Slagveld tussen Oost en West

Het Atlas Ensemble besloot gisteren het Holland Festival in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw in opperste extase. Superlatieven schoten daarbij te kort, zoals dat hoort bij een finale.

Het Atlas Ensemble biedt een exotische uitvergroting van het door tokkelinstrumenten toch al exotisch gekleurd Nieuw Ensemble. De toevoeging van blazers, luiten, citers, strijkers en slagwerk komt van Azië en het Midden-Oosten. China levert negen musici, Turkije vijf, Azerbeidzjaan twee en Armenië en Iran elk één. En de slagwerker komt uit Mexico.

Er klonken bijdragen van componisten uit China, Azerbajdzjan, Turkije, Italië en Nederland, waardoor één rijk versierde lijn getrokken werd van Macau tot Amsterdam. Want als er hier iets werd verduidelijkt, dan was het wel de prominente betekenis van versieringen. In de oosterse praktijk is ornamentiek veel meer dan decoratie; zij raakt aan de ziel van de muziek. Dat gold bij ons ook – tot die kunst in de barok op de achtergrond raakte.

Pas met de komst van de authentieke uitvoeringspraktijk begon er weer iets te dagen. Een karakteristiek voorbeeld uit die praktijk bood de Engelse tenor Nigel Rogers. Hij beluisterde de geitenmekkertjes in de Indiase zangkunst om die vervolgens toe te passen op de ornamentiek bij Monteverdi. Daarmee werd hij een idool op het oude-muziekpodium. ,,Wanneer durf je dat ook toe te passen bij het oeuvre van Bach?'' vroeg ik hem. ,,Ja, dat zou pas een doorbraak zijn!''

Op een vergelijkbare, enigszins vervreemdende wijze werkte de voelbare spanning op het concert van het Atlas Ensemble. Het had meer weg van een `slagveld' dan van een ontmoetingsplaats tussen Oost en West. Toch kwam het een enkele maal wel degelijk tot een boeiende synthese. Zoals in het uiterst emotionele Zikr (herinnering) van Frangis Ali-Sade. De Azerbajdzjaanse ontwikkelde zich tevens als een gezaghebbende pianiste in een repertoire met Karajev, Schnittke en Goebaidoelina, maar ook Messiaen, Cage en Crumb. Haar oeuvre staat in dienst van een synthese tussen de traditionele Azerbajdzjaanse muziek en de westerse avant-garde.

Tegenover de lange, hartstochtelijke lijnen van Frangis Ali-Sade, stond het bijna Weberniaanse mozaïek van Bun-ching Lam. Ook deze Chinese heeft ervaring met mengvormen, in een prachtig helder geïnstrumenteerde muziek die ruikt naar lichte lentebloesem.

En dan waren er nog drie werken van componisten die hun sporen hebben verdiend in de jazz, want improvisatie was de tweede constante op dit concert. Het gold voor de bij Klaas de Vries studerende Turk Evrim Demirel in Anatolische liefdesliederen, voor de Italiaan Stefano Bellon in een verhalend Vocativo en voor de Nederlander Theo Loevendie in een ouder stuk. De invloed van Berio was niet ver weg: estheten!

Concert: Atlas Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard. Gehoord: 27/6 Concertgebouw. Amsterdam. Opname door de Concertzender voor latere uitzending.

Dit is de laatste reguliere bijdrage van onze medewerker Ernst Vermeulen, die op gezaghebbende wijze meer dan 35 jaar werkte voor Algemeen Handelsblad en NRC Handelsblad, waarvoor de krant hem zeer erkentelijk is.