Brief

Geachte heer Balkenende,

Met gepaste vreugde kon ik vanmorgen in de Volkskrant constateren dat u de beroepsgroep van columnisten belangrijk genoeg acht voor een openbare brief aan een van haar leden, te weten de heer J. Mulder, voorlopig woonachtig in Olhos d'Agua te Portugal. Helaas bleek mij bij nadere lezing van deze brief dat het hier een twijfelachtige eer betreft, aangezien u zich louter op verwijtende toon tot de heer Mulder richt.

Ik moet u bekennen dat ik mij nogal gestoord heb aan de ietwat huichelachtige inslag van uw schrijven. Eerst stelt u: ,,Ik heb in verband met de verwijten aan het adres van de heer Advocaat nooit uw naam genoemd en ik heb nimmer gerept van uw `stenigt hem' opmerking. Dat daar wat u noemt `ironie' in zat was mij niet ontgaan.''

Dit geconstateerd hebbende, gaat u vervolgens over tot de nadrukkelijke vaststelling dat de heer Mulder zich in ieder geval `erg onzorgvuldig' heeft uitgelaten. Uw manoeuvre geeft mij reden te veronderstellen dat u impliciet wel degelijk ook op de rol van de heer Mulder doelde, toen u eerder het vijandige klimaat rond de bondscoach aan de kaak stelde. Uiteraard staat het u vrij kritiek op hem te hebben, maar waarom draait u daar zo omheen?

Er is nog een aspect in uw brief dat mij hindert. U schrijft in het laatste deel over een klimaat rond de heer Advocaat `dat ook door de media werd aangewakkerd'. U noemt daarbij het voorbeeld van een ochtendblad dat `anonieme doodverwensingen' afdrukte. Ik wilde u vragen: heeft u nog veel meer van zulke voorbeelden? Zo nee, is het dan niet verwerpelijk, en zeker voor de premier van het land, om álle media op deze manier te stigmatiseren? Ik weet dat dit sinds een jaar of twee geen ongebruikelijke praktijk is in bepaalde politieke kringen, maar het valt me tegen dat u zich daar nu ook al op zo'n demonstratieve manier aan overgeeft.

Nu de kwestie zelf: het `zwartmaken' van bondscoach Advocaat.

Ik moet u er als bescheiden voetbalkenner op wijzen dat de heer Advocaat al geruime tijd als bondscoach gekritiseerd wordt. Die kritiek kwam niet alleen van journalisten, maar ook van collega's als de heer C. Adriaanse te Alkmaar. In Portugal werd deze kritiek voor een essentieel deel ook overgenomen door collega R. Koeman te Amsterdam en ex-collega J. Cruijff te Barcelona. Ook een volkomen neutrale commentator als de heer G. Netzer uit Duitsland was zó verbaasd over een tactische ingreep van de heer Advocaat dat hij zich afvroeg ,,of deze soms vijanden zocht''.

De kritiek op de heer Advocaat is steeds hard, maar vrijwel altijd zakelijk geweest. Dat geldt ook voor de kritiek van de heer Mulder. Die kritiek vond bovendien steun genoeg in de grillige prestaties van het Nederlands elftal.

Sinds een paar dagen gaat het wat beter met het Nederlands elftal. Als deze lijn zich ook vanavond tegen Portugal voortzet, bestaat het gevaar dat de hetze tégen `de media' nog verder wordt aangewakkerd als ik uw woorden even mag lenen. Ik verzoek u dringend daaraan niet verder mee te doen.

Ik wens u veel wijsheid.

F. Abrahams