VS, het Indonesisch leger en de doofpot

De Verenigde Staten willen de militaire banden hervatten. Een paar justitiële oneffenheden moeten daartoe eerst nog even worden gladgestreken.

In Jakarta glimmen de generaals en stralen de diplomaten. De Amerikaanse autoriteiten hebben namelijk een groot obstakel voor hervatting van de militaire samenwerking met Indonesië weggenomen door het Indonesische leger vrij te pleiten van de moord op twee Amerikaanse docenten, twee jaar geleden. Een voorlopig onderzoek van de Indonesische politie wees destijds in de richting van militairen.

In plaats daarvan heeft de Amerikaanse justitie vorige week via een Grand Jury in Washington een Papoea, Anthonius Wamang, in staat van beschuldiging gesteld. Wamang zou een `commandant te velde' zijn van de Organisatie Vrij Papoea (OPM). Kenners van de Indonesische provincie Papoea en organisaties voor de rechten van de mens reppen van een `doofpotoperatie'.

Op 31 augustus 2002 werd in het centrale bergland van Papoea een konvooi van de Amerikaanse onderneming Freeport MacMoRan, die er een van de grootste koper- en goudmijnen ter wereld exploiteert, onder vuur genomen met automatische wapens. Daarbij kwamen drie docenten om van de aan de mijn verbonden internationale school – twee Amerikanen en een Indonesiër – en raakten acht mensen, onder wie schoolkinderen, gewond. De militaire commandant van Papoea schreef deze aanslag meteen op het conto van `OPM-rebellen', maar de toenmalige provinciale politiechef, de Balinese generaal Pastika, waarschuwde voor overhaaste conclusies en zette een rechercheteam aan het werk.

Dat er was geschoten door het Papoeaverzet hield het team, gezien de ontoegankelijke, door militaire posten afgegrendelde locatie, de gehanteerde wapens en het kwistige gebruik van munitie, voor hoogst onwaarschijnlijk. Rechercheurs vonden ter plaatse tweehonderd verschoten patronen. De slecht bewapende strijdgroepjes van de OPM beschikken niet over zoveel vuurkracht en zij hebben in de bijna 40 jaar van hun bestaan nooit buitenlanders gedood.

Militairen legden tegenover de politie valse verklaringen af, zo staat in het rechercherapport. De conclusie van het vooronderzoek luidde dat er was geschoten door dezelfde legereenheden die geacht werden de mijn te beveiligen. Het motief van de daders was volgens de politie `het scheppen van een onveilige situatie rond de mijn' om de vergoeding voor hun werk te verhogen.

De strijdkrachten ontkenden heftig en frustreerden het politieonderzoek. Toen de FBI ter plaatse een onderzoek mocht instellen, werd die overstelpt met militair `bewijsmateriaal'. Amerikaanse diplomaten zeiden er destijds van overtuigd te zijn dat er was geschoten door Indonesische militairen. Het FBI-onderzoek is nog niet afgerond en de onderzoekers houden ,,alle opties open'', maar justitie weet kennelijk genoeg.

Het Amerikaanse Congres staakte in september 1999 de militaire samenwerking met Indonesië, toen de bevolking van Oost-Timor voor onafhankelijkheid koos en gewapende milities met hulp van Indonesische militairen er een furie van geweld en vernieling aanrichtten. Sinds het aantreden van de regering-Bush poogt onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, oud-ambassadeur in Jakarta, de bilaterale samenwerking weer vlot te trekken. Hij beschouwt Indonesië – en zijn leger – als een belangrijke bondgenoot in de wereldwijde oorlog tegen terreur en krijgt nu steun van zijn collega van Justitie, John Ashcroft.

Indonesië is blij dat een Grand Jury een `Papoearebel' in staat van beschuldiging had gesteld. John Rumbiak, een activist voor de mensenrechten in Papoea, die vorig jaar na bedreigingen door militairen uitweek naar Australië, identificeerde Anthonius Wamang deze week als een handelaar in kostbaar aloëhout. Die handel wordt beheerst door militairen en Wamang zou nauwe banden met hen onderhouden. ,,Als hij het heeft gedaan'', aldus Rumbiak, ,,heeft hij niet alleen gehandeld''.

Papoeadeskundige Chris Ballard van de Australian National University noemt de beschuldiging van Wamang ,,adembenemend cynisch''. Dat hij een `OPM-commandant' zou zijn, vindt Ballard ,,ronduit belachelijk''. Edward McWilliams, een Amerikaanse oud-diplomaat in Jakarta en de enige die met zijn naam in de krant wil, zei deze week: ,,Als we achter de OPM aangaan, zweren we samen om de feiten in de doofpot te stoppen.''

    • Dirk Vlasblom