De macht van Bush

De rechters die George W.Bush na de omstreden verkiezingsstrijd met Al Gore in het Witte Huis hielpen, hebben de president nu een stevige terechtwijzing gegeven. De ,,vijandelijke strijders'' in de Amerikaanse basis Guantánamo op Cuba hebben recht op toegang tot een Amerikaanse rechter om hun detentie te toetsen. De regering-Bush heeft dit recht categorisch van de hand gewezen en de beslissing voor onbepaalde tijd voor zichzelf opgeëist. Zij kreeg bij deze ongehoorde claim de lagere rechters mee. De aanspraak op rechterlijk gehoor zou niet gelden voor vijandelijke vreemdelingen die worden vastgehouden in het buitenland. Het federale Hooggerechtshof prikt met zes tegen drie stemmen deze redenering, die is gebaseerd op een zaak van vlak na de Tweede Wereldoorlog, door. De lagere rechters hebben het precedent verkeerd begrepen. Sterker dan het machtswoord van een president is het habeas corpus-beginsel. Dit geeft iedereen die van staatswege van zijn vrijheid is beroofd het recht zich te wenden tot een rechter. Dit beginsel gaat terug tot de Engelse koning (en dwingeland) Jan Zonder Land, brengt het hof fijntjes in herinnering. Een van de raadslieden in de zaak, nota bene een militair advocaat, had Bush al vergeleken met George III, de Britse vorst tegen wie de Amerikaanse vrijheidsstrijd was gericht.

Het argument dat de Amerikaanse rechter niets te zeggen heeft omdat Cuba zich in een oud verdrag de soevereiniteit over Guantánamo had voorbehouden, wordt tegengesproken door dat verdrag zelf. Dit zegt namelijk dat de VS ,,complete rechtsmacht'' over de basis uitoefenen. De principebeslissing van het Hooggerechtshof over Guantánamo wordt onderstreept door zijn uitspraak in de zaak-Hamdi. Het hof zegt dat een als ,,vijandelijk strijder'' vastgezette Amerikaanse burger aanspraak heeft op een ,,neutrale beslissende instantie''. Zelfs de ongelukkigen op het beruchte Duivelseiland van de Fransen, ook in de Caraïben, hadden tenminste een proces gehad. Jammer is alleen dat het internationaal recht eigenlijk geen rol speelt in de redenering van het federale Hooggerechtshof. De verhouding van Bush tot de Geneefse verdragen over het humanitaire oorlogsrecht kan wel enige verduidelijking velen.

Hoe het nu verder moet met de gevangenen van Guantánamo is ook nog niet zo duidelijk. De regering-Bush is nog steeds bezig met speciale tribunalen, de zogeheten militaire commissies, waarvan zelfs de militaire advocaat zegt dat ze niet deugen. Het Hooggerechtshof laat deze vraag nadrukkelijk open. In elk geval is de stellingname van de Amerikaanse regering die er op neer kwam dat Guantánamo een juridisch zwart gat is, onaanvaardbaar gebleken. Het wordt tijd voor een rondje lessons learned in het Witte Huis.