Verdienstelijke ziekenhuisthriller

In de Franse thriller Qui a tué Bambi? (wie heeft Bambi vermoord?) wordt handig gebruik gemaakt van de angst voor ziekenhuizen. Zeker als je als patiënt onder narcose gaat en je niet precies weet wat de artsen allemaal met je uitspoken. De ziekenhuisthriller vormt bijna een apart subgenre, met Michael Chrichtons Coma (1978) als oervoorbeeld.

Het ziekenhuis is een dankbaar decor. De cameraman kan de lange gangen gebruiken om lekker langzaam doorheen te rijden, ter verhoging van de beklemming. Het klinische, bijna witmonochrome licht draagt bij aan de nare gemoedstoestand die de filmmaker wil oproepen.

Debuterend regisseur Gilles Marchand heeft al deze lesjes goed opgepikt en weet dat je dan ook nog de geluidsband tot je beschikking hebt om met wat unheimische geluiden extra spanning op te bouwen. Van Qui a tué Bambi? heeft Marchand - eerder scenarist van het beklemmende Harry, un ami qui vous veut du bien - dan ook een aardige genrefilm gemaakt.

Het draait om de studente medicijnen Isabelle die stage loopt in een ziekenhuis. Langzaam maar zeker komt ze erachter dat dokter Philipp 's nachts ongestoord jonge patiëntes verdooft en seksueel misbruikt. Omdat hij een respectabele arts is, gelooft niemand haar. Her en der verdwijnen vrouwen maar niemand trekt aan de bel.

Wie de dader is, wordt al snel duidelijk. Daar gaat de film ook niet over. Het gaat om de langzame bewustwording van Isabelle dat Philipp inderdaad wel eens een gestoord iemand zou kunnen zijn.

Qui a tué Bambi? duurt meer dan twee uur en dat is net te lang. Het wordt niet duidelijk waarom Philipp weerloze vrouwen misbruikt en zo blijft hij een eendimensionale psychopaat. Acteur Laurent Lucas probeert wel meer diepte te suggereren, maar regisseur Marchand laat hem vooral hautain kijken, zwijgzaam rondlopen en plotseling ergens opduiken. Zo gaat dat nu eenmaal bij een genrefilm met rare types.

Qui a tué Bambi? Regie: Gilles Marchand. Met: Sophie Quinton, Laurent Lucas, Catherine Jacob, Yasmine Belmadi. In: Images, Groningen, Lumière, Maastricht.