`Je kunt de lat niet hoog genoeg leggen'

Verantwoording en toezicht zijn pijlers voor een code voor goed bestuur in pensioenfondsen. ,,Wij gaan voor de laatste 5 procent.''

Twee experts hebben op verzoek van voormalig staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken (inmiddels op Onderwijs) het bestuur in de pensioenfondswereld doorgelicht. Het duo, adviseur J. Wintermans (Boer en Croon) en jurist S. Schuit (Allen & Overy), presenteert vandaag de uitkomsten, die moeten leiden tot een code voor goed pensioenfondsbestuur.

Pensioen is voor werkgevers de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde. Ruim 90 procent van de werknemers spaart via zijn werkgever voor pensioen bovenop de AOW. De pensioenwereld beheert ruim 500 miljard euro vermogen.

Wat zijn uw belangrijkste bevindingen?

Wintermans: ,,80 procent van de pensioenfondsen vindt de discussie over goed pensioenfondsbestuur noodzakelijk. En als je lang nadenkt over het onderwerp kom je nergens anders uit dan bij intern toezicht, dus door een raad van toezicht of door een raad van commissarissen. Als je kijkt naar hoe pensioenfondsen nu bestuurd worden, zijn er punten waarop je aanmerkingen kunt maken. Geen intern toezicht. Geen echte verantwoording door besturen aan belanghebbenden, zoals werkgevers, werknemers, gepensioneerden.''

Schuit: ,,Als belegger vinden pensioenfondsen het heel normaal dat bedrijven intern toezicht hebben en verantwoording moeten afleggen, maar zij vinden het heel moeilijk om dat op zichzelf van toepassing te verklaren. Terwijl een belegger met zijn voeten kan stemmen door zijn aandelen te verkopen, terwijl een deelnemer aan een pensioenregeling niet weg kan.''

Wintermans: ,,Dan kun je de lat niet hoog genoeg leggen.''

De pensioenwereld wordt beheerst door werkgevers en werknemers en staat er niet om bekend dat zij externe bemoeienis met haar eigen reilen en zeilen verwelkomt. Welke reacties kreeg u tijdens uw inventarisatie?

Wintermans: ,,Je moet de sociale partners de kans geven het heft in handen te houden. Maar het proces moet niet vrijblijvend zijn, dan komt het niet van de grond, zo leert de ervaring met andere codes voor goed bestuur, dus wel verankering in wetgeving. De tekenen zijn gunstig dat de sociale partners het zelf willen regelen.''

Schuit: ,,Als de pensioenwereld zegt: wij staan vooraan in de wereld, dan moet men de richtlijnen van de OESO volgen, die verantwoording en toezicht bepleiten. Noblesse oblige. Maar het is best een hele klus, er moet over vergaderd worden, terwijl zoveel andere onderwerpen om aandacht strijden.''

Het lijkt erop alsof u, met extra toezicht en meer verantwoording, de rol van de sociale partners in de besturen wilt terugdringen. Waarom?

Schuit: ,,In besturen van pensioenfondsen vindt een buitengewoon ingewikkelde belangenafweging plaats. Elke bestuurder moet daar zitten voor het belang van de belanghebbenden. Bij sommige fondsen werkt 't vast zo, maar wij horen dat bij bedrijfstakpensioenfondsen én bij sommige ondernemingspensioenfondsen het CAO-overleg zich voortzet in het fondsbestuur.''

Wintermans: ,,De CAO-onderhandelingstafel en het pensioenfondsbestuur moeten twee verschillende tafels zijn. Daarom willen wij dat CAO-onderhandelaars een minderheid in het bestuur vormen. maar we vinden ook dat de directievoorzitter van het bedrijf, of de financieel directeur of het hoofd human resources, geen voorzitter van het pensioenfondsbestuur kan zijn. Alle functies van bestuursleden buiten het pensioenfonds moeten openbaar zijn. Daar wordt nu bijna niets over gepubliceerd in jaarverslagen.''

Schuit: ,,Jeroen van der Veer, president-directeur van Koninklijke Olie, kan dus niet, zoals nu het geval is, ook voorzitter zijn van het bestuur van Shell pensioenfonds.''

Na de zomer komt er een code voor goed pensioenfondsbestuur?

Gelach.

Schuit: ,,Nee, dan moet een commissie benoemd worden, die een jaar heeft om een code uit te werken. Dat duurde bij de commissie Tabaksblat ook bijna een jaar. Dan kan de code voor de pensioenfondsen met meer dan 10.000 deelnemers eind 2006 worden ingevoerd, voor kleinere fondsen een jaar later. Als 80 procent van de fondsen de code invoert is dat voor ons niet genoeg, wij gaan voor de laatste 5 procent. Ieders oude dag is even waardevol. Het mag niet uitmaken of je in het kappersbedrijf hebt gewerkt of bij Shell.''

    • Menno Tamminga