Zwanger

Een medicijnenstudente loopt stage. Onder pseudoniem doet de co-assistente verslag van haar ervaringen in het ziekenhuis. Vandaag over haar eerste zwangerschapscontrole.

,,Begin jij maar vast met de zwangerschapscontroles'', zegt dokter Van Manen, een pittige vrouwelijke gynaecologe, ,,en kom na elke patiënte even langs voor overleg.'' Ik kies een spreekkamer uit, oefen even met het doppler-apparaat op mijn eigen buik (gelukkig: geen extra hartslag...) en sla de eerste status open. Mevrouw Van Ginkel, 21 jaar, eerste zwangerschap, vierde maand. Ze komt voor controle omdat ze epilepsie heeft.

Als ik haar in de wachtkamer zie zitten, schrik ik even: een iel meisje, haar vettige gele haar in een strakke staart. Ze draagt een blauwe trainingsbroek met witte Nike Airs. Het tijgerprinttopje daarboven onthult de welving van haar blote buik. ,,Ken-ie ook mee?'' vraagt ze me en knikt naar opzij. Naast haar zit een pafferige man. Zijn vlezige hand ligt op haar dij en zijn buik heeft vrij spel boven de afgezakte spijkerbroek. In de overvolle wachtkamer durf ik niet te vragen of hij de vader is. ,,Natuurlijk!'' lach ik dus maar, en geef ook hem een hand.

Terwijl we naar de spreekkamer lopen, voel ik een weerstand tegen dit duo in me opkomen. `Moet dit kinderen krijgen samen?' vraag ik me af. Meteen besef ik dat dit niet de `open attitude' is die ik geleerd heb en spreek mezelf streng toe: `Wat geeft jou het recht je patiënten op esthetiek af te wijzen? De wereld is geen uitvergroot Bloemendaal! Trouwens, gemiddeld zitten ze samen op een ideaal gewicht.'

Binnen nemen we de standaardvragen door. Samantha en Jerryl blijken twee jaar samen te wonen. Zij werkt bij Dirk van den Broek en hij is vrachtwagenchauffeur. Na anderhalf jaar ,,proberen'' is deze zwangerschap meer dan gewenst. Als ze elkaar verliefd aankijken, voel ik me schuldig over mijn snelle oordeel. Maar één ding blijft me dwarszitten: er hangt een vage geur van sigaretten in de kamer die ik niet kan negeren.

,,Rookt u?'' vraag ik uiteindelijk. Samantha zucht: ,,Nee, nou ik ben dus aan het stoppen...''

,,Jezus!'' interrumpeert Jerryl opeens. ,,Stoppen? Een pakje per dag, dokter! Daar heb die baby toch schade van?'' Hulpzoekend kijkt hij me aan. Maar ondertussen is Samantha met vlammende ogen opgesprongen. Ze prikt haar vinger in zijn borst. ,,Schijnheilige... Nee, dat moet jíj nodig zeggen!'' en draait zich naar me om. ,,Als hij al thuis is, rookt en zuipt hij als een ketting!''

Nu springt ook Jerryl op en pakt haar bij de schouders. ,,Maar ik heb geen baby in mijn pens, schat!''

Ik staar naar het duo en opeens kan ik het niet meer en wil het ook niet meer. Al die eindeloze lessen medische ethiek en attitudevorming lijken plotseling voor niets geweest. Kreten als `autonomie van de patiënt' of `een non-paternalistische houding' staan op dit moment mijlenver van me af. Mijn hele lichaam is nu weerstand geworden: het trilt en beeft en schreeuwt in duizend stemmen: `Abortus! Abortus! Niets overleggen, maar stilzwijgend aanvragen! En als ze toch bezig zijn: direct steriliseren! Dit moet bij de bron worden aangepakt!'

Ik slik, zwijg, mompel dat ik ga overleggen en sprint de kamer uit. Hijgend sta ik op de gang en maan mijn lichaam tot stilte. Als de stemmen eindelijk verstommen, besef ik dat ik nog een lange weg te gaan heb.

De beschreven gebeurtenissen hebben echt plaatsgevonden, de namen zijn gefingeerd.