Pensioen splijtzwam tussen generaties

Nederland heeft volgens deskundigen het beste pensioensysteem ter wereld, maar het systeem wankelt en de continuïteit komt in gevaar, waarschuwt Mark Blaisse. Het wordt ordinair oorlog voeren tussen de oude en de jonge generaties.

De gemiddeld almaar langer levende Nederlander haalt steeds meer uit de pensioenkassen, waardoor de reserves opraken. Reserves die al behoorlijk aangetast waren door verkeerde beleggingen in de afgelopen jaren. (Alleen bij ABP verdampte al een slordige 8 miljard euro).

De actieve werknemers zouden in principe de gaten moeten dichten. Daarvoor zouden zij veel hogere premies moeten gaan betalen dan de generaties die hen voorgingen. Om een voorbeeld te geven: de SER zou hebben laten uitrekenen dat iemand die vandaag 25 jaar is, vier keer zoveel gaat betalen aan pensioenfondsen als iemand die vandaag 56 jaar is ooit heeft betaald voor eenzelfde uitkering. En dan te bedenken dat een 25-jarige, en zelfs een 35-jarige, toch al geen zin heeft om aan pensioen te denken. Dat is in de perceptie van die generaties iets voor oude mensen. Solidariteit? Eventueel met de eigen generatie, maar zeker niet met de ouderen. En bovendien ben je hoe dan ook gek als je je goeie geld afstaat aan organisaties die én slecht met je geld omgaan én nauwelijks communiceren over wat ze met je geld doen.

Als werknemer ben je `gedwongen klant' van het een of andere pensioenfonds. Als je geluk hebt, krijg je een jaarverslag van het fonds waarbij je aangesloten bent, maar daar word je meestal niet wijzer van. Het jaarlijkse strookje, het `bewijs' van je deelname aan een fonds, is al even onbegrijpelijk. De Pensioen- en spaarfondsenwet is zo ingewikkeld dat je er voor moet hebben doorgeleerd om er een touw aan vast te kunnen knopen. Desinteresse en luiheid van de miljoenen `gevangenen' hebben de pensioenfondsen al die tijd vrij spel gegeven.

Maar de oplopende spanningen over de toekomstige uitkeringen zullen het hechte, gesloten blok dat het pensioenwereldje vormt, binnenkort opblazen. Uit tal van onderzoeken die in opdracht van de overheid en van de pensioenkoepels op dit moment worden uitgevoerd, blijkt dat de betrokken partijen zich moeten voorbereiden op mondiger wordende burgers, die steeds meer vraagtekens plaatsen bij ons eens zo mooie systeem.

De discussies worden op allerlei niveaus gevoerd. Binnen bedrijven gaat het over de vraag hoe zo snel mogelijk kan worden overgeschakeld van de ooit ingestelde waardevaste pensioenen (`defined benefit') naar een `defined contribution', waarbij de werkgever niet meer bijstort als het economisch tegenzit of als de gelden voor een eventuele indexering niet toereikend zijn. Vooral de vraag `hoe vertel ik het mijn werknemers' speelt hierbij een rol. Daarvoor moeten de bonden eigenlijk in de bres springen. Zij moeten tenslotte over de CAO's onderhandelen waarin over pensioenen wordt gerept.

Maar de bonden hebben het moeilijk met dit probleem: enerzijds moeten zij de belangen van de actieve werknemers verdedigen, anderzijds worden zij aan hun vestje getrokken door de ex-werknemers, de huidige gepensioneerden. De steeds vaker als collectief opererende ouderen maken zich zorgen over het bestuur en het beheer van `hun' pensioenfondsen. Het zijn ouderen die fit zijn, die aan hun laatste baantje hechten net zoals aan het pluche dat daarbij hoort en die hun stem willen laten horen. Tegen de wens van de werkgevers en de bonden in (die traditioneel de zetels onderling verdelen), willen de ouderen meepraten in de deelnemingsraad van fondsen, zij willen inspraak en vetorecht. De dag dat zij beter georganiseerd zijn, zullen ze een machtsfactor van belang worden, die de zaken op scherp zal zetten of de overige belanghebbenden er dan klaar voor zijn of niet.

De aanstaande `intergenerationele' strijd speelt zich tot overmaat van ramp ook nog eens af in een sterk gebureaucratiseerde omgeving. Een wereld van koninkrijkjes met zelfgenoegzame beroepsbestuurders die zich van geen kwaad bewust zijn. Hun standpunt luidt dat hun niets te verwijten valt, dat pensioenen weliswaar voor het grote publiek bedoeld zijn, maar zeker geen `publieke zaak' vormen. Waar bemoeien al die pottenkijkers zich mee? Een standpunt dat wordt gedeeld door de vele adviseurs en assistent-bonzen, voor wie de continuïteit van het systeem van levensbelang is.

In dit super-poldermodel, waar compromissen, netwerken, relaties, ons-kent-ons en een heel eigen taalgebruik aan de orde van de dag zijn, is het moeilijk doordringen. Vragen over de deskundigheid van de beleggers, de professionaliteit van de directies en de vaagheid van de communicatie die uit de ivoren pensioenfondstorens komt, waren tot voor kort uit den boze. Toch zullen de gedwongen betalers van vandaag net zo heftig in opstand komen als hun voorgangers die om dezelfde taart vechten.

Er is nog geen alternatief voor de bestaande pensioenfondsen. De verzekeraars zitten kwijlend langs de lijn te wachten op het moment dat zij het mogen overnemen. Maar misschien is het verstandiger over te gaan op een concurrentiemodel, waarbij de fondsen als `onderlingen' moeten vechten om de gunst van de dan niet meer zo gedwongen klanten.

Ontevreden? Begin gezamenlijk een pensioenfonds.

Mark Blaisse is schrijver en adviseur. Hij doet onderzoek naar de financiering van de verzorgingsstaat.

    • Mark Blaisse