Anti-avonturen van nerd, mens en stripheld

Aan het begin van American Splendor wordt, in de vorm van een stripverhaal, alvast uitgelegd hoe het zit. Je hebt Harvey Pekar, de hoofdpersoon van de beroemde Amerikaanse underground strip American Splendor, geschreven door Harvey Pekar. En je hebt de echte Harvey Pekar, een Amerikaanse über-nerd uit Cleveland, Ohio, die het geluk had striptekenaar Robert Crumb tegen te komen. Die wilde diens anti-avonturen wel van illustraties voorzien. Later werd hij bijgestaan door andere tekenaars, die de kampioen-loser van steeds weer andere sukkelige trekken voorzagen. Pekar werd, voor een paar honderd dollar, een vaste gast in de David Letterman-show, ongeveer net zoveel als hij per maand verdiende als archivaris in het plaatselijke ziekenhuis.

Nu is er de film American Splendor van het New Yorkse regisseursduo Shari Springer Berman en Robert Pulcini. Acteur Paul Giamatti speelt daarin naast en door en tussen al bovenstaande incarnaties van de held, nóg eens Harvey Pekar. Mijn naam is Harvey Pekar. Was getekend Harvey Pekar. Dit is Wie van de drie voor gevorderden.

In de film kan dat bijvoorbeeld zo uitpakken. Harvey Pekar gaat boodschappen doen. In een van die karakteristieke Amerikaanse supermarkten voor analfabeten, waar de blikjes macaroni met kaas cheddar-oranje zijn en die met tomaten pomodori-rood. In welke rij voor de kassa moet je gaan staan? Voor gewone stervelingen al een haast onmogelijke vraag en zo eindigt Harvey Pekar in de verkeerde rij - achter een joodse vrouw die komt onderhandelen. Alleen bestaat zijn levenskunst eruit dat niet alleen toe te geven, maar er ook in te zwelgen en het te cultiveren. En van zoiets als het kiezen van de juiste rij een kwestie van existentieel belang te maken. In Pekars hoofd floepen de getekende stemmen aan als lampjes en ze worden steeds assertiever: ,,Hé sukkel, moest je nou net die rij nemen?''

De aantrekkingskracht van een figuur als Harvey Pekar, in al zijn getekende, gespeelde en geïnterviewde verschijningsvormen in American Splendor, is de subtiele manier waarop een kalende Elcerlyc dankzij de kaders van graphic novel en film tot superheld wordt. Niet voor niets begint de film op Halloween als een rijtje schooljongetjes in Batman- en Supermankostuums `je snoep of je leven' zingt. ,,En wie ben jij?'' ,,Ik ben Harvey Pekar. Gewoon een jongen uit de straat.''

Jongens uit de straat worden mannen uit de buurt, die tobben met hun prostaat, hun gebrek aan ambitie, hun kleurloze bestaan. Eindeloos uitvergroot wordt dat van net zoveel belang als The Green Goblin verslaan. Al slaagt Sam Raimi er in Spider-man 2 behoorlijk in om dat weer om te draaien en superieure zaterdagavondpulp met een gemeen scherp randje te maken.

Het bijzondere van American Splendor is dat anders dan in een geestverwante film als Ghost World, Terry Zwigoffs uitmuntende live action versie van Daniel Clowes' mijmeringen over de teenage-Angst van twee pubermeisjes, strip, film en documentaire allemaal op dezelfde kant van de medaille passen. Het is geen stripvérfilming. Er is niet meer sprake van bronmateriaal en een adaptatie.

Net als in Pekars leven vloeien fantasie en werkelijkheid, obsessie en reflectie moeiteloos in elkaar over. Daarom pakt de op zichzelf tamelijk gedurfde keuze om gebruik te maken van al die verschillende stijlvormen, van strips, animaties, levensechte commentaren, nagespeelde scènes en ga zo maar door, zo verrukkelijk briljant uit.

American Splendor. Regie: Shari Springer Berman en Robert Pulcini. Met: Paul Giamatti, James Urbaniak, Hope Davis, Joyce Brabner, Harvey Pekar, Judah Friedlander, Earl Billings. In: Cinecenter, Amsterdam, Filmhuis, Den Haag, Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht.