Kiezers Servië doorbreken trend

De democraten van Servië hebben zich gemobiliseerd en Boris Tadic bij de presidentsverkiezingen aan een zege geholpen. Het is een breuk met het verleden en mogelijk een heel belangrijke doorbraak.

De zege van Boris Tadic bij de Servische presidentsverkiezingen is de zege van de democratie op het ultra-nationalisme, de zege van de toekomst op het verleden en de zege van het Europa-gevoel op het Groot-Servië-gevoel.

Het was een klein wonder, gezien het verleden: veertien jaar lang kozen de Serviërs Slobodan Miloševic en zijn handlangers op de hoogste posten en ook na Miloševic' val in oktober 2000 bleef een zeer grote minderheid op ultra-nationalisten stemmen. Sterker: de ultra-nationalisten zijn de afgelopen jaren steeds groter geworden. Vojislav Šešelj – leider van de Servische Radicale Partij SRS – kreeg in september 2002 bij de presidentsverkiezingen 23 procent van de stemmen en in december van datzelfde jaar 36 procent. Tomislav Nikolic, Šešeljs opvolger toen de partijchef naar de cellen van het Joegoslavië-tribunaal verhuisde en gisteren verslagen door Tadic, kreeg in november vorig jaar zelfs 46 procent van de stemmen. Hij zou toen president zijn geworden als de lage opkomst toen de verkiezingen niet ongeldig hebben gemaakt. In het Servische parlement is de SRS veruit de grootste partij, met 82 van de 250 zetels.

De zege van Tadic is ook een klein wonder gezien de uitslag van de eerste ronde op 13 juni. Toen kreeg Tadic 853.000 stemmen. Gisteren kreeg hij er 1,7 miljoen. Een record: nooit eerder heeft een kandidaat in de tweede ronde zijn aanhang verdubbeld. De conclusie is duidelijk. Democratisch Servië heeft zich gemobiliseerd en verenigd rond de democraat Tadic om de extremist Nikolic van de zege af te houden. Het doet denken aan de laatste Franse presidentsverkiezingen, toen Jacques Chirac een monsterzege boekte, niet omdat de kiezers zo van hem hielden, maar omdat ze onder geen beding Jean Marie Le Pen als president wensten. Op soortgelijke wijze hebben gisteren al die Serviërs die in de eerste ronde nog waren thuisgebleven of op andere democraten hebben gestemd, Tadic gisteren aan een historische zege geholpen. Nikolic immers staat voor internationale sancties en isolement, en nergens zijn de Serviërs zo bang voor.

De overwinning van Tadic – leider van de oppositionele Democratische Partij DS, als opvolger van de vorig jaar vermoorde Zoran Djindjic – heeft consequenties voor het politieke landschap. De DS voelt zich gesterkt door de zege. Zij voelt zich – net als in oktober 2000, toen Miloševic werd verdreven – hèt bolwerk van de democratie en blaakt van zelfvertrouwen. Ze kan eisen tot de minderheidsregering van premier Vojislav Koštunica te worden toegelaten. De twee partners van Koštunica's Democratische Partij van Servië DSS in die regering zien de DS graag toetreden – al was het maar om te ontsnappen aan het ellendige gegeven dat de regering afhankelijk is van de parlementaire steun van uitgerekend de socialisten van Miloševic – maar Koštunica wil die boot het liefst afhouden. Hij heeft niet voor niets na oktober 2000 een ongemeen felle machtsstrijd met de DS uitgevochten. De DS van Tadic en de DSS van Koštunica zijn niet zomaar rivalen – ze zijn bittere en onverzoenlijke rivalen. Als Koštunica de DS buiten boord houdt, zal die – mèt de Radicale Partij van de verslagen Nikolic – ijveren voor vervroegde parlementsverkiezingen in oktober.

Na de eerste ronde van de verkiezingen op 13 juni – toen Nikolic ruim 31 procent en Tadic bijna 28 procent kreeg – oordeelde het blad Reporter dat democratie in Servië een voorlopig karakter heeft: ,,Tien jaar geleden schreef Newsweek dat voetbal de sport van de toekomst is in Amerika, en dat zou blijven. Het lijkt mij dat democratie in Servië een soort sport van de toekomst is en dat die toekomst nog heel ver weg is.

Dat is mogelijk de enige uitleg voor het feit dat een minderheidsregering die zichzelf democratisch noemt, regeert met de steun van de steunpilaren van het ancien régime [de socialisten van Miloševic].

Dit tijdelijke en voorlopige karakter van de democratie, dit gebrek aan wortels, deze improvisatie van democratie in Servië kan de zelfverklaarde democraten in Servië worden verweten. Hun onvermogen zich te verenigen en zich te scharen rond een paar fundamentele basisbeginselen van de ontwikkeling van een democratische samenleving, hun partij-fanatisme en hun onverantwoordelijke geflirt met het slechte verleden en zijn populistische symbolen beletten hen systematisch hun autoriteit te vestigen.''

Maar misschien is die trend gisteren wel doorbroken.