Argentinië gebukt onder sociale onrust

Een moord op een werklozenvoorman zorgt voor snel oplopende sociale spanningen in Argentinië. Radicale werklozen bezetten multinationale bedrijven. De president zwijgt.

De filialen van hamburgerketen McDonalds, het kantoor van de Spaanse oliemaatschappij Repsol en het Amerikaanse hotel Sheraton waren de afgelopen weken nieuwe doelwitten in Argentinië van werklozen. De al jarenlang vrijwel dagelijks actievoerende Argentijnse werklozen hebben recentelijk de frontlinie verplaatst. In plaats van het steevast bezetten van wegen en het stilleggen van het verkeer in en om de hoofdstad Buenos Aires worden sinds enige weken de multinationals in Argentinië bezet om inwilliging van hun sociale verlanglijstje af te dwingen.

Meer gratis voedsel en brandstof voor de gaarkeukens, het weer in dienst nemen van ontslagen werknemers en vooral het verhogen van de uitkeringen voor werklozen en hun gezinnen. Het zijn de standaardverlangens van de Argentijnse radicale werklozen, piqueteros geheten. De eisen en de blokkades van de actievoerders zijn door de regering tot nu toe vrijwel even routineus genegeerd.

Maar met het aanpakken van buitenlandse bedrijven, hebben de piqueteros de achilleshiel van de autoriteiten te pakken. Voor het eerst gaan er ook binnen de Argentijnse regering serieuze stemmen op om de demonstrerende werklozen - die met stokken en bivakmutsen over straat trekken - aan te pakken. Argentinië is zich aan het ontwikkelen tot een ,,gewelddadige samenleving'' heeft de minister van defensie José Pampuro de afgelopen week gezegd. En ook de architect van het economisch herstel van Argentinië, minister van economische zaken Roberto Lavagne, vindt dat de maat vol is. ,,Het wordt tijd om de wet te gaan toepassen'', zei Lavagne in een vraaggesprek met de Financial Times.

Argentinië worstelt met de werklozen. En tot nu toe vooral in overdrachtelijke zin. Want alles is er onder de vorig jaar mei aangetreden linkse president Nestór Kirchner op gericht om geen ruzie te zoeken. De recente geschiedenis heeft immers geleerd dat het aanpakken van de ongeveer 200.000 piqueteros - die zich sinds 1997 manifesteren - een uiterst explosieve aangelegenheid is. Het afgelopen weekeinde herdacht Argentinië dat het precies twee jaar geleden is dat de politie twee piqueteros doodschoot. Darío Santillán en Maximiliano Kosteki werden op 26 juni 2002 op straat doodgeschoten toen de politie een groep werklozen wilde verhinderen de hoofdstad binnen te trekken. Het incident had tot gevolg dat interim president Duhalde - die waarnam omdat voorganger De la Rua eerder was weggedemonstreerd - zijn ambtstermijn bekortte.

Kirchner zegt ten allen tijde repressie te willen voorkomen. De tactiek is erop gericht de demonstrerende werklozen die in eindeloze groepjes zijn opgesplitst te verdelen in toffe piqueteros - met wie een nauwe dialoog wordt onderhouden - en te radicale piqueteros die zo veel mogelijk geïsoleerd worden. Vorige week hebben drie leden van het kabinet zelfs een openbare manifestatie bijgewoond van de gematigde actiegroep van voorman Luis D'Elia die het beleid van Kirchner zegt te steunen.

Maar uitgerekend diezelfde D'Elia heeft het afgelopen weekeinde met een paar handlangers een politiekantoor gesloopt als vorm van protest. De piqueteros zeggen de politie en ,,conservatieve economische krachten'' verantwoordelijk te houden voor een nieuwe moord op een piquetero-voorman. De 34-jarige Martín Cisneros - die een gaarkeuken leidde - werd vrijdagavond doodgeschoten door vermoedelijk drugshandelaren maar volgens zijn vrienden is er sprake van een mysterieus complot.

De demonstratieve gewelddadige aanvallen op multinationals en het politiekantoor heeft de Argentijnse regering definitief voor het blok gezet. Een overgrote meerderheid van de Argentijnse bevolking, zo blijkt uit opiniepeilingen, vindt het onacceptabel dat een deel van de bevolking straffeloos vernielingen mag plegen. Men vraagt om het aanpakken van de radicale piqueteros.

De radicale werklozen zijn op hun beurt bezig om voor aanstaande vrijdag een reuzenmars te organiseren om te protesteren tegen wat ze zien als een nieuwe politieke moord en de criminalisering van hun beweging. Het echte geweld wordt volgens de piqueteros immers uitgeoefend door een samenleving die toestaat dat bijna twintig procent van de arbeidsbevolking werkloos is. Een land waar volgens deze week bekendgemaakte cijfers de inkomensverschillen razendsnel groter worden: in 2003 verdiende de rijkste tien procent van de mensen in Buenos Aires vijftig keer zo veel als de armste tien procent van de bevolking.

De recente moord op de werklozenleider heeft er verder toe geleid dat de tot nu toe steeds verdeeld opererende piqueteros voor het eerst sinds lange tijd op één lijn zitten. Ze kregen deze week ook steun van de Dwaze Moeders die in Argentinië niet alleen opkomen voor het lot van hun tijdens de dictatuur verdwenen kinderen maar tevens een linkse actiegroep vormen. De aanvoerster van de Dwaze Moeders, Hebe de Bonafini, zei het vernielen van het politiebureau te steunen en riep op ,,alle politiebureaus af te breken''.

De enige die nog niet publiekelijk heeft gereageerd op de snel oplopende spanningen in eigen land is president Kirchner. Hij is samen met 250 Argentijnse ondernemers in China voor overleg gericht op bevordering van wederzijdse handel. Want juist op het terrein van buitenlandse investeringen heeft Argentinië door het niet langer aflossen van buitenlandse schulden en door de sociale spanningen veel krediet verspeeld.

Uit recente cijfers van de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) blijkt dat buitenlandse investeringen weliswaar in heel Zuid-Amerika afnemen, maar in Argentinië is het effect nog groter. In 2000 bedroegen de buitenlandse investeringen in Argentinië ruim 10 miljard. Nieuwe sociale rellen zullen die trend geen goed doen.