`Ik zie het als een kledingzaakje'

Sommige beroepen hebben hun imago niet mee. Vandaag een kijkje in de wereld van een coffeeshophoudster. ,,Soms zeg ik dat ik een koffiehuis heb.''

Anuschka Groot (34) verkoopt liever wiet dan alcohol. ,,Van alcohol word je een ander mens'', vertelt de eigenaresse van coffeeshop Sheiva in de Amsterdamse Pijp. ,,Wiet roken versterkt je eigen gevoelens.''

Groot kan het weten. Voordat ze acht jaar geleden haar coffeeshop begon, runde ze een café. Maar het publiek in een coffeeshop is veel prettiger, vertelt ze vanachter de bar in Sheiva. Ze wijst naar een stapel foldertjes met de risico's van cannabisgebruik. ,,Als ik ze hier waarschuw, luisteren ze. In het café lachen ze je gewoon uit.''

Na een paar jaar ,,teleurstellend ondernemen'' sloot Groot het café en begon ze Sheiva. Opeens was ze voor banken en instanties geen normale ondernemer meer. ,,Als je bij de Kamer van Koophandel zegt dat je een coffeeshop hebt, reageren ze heel raar. Alsof het allemaal erg duister is wat je doet.'' Belachelijk, volgens haar. ,,Ik zie het gewoon als een kledingzaakje.''

Ook in de buurt werd Groot met argwaan bekeken en heeft ze haar best moeten doen het vertrouwen te winnen. Ze veegt de stoep, houdt haar geveltuintje bij en houdt lastige jongeren in de gaten. ,,De buurvrouw zegt me nu sinds twee jaar gedag.'' Inmiddels komen ook niet-rokende, oudere vrouwen uit de buurt `een bakkie' bij haar drinken. In de kleine zaak zitten vier bezoekers op een grote bank rustig te roken. De huisdieren van Groot - drie katten en een hond - zitten ernaast. ,,Mensen zeggen vaak dat het hier net een huiskamer is. En dat is ook de bedoeling'', zegt Groot, die zichzelf omschrijft als een `echte blower'.

Ze heeft de afgelopen jaren flink moeten ploeteren om rond te komen, vertelt ze, terwijl ze haar uitgedoofde joint opnieuw aansteekt. Ze maakt niet voor niets een paar dagen per week schoon, als bijverdienste. Groot: ,,Iedereen zegt altijd: je zult wel veel geld verdienen met je shit''. Op hasj en wiet wordt geen BTW geheven. ,,Maar ik betaal wel inkomstenbelasting, omzetbelasting en personeelsbelasting.'' Bovendien: ,,Het is een buurtcoffeeshop, geen drukke shop in het centrum''. Behalve rijk moet Groot volgens velen ook wel crimineel zijn. Een coffeeshop mag maar 500 gram cannabis in huis hebben, maar bij controles wordt regelmatig gesuggereerd dat ze toch vast wel eens een kilootje onderhands verkoopt.

De klanten van Sheiva kunnen kiezen uit zeven soorten cannabis, met namen als Misty, Shiva en Hiya, wat in het Arabisch `de beste' betekent. Het inkopen noemt Groot het enige duistere aan haar beroep. ,,Ik kan helaas niet met een karretje naar de Makro. De mensen die het aanbieden zijn volgens de wet crimineel bezig.''

Inmiddels heeft Groot vaste leveranciers, maar in het begin had ze geen contacten in die wereld. Al gauw kwamen handelaren in de coffeeshop langs om hun waar aan te bieden. ,,Maar je weet helemaal niets van ze. Er valt ook wel eens iemand weg, door problemen.''

,,Soms komen er lugubere types binnen die zeggen: ik heb wiet'', vertelt Groot. ,,Ik ben dan zo bang dat ze het bij zich hebben!'' Dan zou ze boven de toegestane 500 gram uitkomen. ,,Dus die werk ik snel de deur uit.'' Groot hoeft geen grote voorraad te hebben. Deze zaterdag heeft ze 10 gram verkocht.

Groot vindt dat de regering het coffeeshophouders erg moeilijk maakt. Regelmatig loopt de politie binnen om haar voorraad te wegen en te controleren of ze zich overal aan houdt. Als een van haar klanten xtc-pillen, een wapen of een grote hoeveelheid cannabis in zijn zak heeft, heeft ze een probleem. ,,Door de schuld van een ander kun je voorgoed je zaak kwijtraken.'' Eén keer per jaar krijgt ze onverwachts een grootscheepse controle. ,,Met zes auto's staan ze dan voor de deur, niemand mag de zaak in of uit. En ze hijsen geen witte vlag als alles goed is'', zegt Groot. ,,Elk jaar hangen alle buren uit het raam. Die denken dat er iemand vermoord is.''

Aan kennissen vertelt Groot liever niet dat ze coffeeshophoudster is. ,,Soms zeg ik dat ik een koffiehuis heb.'' Als ze dan enthousiast roepen dat ze een keer langskomen, waarschuwt ze dat ,,er wel veel jongelui zitten'' en dat er wordt gerookt. ,,Dan zie je ze kijken.'' Maar Groot krijgt ook positieve reacties. ,,Flowerpowerfiguren, die nu wat ouder zijn, reageren altijd heel jofel.''

Dit is een rubriek over beroepen met een negatief imago. Volgende week: de vuilnisman