Donker monster opnieuw het wonder van Heerlen

Morgen wordt het gerestaureerde Glaspaleis in Heerlen officieel geopend. Het is een indrukwekkend cultuurcentrum geworden dat ook op de Dag van de Architectuur, 3 juli, kan worden bezocht.

Het Glaspaleis is weer het wonder van Heerlen. Lange tijd, vanaf de jaren zeventig, was het een sjofel gebouw met weerzinwekkende gevels van rookglas. Maar sinds eind vorig jaar is het opnieuw wat het oorspronkelijk in 1935 was: een gebouw dat met zijn ongekende doorzichtigheid een hoogtepunt van het Nederlandse Nieuwe Bouwen is. Morgen wordt het gebouw officieel geopend, daarna zijn er vier open dagen met tal van festiviteiten.

Bij elk bezoek aan Heerlen verbaast het weer: hoe is het mogelijk dat dit grote, radicale gebouw van glas, staal en beton in het hart van de katholieke mijnwerkersstad kon verschijnen, pal naast de eeuwenoude Sint Pancratiuskerk? Wat was er in het Heerlense stadsbestuur gevaren dat ze dit scherpe contrast tussen het doorzichtige Glaspaleis en de gesloten Romaanse kerk hebben toegestaan?

De bouw van het Glaspaleis was het gevolg van een samenloop van omstandigheden. Heerlen had in de jaren dertig in Van Grunsven een burgemeester met avant-gardistische aspiraties op kunstzinnig en architectonisch gebied die Heerlen wilde moderniseren. Dan was er de eigenaar van handel in confectiekleding, Peter Schunck, die droomde van een hypermodern warenhuis. En tot slot was er de briljante eclectische Heerlense architect Frits Peutz, die het Glaspaleis Schunck ontwierp.

Het Glaspaleis is een ongewoon compromisloos gebouw. Schunck beschouwde een modern warenhuis als een gestapelde markt en dat is precies wat hij kreeg van Peutz. Alsof hij een jonge, 21ste-eeuwse architect was die bij Rem Koolhaas stage had gelopen, nam Peutz de opdracht heel letterlijk: veel meer dan zes dunne betonnen vloeren rustend op betonnen paddestoelkolommen werd het warenhuis Schunck niet. Bovenop het warenhuis kwam een penthouse van twee verdiepingen met een ronde glazen erker als grootste frivoliteit. De warenhuisverdiepingen kregen aan drie zijden gevels van glas, die dankzij de buitengewoon grote afmetingen van de glasplaten, veel doorzichtiger waren dan bijvoorbeeld het beroemde Bauhaus-gebouw in Dessau uit 1927 dat internationaal was geprezen om zijn transparantie.

Een kleine dertig jaar vervulde het Glaspaleis zijn oorspronkelijke functie: in de jaren zestig hield warenhuis Schunck op te bestaan. In de jaren zeventig kreeg het Glaspaleis gevels van bruin rookglas, die weer eens toonden hoe kwetsbaar de modernistische glasarchitectuur is. Het Glaspaleis veranderde van een hoogtepunt van het Nederlandse Nieuwe Bouwen in een afzichtelijk donker monster dat, niet helemaal ten onrechte, op de nominatie kwam te staan om te worden gesloopt. Maar in 1993 werd een werkgroep opgericht die met succes ijverde voor behoud en restauratie van het Glaspaleis. In 1995 werd het Glaspaleis door de toenmalige staatssecretaris van OCW tot beschermd monument verklaard. Twee jaar later kocht de gemeente Heerlen het en nam de bekende, uit Heerlen afkomstige architecten en Peutz-bewonderaars Jo Coenen en Wiel Arets in de arm om het gebouw zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat te herstellen.

De restauratie verliep niet zonder problemen. In plaats van de geraamde 10 miljoen euro stegen de kosten van het herstel in oude staat en de bouw van een kleine muziekschool tot 15 miljoen euro. Een van de redenen was dat Coenen en Arets de tekeningen niet altijd op tijd klaar hadden, waardoor de aannemer het werk moest stilleggen. Maar vermoedelijk zal Heerlen de perikelen rondom de restauratie gauw zijn vergeten. Want opnieuw heeft de stad nu een transparant Glaspaleis, dat niet alleen op de lijst van duizend belangrijkste 20ste-eeuwse gebouwen van de Internationale Unie van Architecten terechtkwam, maar onlangs ook werd bekroond met de Bouwfonds vitaal monument award. Weliswaar moest het vernieuwde Glaspaleis noodzakelijkerwijs iets anders worden dan oorspronkelijk – zo werden de vloeren 17 centimeter dikker om de vele leidingen te verbergen en waren de platen van diamantglas niet in precies dezelfde maten leverbaar als de glasplaten uit 1935 – maar de verschillen zijn alleen waarneembaar voor bezoekers met een meetlat op zak en de oorspronkelijke maten in het hoofd.

Vorig jaar al betrokken de openbare bibliotheek, de Stadsgalerij en het architectuurcentrum Vitruvianum het vroegere warenhuis. Ze zijn zo gehuisvest op de vloeren die eens een `gestapelde markt' vormden, dat ze in het hele gebouw recht doen aan de oorspronkelijke openheid. Op de bovenste etages zijn een restaurant en een filmhuis gevestigd, met een schitterend uitzicht over de stad en de omgeving. De Heerlense muziekschool heeft muzieklokalen op verschillende etages in gebruik en kreeg bovendien een klein, nieuw gebouw dat ondergronds met het Glaspaleis is verbonden. De nieuwbouw is het minst geslaagde deel van het herstel van het Glaspaleis: het is een hoekig doosje, dat met zijn spiegelende grijs geëmailleerde gevelplaten het tegendeel is van het indrukwekkende Heerlense cultuurpaleis.

Op de officiële opening van het Glaspaleis voor genodigden op 30 juni volgen vier open dagen met optredens in het Glaspaleis van Cesar Zuiderwijk, Rick de Leeuw e.v.a. Inl. www.glaspaleis.nl

    • Bernard Hulsman