Rogier van Otterloo

,,Ik leerde Rogier van Otterloo kennen via de jazz. Ik was negentien en een vriend van me had Het Mistige Rode Beest uit Turks Fruit gearrangeerd. Ik vond het een ijzersterk stuk: goede melodie, juiste sfeer. In de platenkast van mijn ouders vond ik de originele soundtracks van Turks Fruit en Soldaat van Oranje. Later ben ik met professionele oren naar Van Otterloo's werk gaan luisteren. Dan hoor je hoe goed het technisch in elkaar zit.''

Zich verdiepen in de componist zelf deed Johan Plomp (1969) pas nadat hij gevraagd was voor een Rogier van Otterloo-tribute. Bij de ontmoeting met diens zonen bleek Plomps schoonvader de arts te zijn geweest die de in 1988 aan kanker overleden componist begeleidde in zijn laatste levensjaren. En de Haagse bassist ontdekte meer raakpunten. Zo ontwikkelt Plomp zich ook steeds meer van muzikant tot arrangeur/bandleider. Zijn Small BigBand bestaat, net als veel bands onder Van Otterloo voordat hij dirigent van het Metropole Orkest werd, uit freelancers en kan het beste omschreven worden als `klein orkest met groot geluid'. Op een `Tribute to Rogier van Otterloo' brengt Plomp op North Sea Jazz diens bekendste filmmuziek.

,,Van Otterloo vermengde jazz en klassiek. Dat is op zich niet uitzonderlijk; bij Ellington klinkt ook klassiek, Gershwin vermengde genres en bij de hedendaagse pianist Brad Mehldau hoor je klassieke invloeden. Maar zij kiezen voor één harmonisch concept: jazz of klassiek. Van Otterloo nam stukjes van beide samen in één nummer. Dan werden acht maten jazz gevolgd door vier maten klassiek, enzovoorts. Dat is uniek aan de jaren zeventig.

,,Dat was ook een uitdaging bij het arrangeren. Ik wilde Van Otterloo's werk actualiseren, de gedateerde elementen eruit halen. Deels is dat gelukt. Deels ook niet omdat die harmonische ambivalentie een wezenlijk stijlkenmerk is. Wel heb ik in bijna elk stuk de ritmiek veranderd. De originele herkenningsmelodie van Soldaat van Oranje is een mars en is bij ons een swing geworden. Help de dokter verzuipt was een vrolijk huppelend deuntje en is een funky groove geworden, zwaar en stevig. En de kabbelende driekwarts maat van Grijpstra & De Gier is bij mij veranderd in een verbeten, Mingus-achtige zeskwarts maats.

,,Ik heb er meer agressie ingeschreven, denk ik. De snelle stukken zijn nog sneller geworden, en er zitten meer dissonanten in. Dat past beter bij deze tijd, waarin ook de popmuziek harder is geworden. Van Otterloo speelde al veel leentjebuur bij de rock door in zijn band plaats te maken voor elektrisch gitaar, basgitaar en Fender Rhodes. Daarin was hij echt een muzikale voortrekker. Maar het is typisch om te horen dat als wij refereren aan pop van nu, we ondanks onze akoestische jazzbezetting veel harder klinken.

,,Aan sommige, tijdloze, nummers heb ik weinig veranderd. Zoals Het Mistige Rode Beest, een melancholiek nummer dat toch geen tearjerker is. En dan met die mondharmonicasolo van Toots Thielemans, die ook al zo'n subtiele verhalenverteller is. Eigenlijk lijkt de melodie stil te staan, alsof er weinig gebeurt. Maar er is wel die onderhuidse spanning. In de harmonie zit een geraffineerde stemmingsopbouw. Van Otterloo weet precies de juiste balans te vinden tussen stilstand, die gewoon saai zou zijn, en al te opzichtige opbouw.''

Tribute to Rogier van Otterloo: 9/7 North Sea Jazz Festival, Nederlands Congres Centrum, Den Haag.

    • Edo Dijksterhuis