Portugal uit, bijna altijd verlies

Volgens de statistieken én het vertoonde spel wacht Nederland vanavond een zware klus tegen gastland Portugal, dat thuisvoordeel heeft in Lissabon.

Portugal is in de ban van Euro 2004, met dank aan het sportieve herstel van de roodgroenen. Na de onverwachte 2-1 nederlaag tegen Griekenland in de openingswedstrijd volgden een 2-0 overwinning op Rusland en een 1-0 zege op aartsrivaal Spanje. Ondanks de moeizame kwalificatie voor de kwartfinale was Portugal in de winning mood en leek de uitschakeling van Engeland – hoe zwaarbevochten ook na een 2-2 eindstand en een gewonnen strafschoppenserie – een logisch gevolg van het herwonnen vertrouwen. Eenmaal geplaatst voor de halve finale heeft Portugal zijn doelstelling bereikt en lijkt de druk van de ketel.

Mede daarom is het gastland vanavond favoriet. Bijna nooit won een Nederlands (club)team een voetbalwedstrijd op Portugees grondgebied. De 3-1 zege van Ajax bij Benfica in 1969 is de uitzondering die de regel bevestigt. Het laatste uitduel van het Nederlands elftal dateert van 2001, toen Portugal vlak voor tijd een 2-0 achterstand in een 2-2 gelijkspel wist om te zetten. Met als gevolg dat Oranje zich later niet wist te plaatsen voor het WK in 2002.

Het thuisvoordeel moet vanavond niet worden onderschat, al mist Estadio Alvelade de allure van het nabijgelegen Estadio da Luz. Bovendien hebben de Nederlandse supporters veel kaartjes weten te bemachtigen en zal de groengele tempel van Sporting Lissabon voor een deel oranje gekleurd zijn.

Portugal speelde op dit EK pas één wedstrijd in Alvelade en die luidde meteen de ommekeer in. De overwinning op Spanje wordt hier als een godsgeschenk beschouwd en feitelijk kan het toernooi al niet meer stuk voor de weinig verwende voetbalfans. Nooit eerder bereikte Portugal de finale van een EK of WK, ondanks de aanwezigheid van sterspelers als Eusebio (toen) en Figo (nu). Op het WK in 1966 was het bereiken van de halve finale de beste prestatie op mondiaal niveau. Portugal was ook twee keer verliezer in een halve eindstrijd van een EK. In 1984 en in 2000 bleek Frankrijk sterker.

De huidige selectie lijkt rijp voor een Europese machtsgreep, al was het maar omdat de net-niet-generatie met Couto, Rui Costa en Figo na dit toernooi afscheid neemt als international. De laatste twee hebben hun fans meer dan tien jaar in vervoering gebracht met kunststukjes. Overigens staan beide vedetten onder druk; aanvaller Figo wordt vaak gewisseld, spelverdeler Rui Costa is sinds het verlies tegen Griekenland gedegradeerd tot (succesvolle) invaller. Verdediger Couto overkwam hetzelfde. De aanvoerder met de lange haardos gaat de sportgeschiedenis in als een meedogenloze mandekker.

Van oudsher heeft Portugal het patent op een wonderlijke combinatie van hard én technisch spel. De Braziliaanse bondscoach Scolari heeft deze traditie voortgezet en een mix van bikkelaars en dribbelaars geselecteerd. Wel veranderd is de tactiek van de Portugezen. Ze leunen niet alleen op een hechte verdediging, ze trekken tegenwoordig op eigen initiatief ten aanval. Van alle halve finalisten was Portugal het meeste in balbezit. Met fris maar soms ook slordig combinatievoetbal wordt de tegenstander onder druk gezet.

Scolari vaart een nieuwe koers na het verlies tegen Griekenland. Hij verving vier basisspelers en koos voor de jonge kliek van FC Porto, dat vorige maand de Champions League won. Spelmaker Deco, een tot Portugees genaturaliseerde Braziliaan, is de nieuwe roerganger. Hij wisselt listige passes met knullig balverlies af. Lichtgewicht Deco vertoonde tegen Engeland vermoeidheidsverschijnselen en werd overvleugeld door de energieke invaller Rui Costa, die hij nota bene had verdreven uit het basiselftal.

Op het middenveld spelen ook de nuttige balafpakker Maniche en de atletische sloddervos Costinha. De laatste was door knullig balverlies schuldig aan twee van de vier tegentreffers. Even onzeker is het spel van libero Andrade, wiens gebrek aan startsnelheid moet worden gecompenseerd door de snelle en foutloos verdedigende voorstopper Carvalho. Beide backs van Portugal – Miguel op rechts, Nuno Valente op links – zijn stugge verdedigers die sliding en tackle goed beheersen.

In de aanval heeft Scolari een luxeprobleem. Hij heeft de beschikking over zes spelers voor drie posities. Figo begint meestal op de vleugel (links of rechts) en gaat daarna zwerven over het veld. Met als gevolg dat hij Deco in de weg loopt, zoals ze ook bij corners en vrije trappen ruzie maken over wie de bal mag trappen. De piepjonge links- of rechtsbuiten Cristiano Ronaldo is langzamerhand verzekerd van een basisplaats. Het 19-jarige talent van Manchester United durft zelfs in het vuur van de strijd met de bal te jongleren, tot wanhoop van zijn coach en de miljoenen mensen in de Portugese huiskamers. Ronaldo kan ook onnavolgbare schaar- en passeerbewegingen tevoorschijn toveren en hij is verrassend sterk in de lucht.

Blijft over de spitspositie, die na zijn winnende treffer tegen Spanje is weggelegd voor Nuno Gomes. Hij heeft een hard schot in de benen en kan goed koppen. De andere midvoor Pauleta raakte zijn basisplaats kwijt, maar hoopt op een herkansing tegen Nederland. Net als de kleine dribbelaar Simao, die zo sterk inviel tegen Engeland. Hetzelfde gold voor Postiga. Hij zorgde in de kwartfinale voor de late 1-1 en wist zo een verlenging en een strafschoppenserie af te dwingen.

Doelman Ricardo stopte én benutte de laatste penalty's tegen Engeland. Hij stond al bekend als een betrouwbare sluitpost; alleen bij hoge ballen wil hij nog wel eens misgrijpen. De positie van Ricardo staat buiten elke discussie. Van de veldspelers is niemand zeker van anderhalf uur speeltijd. Scolari heeft een goede hand van wisselen. Vijf van de zes Portugese doelpunten kwamen van de voet of het hoofd van een invaller.