Israëliërs en Palestijnen samen voor Oranje

Oranje werkt verbroederend. Zelfs bij de strijdende partijen in Israël. ,,De hele Gazastrook'' bidt voor Hollandse winst op Portugal.

Stevig, ongevraagd kankeren op het leven hoort bij de sabras, geboren en getogen Israëliërs, als de shabbat bij het jodendom. ,,Waarom leef ik in een land waar Euro 2004 wordt onderbroken voor het nieuws van een Palestijnse aanslag. Er zijn niet eens doden gevallen. Wie kan het dan nog wat schelen'', klaagt installateur van koshere designkeukens Baruch, want door de alerte nieuwsonderbreking miste hij tijdens de wedstrijd Tsjechië-Denemarken de eerste goal van Milan Baros.

Snel overschakelen naar het Arabischtalig kanaal van de Israëlische publieke omroep maakte hem gelukkig nog nét tot getuige van het tweede doelpunt van topscorer Baros. Had Baruch een kwartiertje langer naar het nieuws gekeken dan had hij geweten dat er in de Gaza Strook een Israëlische soldaat was gedood.

Menig Israëliër, doorgaans toch aan tv- en krantennieuws verslaafd, wil op het ogenblik verschoond blijven van ander nieuws dan voetbalnieuws. Euro 2004 wordt via Hebreeuwse en Arabische kanalen uitstekend bekeken, voor de dagbladen in het myopische land, waar alle aandacht uitgaat naar `de situatie', is het toernooi voorpaginanieuws. Een diep verlangen naar een leven in een normaal, saai land ('Beneluxachtig' was het synoniem dat oud-premier Barak ooit eens gebruikte) gaat daarachter schuil. Wonen in een gewoon land, uiteraard mét deelname van Maccabi Tel Aviv aan de Europese voetcompetitie, is een droom van Baruch, die ,,Holland'' van harte steunt.

Wat de meeste Israëliërs niet weten is dat aan de andere kant van de religieuze-, taal- en conflictgrens even fanatiek ,,de wissel'' van Dick Advocaat, de afgang van David Beckham en het talent van Ronaldo wordt besproken. Zonder het van elkaar te weten is Oranje aan weerszijden van de Israëlisch-Palestijnse grens favoriet. Deze stelling is niet gebaseerd op wetenschappelijk verantwoord opinieonderzoek. Maar wie rondtoert met een Nederlands paspoort en blauwe NL-stickers op de voorruit, lokt bij checkpoints, in vluchtelingenkampen, in falafelzaken, koffieshops, de markt (Nablus, Ramallah, Tel Aviv) als vanzelf gesprekken en commentaren op Oranje uit. In winkels, op straat: Israël staat achter Oranje, de gebeeldhouwde instructrices van de sportclub in ons dorp en alle bezoekers van het na een terreuraanslag heropende Mike's Place in Tel Aviv voorop.

Dat Duitsland geen favoriet was in Israël laat zich raden, maar de steun voor Oranje is overweldigend. Yoav, een stoere sergeant-majoor der paracommando's bij het checkpoint Huwara op de bezette Westoever waar passerend journaille doorgaans ijzig wordt behandeld, zegt grijnzend: ,,Ik heb gelezen dat Van der Sar de joden heeft gevraagd voor Holland te bidden bij de Klaagmuur. Dat hebben we gedaan. En je ziet, het heeft gewerkt en nu gaan jullie winnen van Portugal.''

Een tengere soldaat met de achternaam Lazaroff op zijn tenue geborduurd zegt: ,,Wij steunen Holland, want Holland is pro-Israël en de Fransen en de Duitsers zijn antisemieten, de Engelsen anti-Israël en met Portugal, Italië en Spanje hebben we niets.'' Curieus, want een flink deel van de joodse bevolking heeft roots in het Middellandse Zee-gebied. En dat bepaald niet alle Nederlanders in de oorlog joden hebben verborgen en de huidige stemming in Nederland niet meer zo pro-Israël is, blijft buiten beschouwing.

Oranje verbroedert in Nederland alle rangen, standen en inkomensgroepen, maar dat ook in dit conflictueuze deel van de wereld ons bekendste exportproduct naast het blonde Hollandse kaasmeisje, dat juichend op de voorpagina's van alle kranten stond, de strijdende partijen verenigt, is toch een verrassing. Was vroeger de naam Johan Cruijff tot in alle uithoeken van de wereld voor journalisten, zakenlieden en diplomaten een onderwerp voor small talk, dan is nu enige kennis over Van Nistelrooy, Robben, Makaay en in mindere mate Davids en Seedorf onontbeerlijk.

,,We zijn hier allemaal voor Holland, zeker sinds de Italianen eruit liggen'', zegt Anan Labadeh in het Centrum voor Gehandicapten in Nablus waar op islamistische grondslag wordt tv-gekeken, geïnternet en veel over voetbal wordt geouwehoerd. Toch wil Anan weten ,,waarom Advocaat Rafael van der Vaart niet meer opstelt?'' Alsof de verslaggever, die, afgaande op de reactie, wat glazig gekeken moet hebben, dát zou weten. In het falafelrestaurant Az-Zahra op de markt van Nablus heeft de eigenaar ook een paar vragen: ,,Wat vind Patrick Kluivert ervan dat hij het hele tournooi op de bank moet zitten. En blijft Advocaat coach of stapt hij straks op?'' Het antwoord ,,géén flauw idee'' wordt, afgaande op een fronsende blik, duidelijk niet bevredigend gevonden.

Twee dagen later zou een Palestijnse collega telefonisch vanuit het vluchtelingenkamp Jabaliya in de Gazastrook, waar op de geringste bouwval een schotelantenne staat, namens alle aanwezigen in zijn favoriete koffiehuis melden dat ,,de hele Gazastrook'' bidt voor Hollandse winst op Portugal. Met de toevoeging: ,,Maar dan moet Advocaat Robben en Makaay wel in de basis zetten.'' Conclusie: bij de 16 miljoen Nederlandse coaches van Oranje kunnen gerust nog eens 5 miljoen Israëliërs en 3 miljoen Palestijnen toegevoegd worden. Oranje verbroedert ook hier en er moet meer gevoetbald en minder geschoten worden, want voetbal is in dit deel van de wereld geen oorlog. En hopelijk wordt de wedstrijd vanavond niet onderbroken voor bloedige nieuwsflitsen.