Schaken onder het goedkeurend oog van Gaddafi

De Libische leider Gaddafi betaalt het riante prijzengeld voor het wereldkampioenschap schaken. Niet alleen de Israëliërs bleven in Tripoli weg.

Waar je ook gaat of staat in het El Mahary hotel, overal kijkt Kolonel Moammar Gaddafi op je neer. Of eigenlijk is neerkijken het verkeerde woord. Bijna altijd is de blik van de leider van de Libisch-Arabische Socialistische Volks-Jamahiriyah op een verre einder gericht, waar hij lijkt te speuren naar wijsheid om zijn volk te dienen. In het Arabisch, maar ook het Frans en Engels hangen zijn ideeën aan de muur, zoals hij ze opschreef in zijn Groene Boek. Bijvoorbeeld `De drijfveer van de geschiedenis is de sociale factor.' Of `Het huis behoort toe aan zijn bewoner'.

Dit is de entourage van het wereldkampioenschap schaken en er zijn weinig schakers die er nog van opkijken. Sinds Kirsan Iljoemzjinov president van de wereldschaakbond werd zijn ze aan een en ander gewend geraakt. Het kampioenschap van 2000, dat begon in India, werd afgerond in Teheran en als het aan Iljoemzjinov had gelegen had zelfs Saddam Hussein nog niet zolang geleden gastheer mogen zijn van een WK. En dan waren er de talloze titeltoernooien in Elista, de hoofdstad van Kalmukkië, waar Iljoemzjinov zelf president is. Vorige maand nog werd daar in Chess City, een surrealistisch modern gebouwencomplex midden in de steppe, het dames-WK gehouden. Eigenlijk had dat kampioenschap in de Georgische autonome regio Adzjaria moeten plaatsvinden, maar nadat de Adzjarische leider Aslan Abasjidze zijn land in allerijl moest ontvluchten, greep Iljoemzjinov in. Opmerkelijk genoeg bleef Abasjidze garant staan voor het prijzengeld dat in zijn aanwezigheid op de slotceremonie in Elista verdeeld werd.

Een bezoek dat Iljoemzjinov een half jaar geleden aan Moammar Gaddafi bracht resulteerde in het eerste WK op Afrikaanse bodem. De Libische leider stelde anderhalf miljoen dollar beschikbaar voor het prijzengeld en zegde ook nog eens twee ton toe voor de organisatie. De Fide-president vond het een prachtig gebaar van de voormalige verstotene die in hoog tempo weer wordt omarmd door de internationale gemeenschap.

Problemen waren er natuurlijk wel. Om te beginnen was er de vraag of de Israëlische schakers die zich hadden gekwalificeerd een visum zouden krijgen. Dat bleef geruime tijd onduidelijk. Zeker nadat de zoon van de Libische leider, Ingenieur Mohammad Gaddafi, voorzitter van het Libisch Olympisch Comité en de eigenlijke schaakliefhebber in de familie, had laten weten dat `de Zionistische vijand' het land niet in zou komen. Die bewering werd gauw weer rechtgezet en nadrukkelijk herhaalde Iljoemzjinov dat iedereen welkom was, ook al betuigde hij zijn spijt dat de Israëlische spelers geen begeleiders konden meenemen. Feitelijk leek zo alles in orde, maar uiteindelijk bleven de Israëliërs allemaal weg. Volgens de Fide-officials hier omdat ze zich niet aanmeldden, volgens hun topspeler Boris Gelfand in een reactie vanuit Tel Aviv omdat vanaf het begin duidelijk was dat niemand op hun komst zat te wachten. De toezegging dat ze hun visum in Tripoli zouden krijgen wuift Gelfand weg als een loze belofte: ,,Zouden we ons dan veilig moeten voelen? Iljoemzjinov is toch niet de leider van dat land?'' En verwijzend naar het Lockerbie-drama: ,,Het zou toch een schrale troost zijn voor onze families als ze over vijftien jaar financieel gecompenseerd zouden worden.''

De Israëliërs waren niet de enigen die wegbleven. Onder de 128 deelnemers die ruim een week geleden aan het knock-out-toernooi begonnen waren niet meer dan twee spelers uit de toptien. Kasparov doet uiteraard niet mee, omdat het de bedoeling is dat hij een match zal spelen tegen de winnaar uit Tripoli, maar ook vedetten als Anand, Kramnik, Leko en Shirov lieten het om uiteenlopende redenen afweten. De spelers die wel kwamen zijn overwegend tevreden en prijzen de warme gastvrijheid. Je hoort zelfs niemand klagen over het totale alcoholverbod, terwijl er toch redelijk wat schakers zijn die zich 's avonds graag met een glaasje ontspannen. Veselin Topalov, die door vrijwel iedereen als de uitgesproken favoriet voor de hoofdprijs van honderdduizend dollar wordt gezien, laat zich nadrukkelijk lovend uit over de organisatie. ,,Iedereen doet zijn uiterste best om het je naar je zin te maken.''

Waar wel over geklaagd wordt, is het versnelde speeltempo dat eerder stalen zenuwen vergt dan een diep en fijnzinnig inzicht. Veel partijen worden beslist door blunders van spelers die in tijdnood de macht over hun stukken kwijtraken. De taferelen worden alleen nog maar dramatischer als er een tie-break nodig is waarin nog veel sneller gespeeld moet worden. In de tweede ronde ging Loek van Wely in zo'n zenuwenoorlog ten onder en daarmee verdween de laatste Nederlander uit het toernooi. Eerder op die dag waren Ivan Sokolov en Sergei Tiviakov al uitgeschakeld in de reguliere partijen. Nigel Short, die vooraf werd beschouwd als een van de favorieten, klaagde dat de invoering van het versnelde Fide-tempo de grootste heiligschennis is sinds het in brand steken van het Zomerpaleis in Peking in 1860. Alsof hij zijn woorden kracht wilde bijzetten beëindigde de Engelsman een lang beleg tegen de Pool Krasenkow na 121 zetten met het simpel weggeven van een stuk, waardoor hij al vroeg zijn koffer kon pakken.

Waar dit kampioenschap toe zal leiden is nu nog moeilijk te peilen. Veel zal afhangen van het kaliber van de uiteindelijke winnaar. Van de acht spelers die nog in de race zijn zouden Topalov, Grisjoek of Adams boeiende tegenstanders zijn voor Kasparov. En dat zou de kans weer vergroten dat die match gevolgd zal worden door de wedstrijd waar de schaakwereld al jaren naar hunkert, een herenigingsmatch met de winnaar van het `klassieke wereldkampioenschap' dat deze herfst wordt uitgevochten door Vladimir Kramnik en Peter Leko in Brissago, Zwitserland. Over de match tussen Kasparov en de winnaar uit Tripoli is nog niets concreets bekend. Wel belde Iljoemzjinov enkele weken geleden Kasparov op met de mededeling dat hij op 5 januari zal beginnen.

Waar dat zal gebeuren liet hij in het midden, maar wie die vraag aan een schaker stelt maakt in ieder geval goede kans op de tegenvraag of Noord-Korea zo langzamerhand niet eens aan de beurt is.