Heel Zuid-Afrika één grote dierentuin

Steeds meer boeren in Zuid-Afrika beginnen een wildpark. Liever een tuin vol nijlpaarden en neushoorns dan zieke koeien en lastige landarbeiders.

Gerrie Grobler heeft zojuist honderdduizend rand neergeteld voor lotnummer 217. Dat is elfduizend euro voor een ,,pakketje'' nijlpaarden zoals de veilingmeester het noemde: twee kalveren en hun moeder. ,,Is dat een goede prijs?'', plukt de Zuid-Afrikaanse boer aan zijn grijze baard. ,,Geen idee. Een mens koopt niet elke dag een nijlpaard.''

Eén keer paar jaar kan het, in het Hluhluwe-Umfolozi park, een safaripark in de KwaZulu Natal provincie. In de derde week van juni gaat op deze grootste wildveiling van Afrika het `overschot' van meer dan honderd wildparken onder de hamer. Zes zwarte neushoorns zijn er dit jaar bij, en veertig witte. In de hokken vlakbij de veilingtent staan ook giraffen te zweten, naast de wrattenzwijnen, de springbokken, zebra's, impala's en kudu's. De drie dikhuiden die boer Grobler vandaag mee naar huis neemt, koopt hij ongezien. Ze moeten nog gevangen worden. ,,Ik verwacht ze in september op de stoep.''

De veiling kan na zestien jaar rekenen op een vaste klandizie. Vlakbij de ingang zit de Zuid-Afrikaanse Griek uit de Oud-Transvaal (,,dol op antilopen en neushoorns''), en achter hem, als altijd aan de mobiele telefoon de tycoon uit Johannesburg, zojuist gearriveerd met zijn eigen helikopter. De tent puilt echter uit van de nieuwkomers, onbekende gezichten in een van de snelst groeiende markten in Zuid-Afrika. Veel Zuid-Afrikaanse veehouders die hun runderen zat zijn.

,,Pas nu begint iedereen wakker te worden'', verklaart Jeff Gaisford van KwaZulu Natal Wildlife, die de veiling organiseert. ,,Vee is uit. Wild is in.'' Wilde dieren kosten minder. Ze worden niet steeds ziek, zoals de Europese koeien die na eeuwen Afrika nog steeds niet kunnen verdragen. Ze worden niet aan de lopende band gestolen. En ze trekken harde dollars en euro's aan van jagers en toeristen.

Volgens cijfers van het ministerie van Milieu en Toerisme telt Zuid-Afrika inmiddels 9.000 particuliere wildboerderijen. Per jaar komen er meer dan 500 bij, samen zeker 300.000 hectaren groot. Particuliere en nationale parken beslaan bijna 15 procent van de totale landoppervlakte in Zuid-Afrika. In provincies als KwaZulu Natal en de Oostkaap is al een vijfde van het land een wildtuin.

Er is niet veel voor nodig om van een veehouderij een wildpark te maken. Zuid-Afrikaanse boerderijen zijn producten van kolonisten, en die dachten groot. Vijfduizend hectare grond is hier heel normaal. Een manshoog hek, wat luxe hutten, een handvol jachtopzieners en een telefoontje naar de Lonely Planet zijn genoeg voor een succesvolle start.

Boeren, ecologen en de marketingmanagers die het land internationaal aan de man moeten brengen, zien in de wildparken de toekomst van Zuid-Afrika's landbouw. Wildparken zijn milieuvriendelijk. Ze behouden Afrika zoals het vroeger was. En ze scheppen volgens cijfers van het ministerie van Toerisme potentieel vijftien maal zoveel banen als veehouderijen. Het Hluhluwe-Umfolozi laat zien wat voor banen: bij de slagbomen aan de rand van het park dansen krijgers in koeienhuiden hun traditionele Zulu-dans. Leuk voor de toerist op zoek naar het echte Afrika.

In het hart van KwaZulu Natal, een paar honderd kilometer ten noorden van Hluhluwe, klinken alle fantasieën over wildparken als oorlogstaal. In het dorpje Ingogo en omstreken kwamen in de afgelopen vijf jaar zeker 7.000 landarbeiders op straat te staan. Boeren hebben personeel op grote schaal geloosd. De wetten van het nieuwe Zuid-Afrika (70 euro maandloon voor elke boerenknecht) hebben de arbeidsintensieve veeteelt onbetaalbaar gemaakt, zeggen ze. Op de heuvels waar decennialang koeien en schapen graasden, lopen nu buffels en zebra's.

Mangaliso Kubheka kreeg op het afgelegen stukje van de De Wetstroom-boerderij drie maanden geleden plotseling bezoek van de blanke eigenaars, de Jouberts. Ze spreken elkaar zelden. De Kubheka's zijn al generaties lang niet-betalende pachters van het stukje grond bij de watermolen. Ze woonden er al voor de eerste blanken er neerstreken bij het begin van de Eerste Boerenoorlog in 1882. Blanken gebruiken nooit al het land dat ze meer dan een eeuw geleden inlijfden. Zwarte families als de Kubheka's gebruiken de stukken die ongeschikt blijken voor vee, of gewassen.

Het nieuws dat de Jouberts van De Wetstroom een wildpark wil maken, is nog niet verteerd. Wilde dieren en mensen gaan niet samen, hebben de boeren gezegd. Ze hebben Kubheka en familie een andere woonplek aangeboden, en financiële compensatie. ,,Maar we zijn hier geboren. Hier liggen de graven van mijn opa en zijn opa's. Dit is de grond waarop ik wil sterven.'' Het leven op De Wetstroom is simpel. Een paar kippen en geiten rond een autowrak en zes hutten. De beestjes zullen de krottenwijk waar ze straks naar toe moeten niet overleven, voorspelt Kubheka. Hij vreest de diefstal van de levende have, zijn erfenis, zijn waardigheid.

Op het erf van De Wetstroom en andere boerderijen die worden omgevormd tot wildparken, botst de Zuid-Afrikaanse grondwet met zichzelf, zegt Thembela Kepe van de Universiteit van de West-Kaap (UWC). Kepe is onderzoeker bij het Programma voor Land en Agrarische Studies op de UWC. ,,De constitutie beschermt het eigendomsrecht van boeren. Ze hebben het recht om hun erf te omheinen en zich te ontdoen van overtollig personeel. Dezelfde constitutie beschermt echter ook de rechten van landarbeiders, hun minimumloon, hun onderdak. Het is een van de mislukkingen van onze democratie.''

De grondwet legt het dilemma bloot dat de regering van president Mbeki verscheurt. Zuid-Afrika wil investeerders en exporteurs de ruimte geven, buitenlandse valuta verdienen. Tegelijkertijd moet Zuid-Afrika het land hervormen, waarvan meer dan 80 procent in handen is van enkele tienduizenden blanken. Tien jaar na de komst van democratie is pas drie procent teruggegeven van het land dat de zwarten tijdens apartheid en koloniale tijden ontstolen werd.

De snelle expansie van de wildparken in Zuid-Afrika verzuurt de verhoudingen tussen de boeren en hun zwarte landarbeiders. Volgens het National Land Committee (NLC) dat al jaren pleit voor snellere landhervormingen leidt meer wild tot meer geweld op het platteland. ,,Zo voed je veediefstal, en moorden op blanke boeren, je creëert misdaad uit wanhoop'', zegt Andile Mngxitama van NLC. ,,Je rijt wonden open uit koloniale tijden. Is dat het Zuid-Afrika dat we willen? Meer conflict en heel het land een dierentuin?''