Ministerssalarissen

Een officieel onderzoek wijst uit dat al meer dan de helft van de huishoudens moeite heeft om rond te komen. En er staan nog allerlei kortingen te wachten door verhoging van premies. Verder is het de bedoeling dat de inkomens in 2004 en ook het volgend jaar niet toenemen. In dit klimaat besluit het kabinet dat de volgende ministersploeg er 30 procent bij moet krijgen. Zalm, onze minister van Financiën, opperde zelfs al eerder een plan om de salarissen van de zittende bewindslieden met onmiddellijke ingang te verhogen met wel 11 procent.

Dit door de uitbetaling op basis van een 40-urige werkweek te brengen. Hij zei daarbij dat hij, mocht dit niet lukken, opnieuw in zijn trukendoos zal duiken. Diezelfde Zalm zei nog niet zo lang geleden dat, nu de inkomens onder druk staan, er niet kan worden gedacht aan een verhoging van de ministerssalarissen.

Ik wil zelfs nog wat verder gaan en stellen dat de salarissen van de ministers helemaal niet aan verhoging toe zijn. Waarom niet? Ik noem (los van de ontwikkeling teweeggebracht door de graaiers) drie redenen: 1) de wetgeving komt al voor 65 procent van de EU; 2) er is enorm veel geprivatiseerd, gesaneerd, geliberaliseerd, gedecentraliseerd en gedereguleerd, waardoor ook hun taken aanzienlijk zijn gereduceerd; 3) er zijn aanzienlijk meer bewindslieden (waaronder staatssecretarissen) dan ooit. Ook dat maakt de taak lichter.