Praten over tandenpoetsen en óvergaan

Allochtone moeders krijgen een cursus opvoedingsondersteuning, als onderdeel van het inburgeringsprogramma. Het doel is vooral de betrokkenheid bij de school te vergroten.

Docente Yvonne Riphagen articuleert nauwkeurig: ,,Vandaag krijgen jullie kinderen hun derde rapport. Als de juffrouw of meester jullie géén brief heeft gestuurd met de vraag om langs te komen, dan gaat het goed op school. Begrijp je wat ik zeg, Mizouna?''

Mizouna: ,,Geen brief.''

Riphagen: ,,Dat betekent dat het goed gaat op school met Rafik, Sena en Hakim. Ze gaan over naar de volgende groep. Weet iedereen wat dat betekent, óvergaan?''

Een groepje allochtone vrouwen zit in een klaslokaal van de Prinses Ireneschool in de Haagse schilderswijk: drie Marokkaanse, twee Turkse en een Chinese. Vier moeders zijn er vandaag niet. Allemaal hebben ze kinderen op de Prinses Ireneschool. Ze volgen twee ochtenden per week een cursus opvoedingsondersteuning en Nederlands.

,,Maakt iemand zich zorgen over het rapport van zijn kind?'', vraagt Riphagen. ,,Jij Nilgun?''

Nilgun: ,,Begrijpend lezen vindt mijn dochter moeilijk. Zo heet dat toch begrijpend lezen?''

Riphagen: ,,Klopt hoor, Nilgun. Je dochter moet lezen én begrijpen wat er staat. Laat je haar thuis hardop oefenen?''

Nilgun: ,,Ja. De juffrouw zegt dat het steeds beter gaat.''

De school benadert de moeders actief voor deze cursus, zegt Riphagen. ,,De betrokkenheid van deze moeders bij de school is meestal niet groot. De meesten spreken slecht Nederlands, ze hebben geen idee wat hun kinderen in de klas leren en doen. Dat bespreken we hier. Ik betrek de meester of juf er ook bij. Ik vraag de vrouwen wat ze graag zouden willen weten van de leerkracht. De opdracht is dan om die vraag voor te leggen. En dan ga ik naar de meester en zeg: die en die moeder komt bij je met die en die vraag.''

Riphagen: ,,Soms moeten we vreselijk soebatten voordat ze mogen van hun man.'' Rabia had geen oppas voor haar jongste kinderen. Nu past haar man op, zegt ze trots. De man van Fatima vond de cursus eigenlijk niet nodig. Fatima zelf vindt de lessen leuk, zegt ze. Ze komt uit de Berberstreek en heeft nooit op school gezeten. Haar zus ook niet. Haar broer wel. Ze woont twintig jaar in Nederland en spreekt weinig Nederlands. Ze heeft vier kinderen.

Met de moeders worden alle aspecten van de opvoeding besproken. Yvonne Riphagen: ,,Marokkaanse en Turkse kinderen gaan vaak heel laat naar bed. Dan praten we erover hoe belangrijk het is dat de kinderen op school uitgerust zijn. Ik vertel dat het goed is als de kinderen 's morgens ontbijten en niet een euro meekrijgen om snoep voor te kopen. We praten over het tandenpoetsen, over buiten spelen, over alles eigenlijk. En ik probeer ze te betrekken bij uitjes van de school.'' Ze laat foto's zien waarbij de vrouwen helpen op de sportdag en de kinderen begeleiden tijdens een uitstapje naar de kinderboerderij. ,,Dat vinden ze hartstikke leuk. Ze vertellen het tegen andere moeders en die willen dan ook weer op cursus.''

De cursussen worden georganiseerd door de Mondriaan onderwijsgroep, het regionale opleidingencentrum (ROC) in Den Haag. De cursus opvoedingsondersteuning is onderdeel van het inburgeringsprogramma voor oudkomers dat ook door het ROC wordt verzorgd. ,,Alleen is in deze cursus de opvoedingsondersteuning belangrijker dan het leren van Nederlands'', zegt Riphagen. ,,Deze vrouwen zijn thuis met de kinderen. Of het goed gaat met de kinderen, ligt voor een groot deel in hun hand. En dát het goed gaat is in het belang van iedereen. Er wordt veel geklaagd over overlast door allochtone jongeren. Soms zijn de ouders de grip op hun kinderen totaal kwijtgeraakt. Hier leren ze om in gesprek te blijven met hun kinderen. Ook als die groter worden.''

De gemeente, die de cursussen betaalt, moet eraan wennen dat Nederlands leren schrijven en lezen niet de eerste prioriteit is. Riphagen: ,,Ze vragen steeds om resultaten. Het liefst in de vorm van toetsen en testen. Een aantal van deze vrouwen is analfabeet. Je kunt je afvragen of je die met heel veel moeite een paar woorden Nederlands moet leren schrijven. Ze leren op cursus wel beter spreken. Volgens mij is het veel belangrijker ze te leren over over de opvoeding en over school. Dát heeft resultaat, dat weet ik zeker. Maar het is lastig te meten.''

Jos Leenhouts, bestuursvoorzitter van de Mondriaan Onderwijsgroep, vreest dat de plannen van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken), die wil dat de inburgeraars in de toekomst zelf hun inburgeringscursus gaan betalen, voor deze groep slecht uitpakken. ,,Dan verlies je deze vrouwen als eerste.''

Een jongen komt voorzichtig binnenlopen met een grote slagroomtaart in zijn handen. Zijn moeder, die normaal gesproken ook aanwezig is, heeft gisteren een dochter gekregen. In de pauze snijden twee vrouwen de taart aan. Dan zoeken ze allemaal een boek uit de stapel om met hun kinderen te lezen. Fatima neemt een boek van Dikkie Dik. ,,Vindt mijn dochtertje leuk.'' Ze lacht. ,,Ze is drie.''

,,Ik leer ze dat het geen verloren tijd is om met je kinderen te spelen en ze voor te lezen'', zegt Riphagen. ,,Als ze niet kunnen lezen, kunnen ze wel plaatjes kijken en daar een verhaal bij verzinnen.''

,,Mijn Nederlands is niet goed'', zegt Fatima. ,,Maar ik leer van Feisal. Dat is mijn zoon. Hij is acht.''

Mizouna: ,,Mijn kinderen praten veel beter Nederlands dan Marokkaans. Mijn oudste zoon van elf gaat naar het speciaal onderwijs. Hij is autistisch. Hij begon pas te praten toen hij zes was. Hij spreekt alleen Nederlands. Als ik geen Nederlands leer, kan ik niet met mijn zoon spreken.''

,,Als huiswerk voor overmorgen'', eindigt Yvonne Riphagen de les om half twaalf, ,,wil ik graag dat jullie met jullie kinderen over hun rapport praten. Wat gaat er goed, wat gaat er minder goed. En neem dan overmorgen de rapporten mee. Dan gaan we die samen bespreken.''