Herinner je je dat boek van Hannah Arendt, De Banaliteit van het Kwaad? Waar we tegenwoordig aan lijden is wat ik het kwaad van de banaliteit noem. Banaliteit is zo'n enorm groot deel van ons leven geworden, alles moet entertainment zijn.' Een enorme hoestbui onderbreekt zijn betoog, dan roept hij het nog een paar keer nadrukkelijk uit: 'Banaliteit! Bites! Alles moet in bites! Zelfs op public television moet alles korter, de mensen hebben geen geduld, geen besef meer.'

En verder gaat het, over de kritiekloze pers van heden. 'Ik noem het brass check journalism, maar dat heb ik niet zelf bedacht, dat is van Upton Sinclair. Die term komt uit het bordeelwezen. Vroeger, als een man naar een bordeel ging, dan gaf hij zijn dollar of twee dollars aan de madam en dan kreeg hij in ruil daarvoor een brass check, die hij dan weer aan het meisje moest geven dat hij uitkoos. En aan het eind van de dag kon het meisje dan al haar brass checks incasseren bij de madam. En de journalisten van vandaag zijn maintenees, net als die meisjes. Ik zal niet zeggen dat ze hoeren zijn, want ze krijgen veel meer poen dan die meisjes van toen. Dat soort journalistiek is er altijd geweest, maar nooit zo schaamteloos als nu, met Fox tv als dieptepunt. De grote mythe van vandaag de dag: liberal media. Alleen al dat woord is een belediging voor onze intelligentie. Een van de machtigste moguls in het land is die Australische Neanderthaler Rupert Murdoch, nu een Amerikaans ingezetene. Time Warner controleert een enorm deel van onze informatievoorziening, public tv wordt progressief genoemd, maar als dat zo zou zijn, zou je elke avond Noam Chomsky wel zien.

'Er is hier en daar wel een progressief geluid te horen, de Chicago Tribune heeft één keer in de week een column van Molly Ivins, maar het totale beeld is toch...'

I hate dogs

Terkel maakt zijn zin niet af, schudt zijn hoofd, steekt de brand in zijn sigarenpeuk. Hij is, na bijna twee uur praten, een beetje moe. Hij moet steeds meer moeite doen de vragen te verstaan en begint steeds associatiever te praten. Let's go get some Chinese, zegt hij ineens gedecideerd en trekt een blauwe blazer aan. We maken aanstalten het huis te verlaten, hij probeert tevergeefs het inbrekersalarm te activeren dat zijn zoon heeft laten installeren.

'U heeft een waakhond, dat is toch voldoende', zeg ik, wijzend op de borden met Pas Op Voor De Hond die aan de voor- en zijkant van het huis achter het venster staan.

Dat vindt hij pas echt leuk.

'Ik, een hond! Hahaha! I hate dogs!'

We rijden naar een klein Chinees familierestaurant waar hij iedereen de hand schudt. Hij hoeft niet te bestellen, in hoog tempo komt er bier, soep, garnalen en tot besluit een gelakte eend op tafel. 'How d'ya like dat duck', kraait hij vol plezier, terwijl het vet langs zijn vingers in zijn kruis druipt.

Aan het eind van de lunch krijgen we onze fortune cookie. Studs breekt de zijne open en vraagt me zijn spreuk voor te lezen. 'Your future will be happy and productive', lees ik. Hij knikt ernstig, zonder ook maar een spoor van ironie in de voorspelling te bespeuren en vertelt verder over zijn volgende boek, een keuze uit de honderden interviews met muzikanten en zangers die hij in de loop van de decennia maakte, van opera tot blues en folk. They all sang; adventures of an eclectic disc jockey, gaat het heten.

'Als de Democraten het niet voor elkaar krijgen, als Bush niet verslagen wordt, dan geef ik het op en werk ik alleen nog maar aan mijn muziekboek', zegt hij zachtjes terwijl hij zwaait tegen een voorbijganger die hem groet.

Hoor ik het goed, zeg ik, heeft ook dan Studs Terkel geen hoop meer?

'Jawel, maar het wordt me te veel. Dat een volk zich jaar na jaar willens en wetens laat voorliegen, hoofdzakelijk omdat het ze niet interesseert, maakt het wel eens moeilijk die hoop in stand te houden. We zijn de machtigste natie in de wereld, en als we willen, kunnen we de rest van de wereld wegbombarderen. Als ik voor een middle class publiek moet spreken, citeer ik altijd Einstein, want als ik dat doe durft niemand me tegen te spreken. Hij zei, ik weet niet wat de wapens van de derde wereldoorlog zullen zijn, maar de wapens van de vierde zullen weer stokken en stenen zijn. En dan vertel ik altijd hoe de mensen weer uit hun grotten komen gekropen, en de een mompelt: Mozart, en een ander: Shakespeare, en weer een ander: Ode On a Grecian Urn. En ik krijg altijd weer een klaterend applaus als ik dat zeg. Maar weet je waar ik de grootste ovatie kreeg? In de enige county hier in Illinois die voor Goldwater stemde in 1964. Ik zal nooit ophouden me over mensen te verbazen.'

Als we naar buiten lopen beheerst één wens mijn gedachten: als ik ook 92 moet worden, mag het dan zo? M

Jan Donkers is journalist en radiomaker.

Dana Lixenberg is fotograaf te New York.

[streamers]

'Ik zeg, dat kan kloppen, I never met a petition I didn't like.'

'Ik wou dat Kerry meer kloten had.

Je weet dat hij voor de US Patriot Act heeft gestemd.'

'Liberal media. Alleen al dat woord is een belediging voor onze intelligentie.'

Werklozen in de rij voor een soepkeuken in Chicago tijdens de depressie (1931)

Senator Joseph McCarthy toont een kaart met afdelingen van de communistische partij in Amerika (1954)

Het huis van Studs Terkel oogt wat rommeliger sinds de dood van zijn vrouw