Het durfkapitaal lonkt naar het afval

Met afval valt geld te verdienen, denken investeerders. En het is een goed moment om `in afval' te stappen. ,,De bedrijven zijn nu goedkoop, de groei is beperkt.''

Het durfkapitaal heeft de afvalbranche ontdekt. In Duitsland kochten de investeringsmaatschappijen Blackstone en Apax de afvalverwerker Sulo van energieconcern RWE en het Britse Shanks verkocht zijn stortplaatsen aan de investeerder Terra Firma Capital. Het wachten is nu op de eerste overname in Nederland, zo bleek op het Nationale Afvalcongres in Amsterdam, waar de Nederlandse afvalbranche gisteren en vandaag bijeen was.

,,Private investeerders hebben veel geld en zijn op zoek naar goede bedrijven. Ze zien dat er veel geld te verdienen is in de afvalbranche'', zegt R. Oudman, bij zakenbank BNP Paribas in Amsterdam gespecialiseerd in fusies en overnames in de nutssector. Afvalbedrijven zijn voor investeerders interessant, omdat ze in het algemeen hoge, stabiele omzetten hebben. ,,Dat maakt het aantrekken van vreemd vermogen voor een afvalbedrijf relatief eenvoudig, waardoor je er als investeerder niet zo veel geld in hoeft te stoppen om toch groei te kunnen financieren.'' De afvalbranche is nog versnipperd genoeg om synergievoordelen te kunnen behalen. ,,Je kunt bedrijven opkopen en samenvoegen tot ze ongeveer een miljard euro waard zijn, en ze vervolgens naar de beurs brengen.''

Het Afval Overleg Orgaan schat de omzet van de Nederlandse afvalbranche, exclusief de schroothandel, op 5,1 miljard euro, verdeeld over inzameling (2,2 miljard), verwerking (2 miljard) en recycling (0,9 miljard). De vijf grootste bedrijven – Essent, Sita, AVR, Van Gansewinkel en Shanks – hebben circa 40 procent van deze markt in handen. De rest van de sector bestaat vooral uit lokale spelers, zoals gemeentelijke ophaaldiensten en kleine recyclingbedrijven.

Alle vijf de grote spelers zijn, nu of op termijn, te koop. Zo heeft Essent al aangekondigd zich te willen concentreren op zijn energie- en kabelactiviteiten en staat het belang van 45 procent dat het in afvalverwerker Van Gansewinkel bezit in de etalage.

De kans bestaat dat ook het Franse Suez, eigenaar van afvalbedrijf Sita, dit voorbeeld volgt. ,,De meeste nutsbedrijven zijn van plan om uit het afval te stappen'', aldus Oudman. Ook de toekomst van AVR, dat eigendom is van de gemeente Rotterdam, en Shanks, dat in private handen is en een beursnotering heeft in Londen, is ongewis. ,,Rotterdam heeft al eens gezinspeeld op het verkopen van zijn aandelen in AVR en Shanks heeft net het grootste deel van zijn Britse activiteiten verkocht, waardoor nu 80 procent van de omzet uit de Benelux komt.'' Dat maakt het niet waarschijnlijk dat Shanks tot in lengte van jaren een Brits beursfonds blijft.

Volgens Oudman is nu een goed moment voor investeerders om in afvalbedrijven te stappen. ,,Afvalbedrijven zijn nu goedkoop, want de groeiverwachtingen zijn beperkt.''

De afvalbranche ademt mee met de economie in het algemeen en de bouwsector in het bijzonder, omdat bouw- en sloopafval eenderde van de totale afvalstroom vertegenwoordigt. ,,En aangezien het slecht gaat in de bouw, heeft de afvalsector daar ook last van.'' Bovendien wordt er de laatste jaren veel afval naar Duitsland geëxporteerd, onder meer omdat Duitse bruinkoolcentrales dat goedkoper kunnen verwerken dan Nederlandse afvalverbranders.

Ook verdwijnt er Nederlands afval als opvulmateriaal in Duitse zoutmijnen. ,,Maar is de afvalbranche wel interessant genoeg voor investeerders?'', vraagt M. Westerhoff van accountant Deloitte zich af. ,,De marges zijn beperkt. Het geld wordt vooral verdiend in de inzameling, niet in de verwerking.'' Volgens Oudman valt dat wel mee. Het gemiddelde rendement van de afvalbranche blijft weliswaar beperkt tot een paar procent, maar dat komt doordat in die cijfers ook een heleboel gemeentelijke diensten en kleine bedrijven die niet kunnen profiteren van schaalgrootte zijn opgenomen. ,,Bij de grote spelers wordt goed verdiend.''

Verder is de kans groot dat het tij voor de afvalverwekers volgend jaar gaat keren. In Duitsland geldt namelijk vanaf 2005, net als nu al in Nederland, een stortverbod voor onbewerkt afval, waardoor Duitse bedrijven hun afval niet meer mogen storten, maar moeten laten verwerken, bijvoorbeeld in een verbrandingsoven. Duitse verbranders hoeven hun overcapaciteit dan niet meer te vullen met (onder andere) Nederlands afval. ,,De verwachting is juist dat er dan een tekort aan verbrandingscapaciteit zal zijn en er Duits afval geëxporteerd zal worden naar stortplaatsen in Oost-Europa'', zegt A. Jaron van het Duitse ministerie voor Milieu.

,,De Nederlandse afvalververwerkers kijken hier reikhalzend naar uit'', zegt Oudman van BNP Paribas. Dat geldt vooral voor de verbranders, die verwachten dat meer afval in Nederland zal blijven. Voor de inzamelaars is het minder gunstig. ,,Die kunnen niet meer goedkoop exporteren naar Duitsland, maar zijn weer aangewezen op de Nederlandse eindverwerking.'' Of dat ook tot verslechtering van de resultaten leidt, valt overigens nog te bezien. ,,Ze kunnen die hogere kosten ook gewoon aan hun klanten doorberekenen.''

Oudman zegt dat in Duitsland ook grote familiebedrijven geld over hebben voor overnames. En Amerikaanse afvalconcerns, zoals Waste Management en BFI, die in de jaren tachtig actief zijn geweest op de Europese afvalmarkt, zouden terug kunnen keren. Maar de meest verrassende ontwikkeling komt uit Spanje: daar hebben bouwbedrijven onlangs belangen genomen in afvalbedrijven. ,,De bouw is de grootste leverancier van afval en de marges in de verwerking van bouw- en sloopafval zijn op dit moment een stuk hoger dan in de bouw zelf.''