Het landschap als onderwerp in vijf eeuwen

Het landschap als onderwerp maakt zo vanzelfsprekend deel uit van de schilderkunst, dat het moeilijk is te bedenken dat dit ooit niet zo was. Toch is het landschap als zelfstandig picturaal genre, waarbij de natuur, ontdaan van mythologische of bijbelse anecdotiek, op een esthetische wijze werd verbeeld, nieuw geweest. In drie gebieden is omstreeks 1500 het landschap als onderwerp min of meer zelfstandig ontstaan. In Zuid-Duitsland, in Noord-Italië en in de Zuidelijke Nederlanden. In Duitsland heeft dat niet directe een groots vervolg gehad, maar de ontwikkelingen in Italië en in Vlaanderen wel. Juist die vroege ontwikkelingen in Vlaanderen – met Antwerpen als artistiek centrum – zijn het onderwerp van de mooie tentoonstelling De uitvinding van het landschap in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.

De titel van deze mooie tentoonstelling is verkeerd gekozen. Uitvinding verwijst naar een proces van vallen en opstaan, terwijl de honderd schilderijen, prenten en tekeningen alle gekozen zijn om hun esthetische kracht. Ze zijn voltooid. Hier hangen meesterwerken uit de 16de en begin 17de eeuw. Hier zijn allerlei oplossingen om diepte te suggereren vakkundig toegepast. We zien wegstromende rivieren, wegen die zich in de verte verliezen.

Een aantal ontwikkelingen is duidelijk te volgen. Daarbij is het niet een kwestie van goed naar beter, maar van nieuwe inventies die aansloegen. De vroege landschappen hebben alle nog een bijbelse thematiek. Men wordt direct getroffen door de schilderijen van Joachim Patinir. Grillige berglandschappen in warme aardse kleuren, waarbij altijd wel een verborgen heremiet, de heilige familie op de vlucht naar Egypte, of een pelgrim op zijn moeizame weg te vinden is. De kracht van deze schilderijen op zo'n bescheiden formaat zit in de ontzagwekkende ruimtelijkheid en in enkele werken ook in het ongemakkelijks, dreigend dat in de lucht hangt, geschilderd in apocalyptische kleuren. Patinir en zijn tijdgenoten onder wie Henri met de Bles een van de besten is, muntten uit in het weergeven van weerbarstige rotspartijen. Deze kunstenaars moeten diep onder de indruk zijn geraakt van de Alpen en ook het publiek kon daar geen genoeg van krijgen.

Omstreeks 1550 verdwijnen die rotsen en gaan de Vlaamse schilders zich op een realistische wijze meer toeleggen op het beboste landschap. De bijbelse figuren maken plaats voor alledaagse types als boeren, herders en dorpelingen. Ook hier is het coloriet kenmerkend, de bruinen en vooral groene tinten.

Een volgend stadium na de door rotsenpartijen en bossages gedomineerde landschappen breekt aan wanneer schilders het vlakke Vlaamse platteland gaan uitbeelden, het alledaagse het onbekommerde, de sfeer van een landweg, een modderig pad in een dorp. En hier kwam nog vernieuwing bij: de horizon werd verlaagd. Schilders schiepen meer ruimte voor de bovenhangende luchten. Pieter Breughel I heeft hier als pionier gewerkt en beïnvloedde generaties schilders. van de vroegsten daarvan zijn Abel Grimmer, Pieter Breughel II en, Hans Bol goed vertegenwoordigd.

Vanaf ongeveer 1610 beginnen ook in de Noordelijke Nederlanden enkele schilders het alledaagse vast te leggen. Dat gebeurde in Haarlem. Er is een destijds vermaarde, maar nu wat minder bekende schilder geweest, die hierbij een cruciale rol heeft gespeeld: Adriaen Brouwer. Hij werd in 1605 geboren in Oudenaarde en kreeg zijn opleiding in Antwerpen. Hij werkte enkele jaren in Haarlem en ontdekte daar de dan nieuwe manier van landschapschilderen, waarbij het Hollandse landschap in al zijn gewoonheid werd weergegeven. Atmosferische geschilderde stukjes natuur waarin wandelaars, boeren, nietige types in de duinen, opgaan in de omgeving. Brouwer beïnvloedde zowel schilders in het zuiden als in het noorden. Daar kwam die hele die hele nu wereldberoemde school van Van Goyen, Ruysdael, Hobbema tot stand. Brouwer werd bewonderd dooe zowel Rubens als Rembrandt. Brouwers werk op de tentoonstelling mag gezien worden als sleutelstuk in de ontwikkeling van het geschilderde landschap.

Tentoonstelling: De uitvinding van het landschap. Van Patinir tot Rubens, 1520-1650. Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen. Tot 1/8.

    • Roelof van Gelder