Wie mag optreden op het ITs?

Door interventie van de theaterscholen dreigt het ITs Festival zijn subsidies te verliezen. De scholen willen meer macht over het theaterscholenfestival.

In een feestelijke, maar ook strijdlustige en onzekere stemming werd gisteren in Amsterdam het Internationale Theaterscholen Festival (ITs) afgesloten. Het festival gaat enorm uitbreiden – volgende week begint de Brusselse editie, dan volgt een tournee langs Europese steden – maar het wordt tegelijkertijd met opheffing bedreigd. Zowel de Raad voor Cultuur als de Amsterdamse Kunstraad oordeelden de afgelopen maanden negatief over de subsidiëring van het ITs.

Van alle negatieve raadsadviezen waren die over het ITs wel de merkwaardigste. Vrij onverbloemd kozen de raden hier namelijk partij in een machtsconflict tussen de festivalleiding en de vier grote Nederlandse theaterscholen. De laatste hebben zich in een brief aan de raad beklaagd over het ITs, en hun klachten komen bijna letterlijk terug in de adviezen.

Reeds vóór de Europese ambities was het ITs al flink gegroeid, en in het groeiproces vervreemdde het van de theaterscholen. Het contact verliep al lange tijd stroef. De scholen willen veel meer invloed hebben op het festival, het liefst zelfs bestuurlijke deelname.

De ruzie gaat niet alleen om de macht. De scholen willen zelf bepalen wat voor voorstellingen zij op het ITs laten zien. Het presenteren van de scholen staat voor hen voorop; mislukte voorstellingen kunnen in die visie ook interessant zijn. Om de kwaliteit te bewaken wil het festival echter zelf selecteren en de mislukkingen eruit filteren. Selecteren is volgens het ITs een noodzaak: als het festival alles zou tonen, zou het drie maanden moeten duren.

Mede door de internationalisering lag de nadruk dit jaar inderdaad erg op de buitenlandse voorstellingen. De Nederlandse bijdragen werden op het laatste moment toegevoegd. Maar hoe aantrekkelijk het internationale ook lijkt, Nederlandse toneelliefhebbers willen toch vooral de Nederlandse sterren van morgen zien. En die ontbraken deels op het festival. Van de gereputeerde Maastrichtse Toneelacademie was niet één voorstelling te zien.

Over de invulling van het festival valt te twisten, maar eventuele klachten hierover zijn nooit een goede aanleiding om het festival dan maar helemaal op te heffen. Wat dat betreft lijken de theaterscholen zich met hun interventie in de eigen voeten te schieten: als er geen ITs meer is, hebben ze helemaal geen groot podium meer om hun waren te tonen.

Tijdens het festival hebben de betrokkenen verschillende oplossingen geopperd. Bijvoorbeeld: geef de scholen binnen het ITs een eigen podium en laat ze zelf vrijelijk bepalen wat er op wordt vertoond. Of: zorg ervoor dat in ieder geval de nieuwe regisseurs en de groepsvoorstellingen van de vier afstudeerklassen te zien zijn. Dan zien de geïnteresseerden tenminste de generatie van morgen, de eventuele magere kwaliteit nemen ze op de koop toe.