Irakezen hebben lichte voorkeur voor sterke man

De meeste Irakezen zijn het met de Amerikaanse president Bush eens dat hun land een democratie moet worden – alleen later. De jongste van de driemaandelijkse peilingen in Irak door Oxford Research International geeft aan dat democratie (50 procent) het wint van een sterke man (36 procent) als het gaat om de vraag wat Irak over vijf jaar nodig heeft. Maar over 12 maanden heeft Irak nog een sterke man nodig voor 49,9 procent van de ondervraagden. Democratie haalt dan maar 31 procent.

Oxford Research International voerde deze gisteren gepubliceerde peiling tussen half mei en half juni uit onder 3.002 mensen in alle delen van Irak. Daarbij werd samengewerkt met de universiteiten van Oxford, Dohuk en Bagdad.

De voorkeur voor een sterke man is licht gegroeid in vergelijking met de resultaten van maart, vermoedelijk in verband met het doorgaande geweld en het geringe vertrouwen in de huidige politici. Volgens de peiling blijft de onveiligheid de belangrijkste zorg van de Irakezen. Tegelijkertijd is het vertrouwen in de politici onverminderd laag. ,,Welke nationale leider vertrouwt u het meeste?'' vroegen de peilers. Geen, antwoordde 34 procent (33 in maart). Vice-president Ibrahim Jaafari haalt nu 13 procent, in vergelijking met 16 procent in maart. Interim-premier Iyad Allawi wordt helemaal niet genoemd. Die staat alleen in de lijst van politici die niet worden vertrouwd; door 0,8 procent in maart tegen 2,4 procent nu. Saddam Hussein deelt in de malaise; hij zakte van de 7de plaats op de lijst van vertrouwde leiders naar de 10de.

De somberheid strekt zich ook uit tot de beoordeling van van de Amerikaanse invasie van vorig voorjaar. In maart vond 48,2 procent de Amerikaanse interventie nog `absoluut goed' of `enigszins goed'. Dat percentage blijkt nu te zijn gezakt tot 40,8 procent. Ruim 59 procent beschouwt het nu als `absoluut' of `enigszins' verkeerd, tegen 51,8 procent in maart.