Voor alles een god

Zou het aantrekkelijk zijn om polytheïst te zijn? Zou de wereld aantrekkelijker zijn, als ze polytheïstisch was en als de grote monotheïstische religies niet zo machtig waren geworden? Het waren vragen die je jezelf kan stellen na het lezen van het boek van Jonathan Kirsch, God Against the Gods, dat onlangs in de boekenbijlage door Hafid Bouazza zo aanstekelijk besproken werd dat nu iedereen het wil lezen.

Kirsch zelf laat er geen twijfel over bestaan dat men in een polytheïstische wereld beter af is. Ondanks zijn schijn van wetenschappelijke objectiviteit verklaart hij vanaf bladzijde 1 al dat polytheïsten toleranter, vrouwvriendelijker, levenskunstiger en eigenlijk in elk opzicht beschaafder zijn dan monotheïsten, wat hij dan verder alleen nog maar met selectief gekozen voorbeelden hoeft te demonstreren.

Zijn boek is niet zo goed, Bouazza's stuk klonk heel wat veelbelovender. Kirsch schrikt er niet voor terug om het atypisch te vinden wanneer een polytheistische tiran mensen vervolgt en het juist heel typerend te noemen als een monotheïst dat doet. Zo kan ik het ook.

Maar evenzogoed bleef de vraag wat de voorkeur verdiende. Iemand zei dat hij een lijstje had willen maken met links polytheïsme en rechts monotheïsme en daaronder de voor- en nadelen. Hij had het niet gedaan, maar wat hij nu wel dacht was: wat een heerlijke wereld waarin die polytheïsten leefden. Voor alles een god. Ging je eten, was er een god die daar welwillend op toezag. Bij een transactie offerde je even aan een andere hemeling. Voor de liefde, de stoelgang, de toekomst, de gunstige wind of het groeiende gewas, overal was een god voor en overal viel een klein ritueeltje uit te voeren dat je het prettige gevoel gaf in een bezielde en misschien zelfs wel goedgunstige wereld te leven. Heerlijk. Daar stak die ene, nogal vaak kwade god schraal bij af.

Van dat aspect van het polytheïsme maakt Kirsch trouwens jammer genoeg weinig werk, hij heeft het te druk met te laten zien hoe de enkele god won van de vele goden ondanks de evidente onverdraagzaamheid van zijn volgelingen. Met de ene god kwam, schrijft hij, de mogelijkheid iemand te vervolgen niet om wat hij doet, maar om wat hij denkt. Een duidelijk en groot minpunt aan de kant van de monotheïsten. Aan wier kant je op grond van dit boek trouwens nauwelijks een plusje kunt zetten. De veelkleurige verscheidenheid van het meergodendom staat in een veel zonniger licht.

Eigenlijk is het natuurlijk een onmogelijke vergelijking. Sommige mysteriegodsdiensten, zoals de Isiscultus bijvoorbeeld, leken erg veel op het christendom en beloofden ook zoiets als een nieuwe mens en een wedergeboorte. Goden die sterven en weer opstaan, en aan wier lot je deel kunt hebben, zijn er wel meer. De bekende Griekse goden daarentegen beloven helemaal niet zulke dingen, integendeel, die vragen mensenoffers (Ifigeneia), straffen verschrikkelijk (Orestes, Oidipous, Prometheus), verkrachten vrouwen, doden kinderen, martelen en dat alles vaak omdat ze beledigd zijn door de uitspraak van een mens. Een mens die zegt: ik kan beter fluitspelen dan Apollo, ik heb meer kinderen dan de moeder van Artemis. De god uit het Oude Testament mag een jaloerse en wraakzuchtige god zijn, hij onderscheidt zich daarin niet speciaal ongunstig van de Olympische goden. Goden zijn nooit leuk en lief – wie doet alsof het wel zo is heeft er niets van begrepen. Goden zijn er voor de ingewikkeldheid van het bestaan, voor wat niet uit te leggen is, niet te begrijpen, moeilijk te aanvaarden. Zij vertegenwoordigen de ondoorgrondelijkheid, en daarin zit veel duisters.

We kunnen natuurlijk ook helemaal niet meer voelen hoe het was in de Romeinse tijd met al die goden die ook nog uit verschillende landen en culturen kwamen en allemaal naast elkaar bestonden – hoeveel echt geloof zat daar nog bij? Of waren het gewoon riten en gewoonten die erbij hoorden omwille van de vrede, het bijgeloof, de hoop, de traditie en wat mensen nog meer hebben aan redenen om religieuze rituelen uit te voeren? In India kun je nog zien wat het betekent, meer goden. Hoe mooi het is als mensen niet vervolgd worden om wat ze denken, maar juist vernederd worden om de kaste waarin ze geboren zijn. Een geweldige verbetering. Mensen verzinnen altijd wel wat om elkaar te vernederen, te onderdrukken, te verketteren.

Maar goed, wat zou het mooie zijn van veel goden? Dat ze overal zijn natuurlijk, dat alles in principe ook wel goddelijk kan zijn, van een zwaan tot een gouden regen, van de bliksem tot de zee, van het voorjaar tot de dood, er is niets of er hoort een god of godin bij en alles is dus bezield.

Het aantrekkelijke van het veelgodendom is ook het gebrek aan canon en heilige boeken – alle verhalen worden steeds weer opnieuw verteld en steeds weer anders en ze zijn allemaal tegelijkertijd waar. Of nooit helemaal waar. Dat geeft ruimte. Dat voorkomt inderdaad het starre en dwingelanderige van de monotheisten met hun paar heilige teksten. Die ze bovendien allemaal op weer net een andere manier voor waar houden, reden om elkaar te verketteren tot op de dag van vandaag. Onderlinge haat tiert welig (we hebben weer veel hartverheffends mogen lezen over de mislukte, nieuwe protestantse eenheid) en de buitenstaanders deugen ook niet.

Tegelijkertijd geeft één god, één geloof samenhang. Daar is heel veel op af te dingen, zoals gezegd, maar toch – voor richting in het leven, verbondenheid met anderen, heb je wellicht meer aan een godsdienst met een centrale god die alles doordringt. En die daarmee ook onbegrijpelijk en onvatbaar is, dat kan niet anders, want hoe zou één God op een begrijpelijke manier goed en kwaad, geluk en ellende in zich verenigen?

Het `Systeem' van de dichter Leo Vroman is ook niet te bevatten, maar toch is het een geheel en toch biedt de gedachte van een samenhang, een orde, zelfs als je die nooit zult kunnen zien of begrijpen, troost. Meer dan versplintering. Hoezeer de postmoderne gedachtegang ons ook voorschrijft te geloven dat samenhang en betekenis passé zijn en diversiteit en fragmentatie de waarheid die we onder ogen moeten zien. Polytheïsme is wel veel hipper dan die ene god met zijn verschillende namen.