Schoolreisje (1)

Vandaag gaat Rintje op schoolreisje.

,,Ik kom mee om je uit te zwaaien'', zegt mama. ,,Heb je je rugzak met brokken en water?''

,,Ik wil mijn bal ook mee'', zegt Rintje. ,,Heb je hem ergens zien liggen?''

,,Nee'', zegt mama. ,,En we moeten opschieten anders komen we te laat bij de bus. Er heeft vast wel iemand anders een bal.'' Ze zet Rintje in de mand voor op de fiets en met een vaart rijden ze naar school.

Daar staan al een heleboel vaders en moeders. Alle honden uit Rintjes klas zijn opgewonden en praten door elkaar heen. Rintje ziet de moeder van Henriette, en Tobias en zijn moeder zijn er ook al. Bij de deur van de bus staat juf Wijskop. Ze heeft een lijst bij zich met alle namen van de kinderen. Met haar poot telt ze of iedereen er is. ,,We missen nog twee honden, als die er zijn kunnen we gaan.''

,,Toettoet!'' daar komt een kleine auto de hoek om, met een poedel achter het stuur. Het is de vader van Piet, die zijn zoon komt brengen. ,,Sorry, dat we een beetje laat zijn'', zegt hij.

Dan gaat de mobiele telefoon van juf Wijskop. ,,Met juf Wijskop... O, wat vervelend... Ja ik begrijp het... Veel beterschap!''

,,Dat was de moeder van Max'', zegt juf. ,,Max heeft iets verkeerds gegeten en moet in zijn mand blijven. Dus dan zijn we compleet! We kunnen gaan.'' Alle honden willen bijna tegelijk de bus in. Want iedereen wil op de achterste banken zitten omdat je daar lekker achteruit kan kijken.

,,Niet zo dringen!'' roept Juf Wijskop. ,,Er is plaats genoeg voor iedereen!''

Als ze nog een keer alle honden geteld heeft gaat de busdeur dicht. Alle vaders en moeders beginnen te zwaaien als de bus langzaam wegrijdt. Er rolt een traan over de wang van de moeder van Tobias. ,,Gek hè?'' zegt ze tegen Rintjes moeder. ,,Ik moet altijd huilen bij het afscheid nemen!''

In de bus is het een oorverdovend lawaai. Iedereen blaft en schreeuwt door elkaar heen. Tot er een stem door de microfoon klinkt. ,,We doen driemaal drie is negen, ieder zingt zijn eigen lied!'' zegt de buschauffeur. ,,Wie durft er naar voren te komen om een liedje te zingen?''

Eerst durft er niemand, maar dan roept Henriette: ,,Ik weet wel een liedje!'' Ze loopt naar voren en begint te zingen.

,,Ik ben zo blij, zo blij dat m'n staart van achter zit en niet opzij. Mijn oren op m'n kop die zitten niet achterop, gelukkig maar, anders hoorde ik ieder windje dat ik liet, en dat is toch wel raar!''

Alle honden moeten lachen om Henriette's lied. Nu durven er wel meer een lied te zingen en de reis gaat door al het zingen veel sneller.

,,We zijn er bijna!'' zingt de buschauffeur. ,,In de verte kun je het reuzenrad van het pretpark al zien!''

,,Wat mooi!'' roept Rintje. ,,Gaan we daarin?''

,,Met de hele klas!'' zegt juf Wijskop. ,,Maar eerst gaan we een ijsje eten!''

Wordt vervolgd

Meer over Rintje op www.rintje.nl