Lachen om het treurig noodlot

Hijskranen, takels, schepen, meeuwen, water, lucht. Vanaf de tribune ontvouwt zich de haven in al zijn uitgestrektheid en van de vlammenschietende raffinaderijen aan de horizon gaat de blik terug naar de geasfalteerde kade. Een minuscule toneelvloer komt daar rood en verloren uit het zwart te voorschijn: het is de krappe woning van de Carbones, door auteur Arthur Miller in Brooklyn gesitueerd en door toneelgroep De Roovers optisch verplaatst naar de Antwerpse dokken.

Miller, zoon van een verarmde joodse ondernemer, schreef in het rijke Amerika over sociale onzekerheid en schuldeloze ellende. Hij wilde laten zien dat het kapitalisme niet deugt en koos voor zijn jaren-vijftig-drama A View from the Bridge het milieu van ploeterende Siciliaanse immigranten uit om zijn stelling te bewijzen. Ook De Roovers maken zich druk om de verschillen tussen arm en rijk – maar hun voorstelling Van de brug af gezien is toch licht en sierlijk. Losjes dwarrelen de acteurs van het rode vloertje naar het waterfront, en als er een schip voorbij komt zwaaien zij het na, wat de kapitein met getoeter beloont en de tribune met klaterend applaus. Men verkeert in festivalstemming, want de Zomer van Antwerpen is begonnen, met theater, circus en muziek, en dan moet er gelachen kunnen worden – om het noodlot dat zich onherroepelijk voor onze ogen voltrekt.

Het treurspel neemt zijn aanvang wanneer de havenarbeider Eddie Carbone twee neven uit zijn vaderland bij hem in huis haalt. Dat is zijn plicht, vindt hij, het gaat nu eenmaal om familie. De berooide kerels hebben geen verblijfsvergunning en, erger nog, de jongste van de twee blijkt ongehuwd. Ideaal voor Cathy, Eddies door hem opgevoede en hartstochtelijk aanbeden nichtje dat ineens groot is geworden. Zij valt prompt op de levenslustige Rodolfo en Eddie vergaat van jaloezie. In zijn wanhoop verraadt hij zijn succesvolle rivaal aan de politie, waarna Rodolfo's broer de `rat' die hen onderdak gaf zonder pardon neersteekt.

Een buitenstaander, de advocaat Alfieri, praat de scènes aan elkaar. Hij waardeert Eddies zo oprechte passie meer dan de gespeelde redelijkheid van cliënten die een minnelijke schikking willen – maar het is niet alleen zijn sympathie die de verrader mooi maakt. Het is ook het spel van Robby Cleiren. Onafgebroken houdt diens Eddie het nichtje in de gaten, quasi-nonchalant en allesverterend, gelukzalig en tot op het bot gekweld.

Hij lijdt terwijl de jongelui dansen, met op de achtergrond het nietsvermoedende ballet van de hijskranen.

Festival: Zomer van Antwerpen, t/m 29/8. Voorstelling: Van de brug af gezien, door De Roovers, t/m 18/7. Tekst: Arthur Miller. Regie en spel: Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Sofie Sente e.a. Gezien: 28/6 Kaai 226, Haven van Antwerpen. Inl: 0032-3-2029150 of www.zva.be.