Een wijk vol Griffels

Berkel en Rodenrijs krijgt een Gouden Griffelwijk, met straten die heten naar schrijvers van bekroonde kinderboeken. Gisteren werd er vergaderd over welk boek in oktober de Griffel der Griffels moet krijgen. `Over Tonke Dragt is nooit discussie ontstaan.'

Niemand wil in de Daan Zonderlandstraat wonen. In Berkel en Rodenrijs verrijst binnenkort de Gouden Griffelwijk, met straten die heten naar schrijvers van kinderboeken. Een eerbetoon aan Annie M.G. Schmidt, die lang in dit dorp woonde. Zij krijgt er een laan, Hans Andreus een singel. Daan Zonderland zou een straat krijgen. ,,Maar die naam hebben we veranderd in de Willem Wilminkstraat, want niemand koopt een huis in een Zonderlandstraat'', zegt Ruud Emous van de straatnamencommissie. ,,En An Rutgers van der Loeff-Basenau is te lang voor een straatnaambordje.''

An Rutgers van der Loeff werd in 1954 als eerste bekroond met de prijs voor het beste kinderboek, met Lawines razen. In oktober dit jaar wordt de vijftigste kinderboekenweek gehouden, en ter gelegenheid daarvan zal de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) de Griffel der Griffels uitreiken. Voormalige leden van de griffeljury's stemmen de komende maanden over de vraag welk van de boeken die vanaf 1954 zijn bekroond het beste is.

Om de gedachten te bepalen over de criteria voor de keuze uit de 61 prijswinnaars kwamen vele tientallen oud-juryleden gisteren bij elkaar in het gemeentehuis van Berkel en Rodenrijs. ,,Het moet een monumentaal boek zijn, dat als ambassadeur kan dienen voor de Nederlandse kinderliteratuur'', gaf CPNB-directeur Henk Kraima voorzichtig aan. Een boek ook dat nog steeds gelezen wordt en in veel boekenkasten staat, vonden de meeste aanwezigen.

,,Maar is het boek dat straks wordt gekozen ook echt het beste kinderboek?'' vroeg kinderboekexpert Joke Linders zich af. ,,Ik vrees van niet.'' Neem Minoes van Schmidt en De tuinen van Dorr van Paul Biegel, die veelal worden beschouwd als de beste boeken van deze twee grootheden van de Nederlandse kinderliteratuur. In 1969 legden hun boeken het af tegen het nu vrijwel vergeten Complot op volle zee van Henk van Kerkwijk, waardoor deze klassiekers niet genomineerd zijn.

De waardering voor kinderboeken is de afgelopen vijftig jaar onderhevig geweest aan heftige schomelingen. Moest oorspronkelijk met goede boeken de verloedering van de jeugd worden tegengegaan, nu worden kinderboeken vooral als literatuur beoordeeld. In de jaren zeventig hadden maatschappelijk geëngageerde boeken een streepje voor, met als winnaar onder meer Kon Hesi Baka van Henk Barnard (1977). ,,Toen stonden bij een persconferentie dames in tuinbroeken op, die zich beklaagden over rolbevestigende patronen in boeken'', herinnerde oud-jurylid Truusje Vrooland zich. ,,Daar schrokken we toch een beetje van. We gingen er op letten, maar niet te veel. Anders zou heel goede literatuur door de zeef zijn gevallen.''

Uiteindelijk bepaalt het boek de criteria, betoogde oud-jurylid Anne de Vries: ,,Ik wilde in 1998 dat Zwart als inkt van Wim Hofman alle prijzen zou winnen, wat de criteria ook waren.'' De brief voor de koning van Tonke Dragt (1963) is volgens Linders ook altijd verheven geweest boven wat voor criteria ook: ,,Over dit boek is al die jaren nooit discussie ontstaan.'' Kinderboekenrecensent Pjotr van Lenteren hield het boek van Tonke Dragt omhoog: ,,Dit vind ik het mooist.'' Vrooland zei daarop: ,,Ik ook.''

Is De Brief een echte kanshebber, echte afvallers zijn ook al te zien. Zo geldt Loeloedji, kleine rode Bloem (1966) van Toos Blom inmiddels als een uiterst stigmatiserend boek voor roma. Berkel en Rodenrijs heeft wel een Toos Blomstraat ingetekend, maar gaat die naam veranderen. Want niemand wil in de Toos Blomstraat wonen.