IEA tevreden over Nederlands beleid

De prijs van benzine en diesel in Nederland behoren tot de hoogste die er zijn. Dit komt doordat er te weinig concurrentie is. Slechts een paar grote bedrijven beheersen de markt.

Dat staat in het rapport over de Nederlandse energiesector, dat het International Energy Agency (IAE) vandaag in Den Haag heeft gepresenteerd. Het IEA houdt geregeld dergelijke onderzoeken.

In maart dit jaar toonde de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) zich nog tevreden over de vooruitgang in de concurrentie tussen pompstations. Het IEA constateert echter nog steeds tekortkomingen. Het agentschap beveelt een grotere veiling van pompstations aan, en meer maatregelen van de overheid om toetreding op de benzinemarkt voor nieuwkomers te vergemakkelijken.

Het IEA is over het algemeen redelijk lovend over het Nederlandse energiebeleid. Nederland spant zich in om te voldoen aan de emissiereducties, zoals afgesproken in het Kyoto-protocol, en doet dat op een ,,pragmatische en kostenefficiënte'' manier door volop gebruik te maken van de handel in emissies, het stroomlijnen van subsidies voor windenergie en het openhouden van de kerncentrale in Borssele. Ook de toekomstige energiezekerheid krijgt steeds meer aandacht van de Nederlandse regering, schrijft het IEA.

De manier waarop Nederland de liberalisering van de energiesector ter hand neemt verdient volgens het rapport aanbeveling. De scheiding tussen transport en levering van energie noemt het agentschap `adequaat'.

Verder gaat het IEA niet in op deze opsplitsing, die in Nederland het onderwerp is van een felle discussie tussen voor- en tegenstanders. Volgens de Europese regels is een juridische scheiding voldoende, en mogen de netten (ter waarde van zo'n 18 miljard euro) in eigendom blijven van de energiebedrijven.

Minister Brinkhorst (Economische Zaken) heeft met steun van de Tweede Kamer gekozen om de netten weg te halen bij de energiebedrijven, en deze onder te brengen bij onafhankelijke netbeheerders. Tegenstanders vrezen de `uitverkoop' van de Nederlandse energiebedrijven en daardoor op den duur minder concurrentie.