Nederlandse dwingelandij

,,Kijk in de spiegel, vind je eigen identiteit, durf een creoolse Surinamer te zijn, wees trots op je taal en cultuur.'' Deze fraaie imperatieven komen voor in de documentaire Wi egi sani (WES) van filmmaker John Albert Jansen, die morgenavond wordt uitgezonden. Aanleiding vindt hij in de datum 1 juli, `De dag van het verbreken van de ketens' van kolonialisme en slavernij. De figuur om wie de film draait is Eddy Bruma, oprichter van de nationalistische beweging WES, advocaat, politicus en vooral toneelschrijver. In 1951 schreef hij het stuk De Geboorte van Boni over de zoon van een gevluchte slavin en een plantagehouder. Deze Boni is het boegbeeld van het verzet door de bosnegers in de Nederlandse koloniale tijd.

De documentaire vertelt op ingenieuze wijze een verhaal-in-een-verhaal. Op Fort Zeelandia bij Paramaribo oefent een groep acteurs onder leiding van regisseur Felix Burleson dit toneelstuk. De spelers vertellen wat hen fascineert in het stuk, ze tonen hun persoonlijke betrokkenheid. Een van de actrices vertelt over de dwingelandij van het Nederlandse onderwijs in Suriname. De Nederlandse vaderlandse geschiedenis werd hen ingestampt, van hun eigen land en historie wisten ze nagenoeg niets. Het doel van Eddy Bruma was de `culturele verheffing van het Surinaamse volk in georganiseerde vorm ter hand te nemen'. De film toont archiefbeelden van een intrigerende persoonlijkheid met leiderscapaciteiten, die voor velen een held was. In gloedvolle bewoordingen weet Bruma zijn volk te overtuigen van hun eigen identiteit. Zijn `broeders' van vroeger, onder wie Jules Sedney en Eugène Gessel, komen uitvoerig aan het woord. Toch ging zijn charismatische leiderschap voor velen te ver. Niet iedereen wilde hem blindelings volgen. Aan het einde toont de film de breuk tussen Bruma en zijn companen.

De Surinaamse titel (in het Sranantongo) betekent Onze eigen dingen. Voor Bruma viel dat eigene van zijn cultuur samen met de Afro-Amerikaanse en Afrikaanse cultuur. Een van zijn vrienden zegt dat tot diep in de jaren zeventig de cultuur van de negers verboden was en dat er een straf stond op het spreken van het Surinaams in het openbaar. Van koningin Juliana vangen we een glimp op, zwaaiend vanuit een boot naar de menigte op de kant. Ze draagt een riante witte hoed. Dit beeld staat in schril contrast tot de onderdrukking die de Nederlandse politiek nastreefde.

Onze eigen dingen: Wi egi sani, Humanistische Omroep, morgen, Ned.1, 22.45-23.45u.

    • Kester Freriks