Europa bracht niet louter goed nieuws

Sinds 1 mei telt de Europese Unie 25 landen. Deel 21 van een serie familieportretten. Het verhaal van de Spaanse familie Aragón Sánchez.

Het gaat goed met de familie Aragón Sánchez. Het huis in Barbate, dat een jaar geleden werd opgeleverd, glimt en ruikt nog steeds als nieuw, in de woonkamer pronkt een breedbeeldtelevisie en de zittingen van de stoeltjes zijn nog afgedekt met plastic. ,,Ik zeg het de kinderen regelmatig'', vertelt vader Manolo, ,,Jullie zijn rijk geboren.''

De voltallige familie is verzameld rond de koffie met gebak: Manolo (43) en Marina (37), hun zoons Manuel (14) en Javier (8), Manolo's vader Paco (68) en moeder Paca (64) en Marina's moeder Maria (66). Het gaat over het harde vissersbestaan van vroeger in het stadje aan de Atlantische kust van de Zuid-Spaanse provincie Cadiz. En hoe de visserij door de Europese Unie werd weggesaneerd met alle gevolgen van dien: torenhoge werkloosheid en de komst van dinero facil, het snelle geld van de hasjsmokkel die nu de belangrijkste dobber is die de economie draaiende houdt.

Grootvader Paco was 12 toen hij de zee werd opgestuurd om de kost te verdienen en 58 toen hij er mee ophield. De zon en zee hebben zijn huid gelooid. De bootjes van Barbate visten tot ver voor de kusten van Marokko. Twintig, soms veertig dagen op zee, bij terugkomst twee dagen rust. Veertig man in een kleine kotter, de vissers sliepen om en om, met hun hoofden bij de voeten van hun maten in de kajuiten. ,,Vlooien in alle kleuren'', zo omschrijft Paco de situatie aan boord. Er werd gevist op sardientjes en ansjovis. Later werkte hij in de traditionele almadraba, de tonijnvangst waar Barbate nog steeds bekend om is. Inkomsten waren in die dagen afhankelijk van de vangst. Als de vis op de afslag was verkocht, werden eerst de kosten van de stookolie en de proviand in mindering gebracht. Wat overbleef werd verdeeld naar rato van positie en leeftijd. Als de vangst tegenzat had de bemanning het nakijken.

Op de wal draaide alles om de vis. Beide grootmoeders werkten in de conservenfabrieken in Barbate, Maria sneed de koppen weg, Paca de ingewanden. Het Consortium, in handen van de staat, was de grootste fabriek met vijfhonderd man personeel. Afhankelijk van de binnenkomst van de boten werd er gewerkt, desnoods op zondag. Maria, een kleine, compacte verschijning, kreeg dagelijks uitbetaald. Paca moest vaak weken wachten op haar geld en maar zien hoe ze de monden van haar acht kinderen vulde.

In die dagen, welbeschouwd niet eens zo lang geleden, werd de dienst in Barbate uitgemaakt door zeven families die de grote rederijen in handen hadden. ,,De families Crepo, Galindo, Quintino del Moro: de zeven heren van de vis'', zo herinnert Maria zich. Zij bepaalden wie er aan boord kwam en wat er uitbetaald werd. Zondags zaten ze vanzelfsprekend vooraan in de banken van de San Paulino kerk. Tegenwoordig zit Maria zelfs naast een van de Crepo's in de kerkbanken. Nee er is veel veranderd, beaamt de oudste generatie. Maria heeft zelfs leren lezen, schrijven en rekenen op de cursus voor volwassen analfabeten.

Ook Manolo was op zijn zestiende voorbestemd voor een bestaan als visser. Maar de nieuwe generatie liet zich niet meer zo makkelijk in de overvolle bootjes proppen. ,,Wij waren ons bewust: zij worden steeds rijker, wij steeds armer'', zo vat Manolo zijn credo samen. Hij werd lid van de communistische vakbond en bracht het zelfs tot afgevaardigde. Er werd gestaakt, wat voor paniek en angst onder de reders zorgde. ,,Ze waren niet gewend aan opstand'', zegt Manolo. Hij glimlacht bij de herinnering.

Op zee was het tij inmiddels aan het keren. De vangsten liepen terug, Europa drong aan op de sanering van de Spaanse vissersvloot, veruit de grootste van het continent. Vooral de kleinschalige, artisanale kustvisserij in het zuiden moest het ontgelden. En tot overmaat van ramp begon Marokko, waarmee de onderhandelingen nu via de EU liepen, steeds meer geld te eisen voor de visserijconcessies voor zijn kusten. De Italiaanse Emma Bonino, toen eurocommissaris van visserij, sleepte voor Spanje de laatste maal een concessie binnen. ,,Die vrouw heeft een standbeeld verdiend'', meent Manolo.

Langzaam viel het doek. De conservenfabrieken sloten één voor één. Vissers kregen twee jaar lang 900 euro per maand en verdwenen vervolgens in de groeiende groep werklozen. De reders kregen een stevige vergoeding om hun schepen uit de vaart te halen. ,,Die hielden er natuurlijk weer het meest aan over'', meent Manolo. Zelf ging hij werken als kok in een restaurant. Hij bakt nu voor de toeristen de vissen die hij vroeger zelf ving.

Met meer dan 40 procent werkloosheid begon het stadje te zoeken naar andere bronnen van inkomsten. Het toerisme kwam niet echt van de grond aan deze winderige kust. Steeds meer jongeren trokken weg. Voor veel van de blijvers kwam de oplossing van de overkant, uit Tanger waarvan de kustlijn op heldere dagen duidelijk zichtbaar is. De smokkel nam Barbate over. Vroeger was het tabak, suiker, koffie of poedermelk, die door de vissers aan wal werd gebracht, herinnert grootvader Paco zich. Nu is het hasj, die in snelle motorboten door steeds professionelere bendes aan wal werd gebracht. Jongeren konden in één nacht meer verdienen dan hun vaders in een maand bij elkaar konden vissen. Nergens in Spanje werden per hoofd van de bevolking zoveel dure BMW's, Mercedessen en terreinmotoren verkocht.

Manolo maakt zich boos over hoe zijn stadje langzaam is verziekt door de smokkel. Veel jongeren vallen voor de verleiding van het snelle geld en weigeren een opleiding te volgen. Leiders van de grote bendes worden relatief ongemoeid gelaten. Grootmoeder Maria kan wel enig begrip opbrengen. ,,Als die smokkel er niet geweest geweest was had de helft van het dorp niet te eten. Hoe kun je nu een familie onderhouden met een uitkering van 360 euro?'' Maar evengoed: dat het haar kleinkinderen bespaard moge blijven.

Zoon Manuel, met 14 jaar een weldoorvoede reus vergeleken bij de rest, hoort het zwijgend aan. Hij leert graag en doet het goed op school, maar weet nog wat hij later worden wil. In ieder geval niet iets met de zee, want daaraan heeft hij een hekel. Broertje Javier weet het wel. ,,Guardia Civil'', zegt hij met een stralende lach. Hij vindt die pistolen wel stoer, net als in de videospelletjes op de computer. Vader Manolo lacht er wat ongemakkelijk bij. ,,De Guardia Civil is ook nodig'', verdedigt Maria de beroepskeuze van haar kleinzoon.

De toetreding tot Europa, die in Spanje in 1986 plaatsvond, bracht Barbate niet louter goede tijdingen. Toch heerst er geen anti-stemming. Iedereen heeft gestemd tijdens de laatste verkiezingen. De oudste generatie op de socialisten, Manolo dit keer ook. Om de nieuwe regering-Zapatero een steuntje in de rug te geven heeft hij dit keer niet op de communistische federatie gestemd. Vooral de waargemaakte belofte om de troepen uit Irak terug te trekken kan op algemene instemming rekenen. Als ze in huize Aragón Sánchez ergens wel een hekel aan hebben dan was het aan premier Aznar en zijn steun aan de VS in die oorlog. Frankrijk, Duitsland, daar ligt volgens hem de toekomst. Dat waren de landen die Spanje steunden om er economisch weer boven op te komen na de desastreuze achterstand die onder Franco was opgelopen.

Die uitbreiding van de Unie is duidelijk minder in trek. Dat veel bedrijven zich oostwaarts vestigen stemt tot nadenken. ,,Ze hadden bij de toetreding vast moeten stellen dat ze al die Europese vestigingssubsidies terug moeten betalen als ze voortijdig uit Spanje vertrokken'', meent Manolo. Grootmoeder Paca klaagt over de euro. Sinds die is geïntroduceerd zijn de prijzen verdubbeld. ,,Die euro vermoordt ons'', roept ze met schelle stem. Toch is de situatie in Spanje door het lidmaatschap onherkenbaar verbeterd, meent het gezelschap. Vroeger was er alleen arm en rijk, nu is er zoiets als een middenklasse. Manolo: ,,We zijn er nog steeds niet, maar wel halverwege.'' Grootmoeder Maria stond laatst bij de visboer naast zo'n Europeaan uit het noorden. Hij was bijna drie keer zo groot als zij. ,,Ik zei: wat ben je groot en ik klein. Maar in Europa zijn we wel gelijk. Ik weet niet of hij me begreep, maar we hebben wel gelachen.''

Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl/europa