Voor de VS is de maat vol in Darfur

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell is in Soedan om de regering te dwingen tot beëindiging van het geweld in Darfur. Anders komen er sancties.

Voor het eerst sinds vele jaren doen westerse leiders Soedan aan. Groot-Brittannië, Noorwegen en Zwitserland zonden de afgelopen twee weken ministers en gisteren en vandaag zijn ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en VN-secretaris-generaal Kofi Annan met zijn nieuwe afgezant voor Soedan, Jan Pronk in Khartoum gearriveerd.

Het internationale isolement van Soedan is vrijwel opgeheven; de laatste Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken die Soedan met een bezoek vereerde was Cyrus Vance in 1978. De vlaggen zijn dan ook uitgestoken en kerstlichtjes hangen aan de kale bomen in het kokendhete Khartoum. Het lijkt wel feest. De reden voor deze hoge visites kan de Soedanese machthebbers echter niet verheugen: zij komen klagen over de oorlog in het westelijke Darfur en de rol daarin van de Soedanese regering.

Powell en Annan reisden met dreigende taal naar Soedan: als de regering niet onmiddellijk het moorden in Darfur stopt, haar Arabische militie Janjaweed aan banden legt en onbeperkte toegang verleent aan hulporganisaties, dan dreigen sancties en misschien zelfs militaire interventie. De kans op een militair ingrijpen is klein maar blijft theoretisch mogelijk omdat de VN en mensenrechtenorganisaties beschuldigingen over volkerenmoord in Darfur hebben geuit. Zij zeggen dat de campagnes van de Janjaweed en de regering tegen de Afrikaanse bevolking in Darfur neerkomen op etnische zuivering en mogelijk zelfs genocide. Volgens de VN-conventie ter voorkoming en bestraffing van genocide uit 1948 kan de internationale gemeenschap ingrijpen als er genocide plaatsheeft.

Powell zei gisteren in Khartoum dat de situatie in Darfur in de richting gaat van genocide, ,,maar we zijn daar nog niet''. Pierre Prosper, de Amerikaanse ambassadeur voor oorlogsmisdaden, zei eerder dat er ,,aanwijzingen voor genocide'' zijn. De Amerikanen hebben satellietfoto's gemaakt van talrijke verbrande Afrikaanse dorpen waaruit de bevolking door de Janjaweed is verdreven. Het ministerie van Powell heeft een lijst opgesteld van zeven Janjaweed-leiders tegen wie sancties worden overwogen.

Soedan onderhoudt uiterst moeizame relaties met Washington sinds de staatsgreep door moslimfundamentalistische officieren, vandaag precies 15 jaar geleden. De Verenigde Staten zijn wel altijd geïnteresseerd gebleven in het strategische en olierijke land. Soedan toonde zich soms gevoelig voor buitenlandse druk; uit tactische overwegingen geeft het soms toe, maar nooit helemaal. De zeven door Powells ministerie genoemde Janjaweed-leiders zullen straks als straf niet naar Amerika mogen reizen en hun bezittingen daar worden bevroren. De zeven zijn bovenal kamelenhoeders, zonder bezittingen in Amerika. Hoge politici die in verband zijn gebracht met de misdaden in Darfur, zoals vice-president Ali Osman Taha, staan niet op een lijst voor mogelijke sancties.

Amerika voert onder president Bush een politiek van constructieve betrokkenheid met Soedan. Ex-president Bill Clinton deed Soedan in de ban, een politiek die culmineerde in een raketaanval in 1998 als straf voor vermeende hulp aan Al-Qaedaterrorisme. Uit schrik over de Amerikaanse invasie van Afghanistan na 11 september ging Soedan met Washington samenwerken, gaf het meer informatie over terroristische activiteiten en deed het concessies bij het vredesoverleg over de langdurige oorlog in het zuiden. Amerika's politiek van toenadering leek te werken. Tot de verschroeide-aardepolitiek die de regering toepaste in de nieuwe oorlog in Darfur roet in het eten gooide.

Toen vorig jaar de oorlog in het westen begon, weigerden de VS de regering in Khartoum hard te veroordelen, om het vredesoverleg over Zuid-Soedan niet te schaden. Het vredesproces in het zuiden is bijna voltooid, en die Amerikaanse politiek is de afgelopen maanden gewijzigd. Van alle westerse ambassades in Khartoum is de Amerikaanse nu het meest uitgesproken in de veroordeling van het geweld in Darfur. Washington eist van de Soedanese regering dat ze de Janjaweed bedwingt en dat een grootscheepse humanitaire actie mag beginnen voor de ruim twee miljoen ontheemden.

De opgevoerde druk heeft tot nu toe slechts ten dele resultaat gehad. De Janjaweed-strijders hebben nog steeds vrij spel in Darfur. Janjaweed-leider Musa Hilal bevindt zich sinds kort zelfs in Khartoum en geeft in zijn kantoor interviews aan journalisten. In een gesprek met een Duitse krant zei hij: ,,Het is oorlog en dan kan het gebeuren dat vrouwen en kinderen worden gedood, maar niet met opzet'', waarbij hij de onthullende suggestie deed dat mogelijk regeringstroepen verantwoordelijk zijn voor deze misdaden.

Verscheidene ooggetuigen in Darfur vertellen dat er geen maatregelen zijn genomen sinds de Soedanese president Beshir vorige week een actie afkondigde tegen milities in Darfur, waarbij hij voor het eerst de Janjaweed bij naam noemde. Wel worden al sinds enkele weken Janjaweed-strijders opgenomen in de de Volksdefensiestrijdmacht (PDF), de revolutionaire tegenhanger en waakhond van het regeringsleger.

Hoewel hulpverleners sinds een maand meer vrijheid hebben, blijven ze klagen over tegenwerking door de autoriteiten. Uit vrees voor de Janjaweed blijven ontheemden weigeren uit de stedelijke centra terug te keren naar hun verbrande dorpen. De overheid verhuist hen onder dwang en tegen de zin van de hulporganisaties naar kampen buiten de steden. Deze kampen worden veelal gecontroleerd door de Janjaweed.