Hartstochtelijke laatste hulde aan Riccardo Chailly

Riccardo Chailly nam gistermiddag in het Muziektheater met een laatste uitvoering van Verdi's Don Carlo definitief afscheid van zijn chef-dirigentschap van het Koninklijk Concertgebouworkest. Chailly, orkest en zangers haalden alles uit de kast en het resultaat was een voorstelling die in meerdere opzichten `historisch' was: niet alleen het einde van het tijdperk-Chailly, maar in het Muziektheater (geopend in 1986) ook een tot nu toe ongekend muzikaal succes.

Pierre Audi en Truze Lodder, de directie van De Nederlandse Opera, brachten Chailly na afloop op het podium bloemen, het publiek juichte Chailly te midden van de zangers meer dan tien minuten hartstochtelijk toe en sopraan Amanda Roocroft moest Chailly naar voren duwen om de luidruchtige bijval en de bravo's in zijn eentje in ontvangst te nemen.

De superieure voorstelling, nòg sterker en intenser dan de al overweldigende première op 3 juni, was de bekroning van Chailly's triomfmaand, na zestien Amsterdamse jaren. In het Concertgebouw werd Chailly op de ochtend van 11 juni uitvoerig gehuldigd, 's avonds dirigeerde hij een fenomenale Negende symfonie van Mahler. Dat afscheidsconcert werd bijgewoond door koningin Beatrix. Vrijdag waren kroonprins Willem Alexander en prinses Máxima aanwezig bij de voorlaatste voorstelling van Don Carlo. Twee voorstellingen waren ook op een videoscherm te volgen in het Amsterdamse Oosterpark. De NPS zendt rond kerst een tv-opname uit.

Bij het kantoor van het Koninklijk Concertgebouworkest hing dit weekeinde een affiche van Don Carlo, dat door adjunctdirecteur Sjoerd van den Berg en hoboïst Jan Kouwenhoven was voorzien van een extra strook: Het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. De `wildplakactie' was veroorzaakt omdat de Nederlandse Opera al jaren weigert orkesten en dirigenten op de affiches te zetten. Regisseurs, zangers en decorontwerpers worden overigens ook niet vermeld.

Net als de Nederlandse muziekpers was ook de buitenlandse pers zeer lovend over de laatste Amsterdamse operaproductie van Chailly. The Financial Times omschrijft zijn vertrek als ,,het verschuiven van de tectonische platen van het Europese muziekleven.''

Recensies in de Belgische, Italiaanse en Engelse pers prijzen, zij het soms met wat aanmerkingen, de superbe muzikale kwaliteiten van het Concertgebouworkest, de fabuleuze dirigeerkunst van Chailly, de doordachte enscenering van Willy Decker en de voortreffelijke vocale cast, vooral de opzienbarende tenor Rolando Villazón in de titelrol. ,,Een briljant complete prestatie'' zegt The Financial Times. Engelse recensenten loven ook de Britse bas Robert Lloyd (Filips II), die hier een comeback maakt en begrijpen niet waarom hij in maart zei afscheid te hebben genomen van grote rollen.

Hugh Canning spreekt in The Times over het Concertgebouworkest als ,,overweldigende luxe'' in het Muziektheater omdat het onder Chailly ,,een speelniveau en een Verdi-stijl biedt die men zelden hoort aan deze kant van La Scala.'' En in de titelrol heeft Canning nooit een betere combinatie van muzikale glamour, muzikale verfijning en broeierig machismo gehoord als bij Roland Villazón, die hij ziet als een van de beste tenoren van zijn generatie. Villazón keert in het seizoen 2006-'07 terug bij de Nederlandse Opera. Chailly wordt op 1 september opgevolgd door de Letse dirigent Mariss Jansons.